Een tweede Nigel is er niet bij Oranje

Het WK voor Nigel de Jong is zo goed als zeker voorbij. Wie vervangt de rots van Oranje?

De onheilstijding kwam gisteren om 12.42 uur plaatselijke tijd binnen en de boodschap in het persbericht van de KNVB was zoals al werd gevreesd door Oranje. Het scheurtje in de liesspier van Nigel de Jong – „een van mijn grootste pionnen in teamverband” zei bondscoach Louis van Gaal eerder over hem – is een forse tegenvaller. Einde WK voor de middenvelder. Athans, hij is „vermoedelijk twee tot vier weken uitgeschakeld”, meldde de KNVB op basis van een MRI-scan. Duidelijk is dat hij er nog alles aan gaat doen om de finale te halen, mocht Oranje zo ver komen, maar zijn inzetbaarheid op, zeg, zondag 13 juli is onwaarschijnlijk.

De Jong (29) is, was, de sterke man van Oranje, de krachtpatser, de rots van het team. Bij de tot ‘gouden drie’ gedoopte Robin van Persie, Wesley Sneijder en Arjen Robben wordt hij soms als vierde genoemd wegens zijn staat van dienst. De waarde van De Jong, en nu dus het gemis aan hem, is evident. „Hij is een persoonlijkheid, heeft zo veel meegemaakt en zoveel ervaring die hij overbrengt op ons”, zei Daley Blind tijdens de interviewsessie met Oranje, gisteren in het spelershotel in Rio de Janeiro. „Ik neem het altijd graag van hem aan. Dat gaat om dingen herkennen in het veld, situaties misschien sneller inschatten en dat je die oplost. Bijvoorbeeld of je een overtreding wel of niet moet maken, daar is hij heel sterk in”, aldus Blind, die de positie van De Jong na diens uitvallen in moest vullen in de gewonnen achtste finale tegen Mexico.

Wat De Jong met zijn voorkomen en reputatie als ‘harde’ losmaakt bij de tegenstander is een factor die niet in percentages uit te drukken is. Maar zijn duelkracht is dat wel. Analisten Jeroen Visscher en Jurgen Frumau, die met statistiek en modellering de werkwijze van Van Gaal in kaart brengen, hebben de acties van de verschillende gebruikte verdedigende middenvelders op het WK gemeten naar een gemiddelde over negentig minuten. Daaruit blijkt dat De Jong 11,6 duels per wedstrijd aanging, en 53 procent won. Blind bijvoorbeeld, in zijn vervangende rol op het middenveld tegen Mexico, had nog meer duels. Maar hij won slechts 17 procent.

Het openingsdoelpunt van Giovani dos Santos was zo’n moment waarbij Blind er niet goed uitzag. De Mexicaan draaide weg, schoot zuiver binnen en liet keeper Jasper Cillessen kansloos. „Ik was het dichtst in de buurt, probeerde nog te blokken of nog iets te forceren”, zegt Blind. „Ik had misschien een overtreding moeten maken. Maar het was ook 25 meter van de goal af en je denkt dan ook in een split second als hij schiet,dan zijn er ook nog verdedigers achter mij, en een keeper.” Dat werpt meteen de vraag op: wat zou De Jong hebben gedaan? „Daar heb ik hem nog niet over gesproken”, aldus Blind.

Dat de Ajacied, die op het WK al als linksback, linker centrale verdediger en controlerend middenvelder speelde, het vuile werk niet schuwt bleek wel in de laatste groepswedstrijd tegen Chili (2-0), toen Blind sterspeler Alexis Sánchez aan banden legde met een geconcentreerd optreden dat soms tegen het randje aan was. Zeven overtredingen, één gele kaart. Hoezo Blind gaat niet over lijken?

Maar een tweede Nigel is hij niet. Niemand trouwens bij Oranje. Blinds oriëntatie naar voren zou de belangrijkste overweging zijn om hem opnieuw als controlerende middenvelder op te stellen tegen Costa Rica. Hij speelde tegen Mexico, omgerekend naar negentig minuten op die positie, twintig keer de aanvallend ingestelde spelers in en bijna driekwart kwam aan. De Jong deed dat slechts tien keer per negentig minuten dit WK, met een rendement van 65 procent. Blind omschrijft zichzelf dan ook als „tactisch, iemand die rust in de ploeg brengt, het spel verplaatst.” Zaterdag tegen Costa Rica in de kwartfinale in Salvador moet Oranje het in elk geval zonder De Jong stellen.