Een truc. Zo daalt de werkloosheid opeens wel

Foto ANP

Goed nieuws? De werkloosheid gaat volgend jaar flink omlaag. Op papier tenminste. Voortaan wordt één definitie gebruikt om de werkloosheid te bepalen, waardoor de cijfers ook internationaal vergelijkbaar worden, schrijft minister Asscher van Sociale Zaken aan de Tweede Kamer. En dat pakt gunstig uit.

1. Hoe wordt het werkloosheidspercentage nu bepaald?

Er is de nationale definitie - die het Centraal Bureau voor de Statistiek en het uitkeringsinstantie UWV gebruiken in persberichten - en een definitie die vastgesteld is door de International Labour Organization (ILO). Onder meer het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank baseren hun berichtgeving op de ILO-definitie. En die twee definities verschillen. Zo gaat de nationale definitie uit van een beroepsbevolking van 15 t/m 64 jaar, de ILO-definitie van een grotere leeftijdscategorie: 15 t/m 74 jaar.

In onderstaande tabel worden de gebruikte criteria weergegeven

Nu wil Asscher dus alleen de ILO-definitie nog gebruiken.

2. Wat zijn de gevolgen?

Dankzij het gebruik van de ILO-definitie daalt de werkloosheid. Op papier. Stel dat de maatregel nu ingevoerd zou worden, dan zou de werkloosheid dalen met 1,6 procentpunt: van 8,6 procent naar 7 procent. Volgend jaar is dat zo’n 2 procentpunt.

3. Een daling…is dit goed of slecht?

Het hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Voordeel is dat de werkloosheidscijfers in alle Europese landen hetzelfde bepaald worden, waardoor ze vergelijkbaar zijn en er bovendien geen verwarring ontstaat over hoe hoog de werkloosheid nu echt is. Al kan die kunstmatige daling van het percentage die Asscher wil natuurlijk wel weer voor verwarring zorgen.