De markthal – buitenlui willen niet naar binnen

De overdekte markthal in Rotterdam gaat in oktober open. De ‘local hero’s’ die binnen bijzondere producten met spektakel aan de man gaan brengen, komen bijna niet van de buitenmarkt pal naast de hal. De buitenlui wíllen ook niet naar binnen. „Ik moet de zon op mijn kop voelen.”

Straks hangen hier net geschoten fazanten en konijnen aan hun pootjes. Klaar voor de pan. Net als op overdekte markten zoals we die kennen uit Frankrijk, Spanje of Italië, met een overdaad aan kazen, immense keuze aan worsten, hoog opgetast fruit en verse groenten.

De nieuwe markthal, een kersvers icoon van de Rotterdamse stadsvernieuwing, staat in het centrum van Rotterdam, naast station Blaak. Wonen en markt zijn geïntegreerd. De muren van de boogvormige hal zijn appartementen die aan de buitenzijde over de stad uitkijken. En aan de binnenzijde over de inpandige markt. Het plafond van de hal is beschilderd met kleurige bloemen en fruit; het grootste kunstwerk van Europa. In oktober gaat de overdekte markt open.

Het draait allemaal om food, en nog wat planten en bloemen. Bezoekers moeten een marktgevoel krijgen en geen supermarktgevoel, zegt Hans Schröder, partner bij Provast, ontwikkelaar van de hal. Elke kraamhouder heeft zijn eigen niche. Provast selecteert de marktmensen op diversiteit en kwaliteit van hun producten. Ze moeten ook hun waar met spektakel aan de man kunnen brengen. En dat dan zeven dagen per week. „Het mag geen saaie boel worden”, zegt Schröder.

De ijssalon van de Meent komt in een van de honderd ‘versunits’ (overdekte marktkramen). Net als de Groene Weg Slagerij en banketbakkerij Van Beek & Specker, een begrip in Rotterdam. Er staat straks een handelaar in exotisch fruit en er komen retailers van buiten Rotterdam, onder wie één met bijzondere kazen. Er wordt nog gezocht naar een aardappelboer. Vrijwel alle honderd units zijn verhuurd.

Provast wil graag ‘local hero’s’ binnenhalen, schrijft het bedrijf op de wervende website. Het ligt voor de hand dat er flink wat kooplui van de ‘buitenmarkt’ naar binnen zullen gaan. Die markt staat op dinsdag en zaterdag met 460 kramen naast de markthal op het plein. Maar dat blijkt niet het geval. Schröder zegt dat het er zo’n zestien zullen zijn.

Karim Elbali is daar een van. Hij staat met zijn vader en broer op de markt met noten en zuidvruchten en huurt straks maar liefst vier versunits, die samen twee kramen vormen. In de ene zal hij noten en zuidvruchten verkopen, in de ander olijven en tapas. Hij ziet het helemaal zitten. „Het is iets nieuws, iets bijzonders. Zo’n markthal bestaat nog niet in Nederland. Als ondernemer wil je daarbij zijn.”

De meeste marktmensen vinden de regels te streng. Elke kraam moet zeven dagen in de week open, tot in de avond. Ze vinden de versunits best prijzig. Schröder zegt dat dat wel meevalt. „Bij ons kost een plek 42 euro per dag, vergelijkbaar met een plek op de buitenmarkt. En dan heb je meer dan alleen een plank en een zeiltje boven je hoofd. Oké, er zijn wat extra kosten voor service en promotie.”

Belangrijker nog: de buitenlui willen niet overdekt staan. „Ik wil de zon op mijn kop voelen”, zegt Hennie van Schaik. Zijn zoon, die een paar kramen verderop staat, loopt langs met buienradar op zijn telefoon. „We gaan zo inpakken, pa”, zegt hij. „Er komen stortbuien aan.”

Een vrouw van in de zestig geeft een felblauw bloesje aan Hennie van Schaik. „Deze wordt het, jongedame?” De marktkoopman stopt het in een plastic zakje. „Dat is dan acht euro.” De vrouw betaalt glimlachend. „Een fijne dag en tot ziens.”

De smoothieverkoper pureert met twee collega’s en vijf blenders aan een stuk door vers fruit. De bekers kosten 2,50 euro en vliegen weg. De mannen kunnen het pureren haast niet bijhouden. Maar dat is juist het geheim, zegt de smoothieverkoper. „Mensen willen verser dan vers. Als je het in de ochtend klaarzet, verkoop je niets.” Hij had een tweede zaakje willen beginnen in de markthal. Hij wil, net als de meeste marktkooplui, niet met zijn naam in de krant. Hij had twee gesprekken, maar het liep op niets uit.

Ook Paul van Brenkelen, die op het Binnenwegplein staat met een groente- en fruitkraam, had het graag willen proberen in de hal. Met bakjes fruitsalade en vers sap. Ze wilden me alleen hebben als ik biologisch fruit zou gaan verkopen. „Maar je wil wel baas in eigen kraam blijven.”

De vraag is of het markthalconcept zal aanslaan bij de Hollanders. „In Frankrijk zijn mensen bereid om veel geld te betalen voor eten van goede kwaliteit”, zegt een Française die op de markt werkt. „De meeste Hollanders gaan toch voor de koopjes. Veel voor weinig. Een kilo karbonade voor acht euro.”

De marktmensen zijn niet tegen de markthal, zeker niet. We vinden het een prachtig gebouw, zeggen ze allemaal. Maar ze hebben het gevoel dat zij moeten opschuiven voor de hal. De hal is belangrijker dan de markt die er al tientallen jaren staat. En straks, als het plein een make-over krijgt, met meer groen, dan moeten er nog meer weg.

De markthal is er dankzij de markt en niet andersom, zegt kraamhouder Rob den Dunnen. „Je zult zien dat dinsdag en zaterdag de beste dagen zullen worden voor de hal. Want dan gaan mensen naar de markt en lopen meteen even naar binnen. Je gaat niet voor alleen een bloemkool naar de markthal.”

Hans Schröder van Provast denkt dat de hal op eigen houtje een publiekstrekker van formaat zal worden. En dat juist de buitenmarkt daarvan zal profiteren. Provast heeft laten onderzoeken op hoeveel bezoekers de hal kan rekenen, zegt hij. Dat zal tussen de vierenhalf en zeven miljoen mensen per jaar liggen. „Niet dat die allemaal spullen kopen, maar ze komen wel langs. Hij rekent op het ‘Ikea-effect’. Een uitje op zondagmiddag naar de markthal.

Zijn grootste troef ligt onzichtbaar onder de hal: een spiksplinternieuwe parkeergarage met 1.200 plaatsen. „Mensen kunnen hun auto gewoon in het centrum parkeren. Als ze de markthal hebben bezocht, ligt de Koopgoot maar een paar honderd meter verderop.”