College Rechten van de Mens: verbod op Zwarte Piet is zinloos

Een verbod op Zwarte Piet van staatswege is geen oplossing voor de steeds fellere discussie over het Sinterklaasfeest. Dat schrijft het College voor de Rechten van de Mens – een Nederlandse instantie die de regering adviseert over mensenrechten – in zijn jaarlijkse rapportage.

Zwarte Piet is volgens het college weliswaar een figuur die „voldoet aan een racistisch stereotype”, maar een „respectvolle nationale dialoog” biedt een grotere kans om deze kwestie op te lossen. De nationale overheid is hiervoor verantwoordelijk.

Het college ziet in Nederland „ongeloof, verontwaardiging en vooral ontkenning in de reacties op de suggestie dat er sprake was van rassendiscriminatie”. De laatste jaren is volgens het college de aandacht verschoven van racisme op grond van huidskleur naar „cultureel racisme”, waar het de islam of Marokkanen betreft.

Het college ziet een bijzondere vorm van slachtofferschap bij blanke Nederlanders: het nativisme, het gedachtegoed dat de oorspronkelijke bewoners (natives) sterkere, want oudere rechten hebben dan nieuwkomers, maar dat ze desondanks worden achtergesteld. Het college wijst daarbij op de autochtone Nederlanders die klachten indienden bij een antidiscriminatiebureau vanwege het voorstel om Zwarte Piet af te schaffen.

Morgen doet de rechtbank in Amsterdam uitspraak over een verbod op Zwarte Piet bij de Sinterklaasintocht. „Als Zwarte Piet een vorm van racisme is”, zegt een van de initiatiefnemers voor deze procedure, Berryl Biekman, in deze krant, „moet je mij niet vragen om geduld te hebben of ‘de dialoog aan te gaan’. Je moet mij niet vragen om mee te denken om Zwarte Piet minder racistisch te maken.”