Bijgeloof plaveit de weg voor ebola

Na eerdere stabilisering is het ebolavirus in Guinee, Liberia en Sierra Leone aan een nieuwe opmars begonnen.

Er staan gewapende politieagenten voor de poort van het ebola-behandelingscentrum in Kenema, de derde stad van het West-Afrikaanse Sierra Leone. Ze zijn er geposteerd om te verhinderen dat geagiteerde jongeren de kliniek binnendringen. Afgelopen weekeinde stierven hier opnieuw drie patiënten aan ebola. Dat heeft de achterdocht van de lokale bevolking gevoed. Woedende familieleden eisten de lichamen van de overledenen op. De politie moest hen verdrijven met traangas.

De gespannen situatie in Kenema spreekt boekdelen over de hindernissen waarmee (buitenlandse) hulpverleners worden geconfronteerd bij het indammen van de begin dit jaar in West-Afrika uitgebroken ebola-epidemie. Na een aanvankelijke stabilisering is het virus aan een nieuwe opmars begonnen – met waarschijnlijk nog ernstiger gevolgen dan in het voorjaar. Het totale sterftecijfer in Guinee, Sierra Leone en Liberia is de grens van 400 gepasseerd. En er komen steeds meer besmettingsgevallen bij op nieuwe plekken, verder verwijderd van eerdere besmettingshaarden.

Vooral dat laatste leidt tot groeiende bezorgdheid. Grote kans dat de huidige uitbraak in West-Afrika de geschiedenisboekjes in zal gaan als de grootste en langdurigste sinds de ontdekking van het virus in 1976 in Congo, vrezen deskundigen. De epidemie begint „uit de hand te lopen”, waarschuwde Artsen zonder Grenzen (AzG) vorige week als eerste. „Een onaangename verrassing”, noemt Bart Janssens, de Belgische operationeel directeur van AzG, de sterke heropleving van de epidemie. „Het zal niet eenvoudig zijn om de verspreiding in de komende zes maanden onder controle te krijgen”.

De mening van AzG doet er toe. De organisatie heeft meer dan 300 hulpverleners (onder wie 50 buitenlanders) ingezet in Guinee, Sierra Leone en Liberia, en ze beheert de meeste behandelingsklinieken in die landen. Als onafhankelijke organisatie laat AzG zich soms te ‘alarmistisch’ uit over de situatie naar de zin van de autoriteiten en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Maar ook zij erkennen nu dat drastische maatregelen niet langer kunnen uitblijven.

Spoedberaad

Daarom is vanochtend in Accra, hoofdstad van het naburige Ghana, spoedberaad begonnen waarvoor de ministers van Gezondheidszorg uit de hele regio zijn uitgenodigd, alsmede vertegenwoordigers van hulporganisaties. De bedoeling is dat afspraken worden gemaakt over verhoogde inzet van middelen en mankracht, en over efficiëntere, grensoverschrijdende coördinatie.

De gebrekkige gezondheidszorg in de getroffen landen is een reden waarom het ebolavirus zo kan toeslaan. Maar minstens zo’n belangrijke rol spelen onwetendheid, traditionele mores, bijgeloof en regelrecht wantrouwen. „Traceren en isoleren van besmette mensen is cruciaal voor het indammen van ebola. Pas daarna komt preventie aan de orde. Maar bijgeloof en angst onder de bevolking maken het al heel moeilijk de epidemie onder controle te krijgen”, schetst Roeland Monasch, vertegenwoordiger van Unicef in Sierra Leone, vanuit Kenema. „Het beeld bestaat op veel plekken: je wordt opgenomen, je krijgt een spuitje en je komt nooit meer terug. Hulpverleners worden het dorp uitgejaagd.”

Ook AzG heeft die ervaring. Al in april werd een van haar klinieken aangevallen door een woedende menigte. „De groeiende weerstand in lokale gemeenschappen is een groot probleem. In dorpen worden we bedreigd met geweld. Er wordt met stenen gegooid, niet alleen naar AzG, maar ook naar lokale hulpverleners. Die weerstand verklaart voor een belangrijk deel waarom de epidemie voortduurt”, zegt operationeel directeur Bart Janssens.

Begrafenissen zijn een belangrijke bron van besmetting, door het contact met het lichaam van overleden ebola-patiënten. Soms wordt het lichaam over grote afstand vervoerd. Ook de nabestaanden van de slachtoffers in Kenema wilden de lichamen afgelopen weekeinde elders begraven.

Ziekte verzwegen

Uit angst of onwetendheid verzwijgen besmette mensen hun ziekte. De regering van Sierra Leone heeft onlangs gewaarschuwd dat het onderdak bieden aan patiënten een misdaad is, waarop een zware straf staat. Tegelijkertijd bieden gebedsgenezers hun helende diensten aan. Ze stellen dat ebola een straf van hogerhand is. En in het zuiden van Guinee, dichtbij Sierra Leone en Liberia, in de regio die geldt als het epicentrum van de epidemie, moet de bevolking toch al niet veel hebben van de regering. Ook dat helpt niet bij de aanpak van ebola.

Dat maakt extra inspanningen om de voorlichting over ebola te verbeteren en de aanpak ervan te intensiveren, des te urgenter, zegt Janssens. AzG wil snel een opleidingscentrum oprichten in de Guinese hoofdstad Conakry om behandelend personeel op te leiden. Zelf heeft AzG de grenzen van haar kunnen bereikt, zegt Janssens.