Bijgeloof of dwangneurose?

Veel topsporters hebben een dwangmatig trekje om beter te presteren. Nadal zit aan zijn neus, Djokovic stuitert eindeloos met de bal. Maar helpt het ook, vraagtAnouk Eigenraam zich af.

Roger Federerfoto’s afp, ap

Waarom loopt Maria Sjarapova na elke verloren opslag naar de zijkant van de baan? Niet omdat ze iets kwijt is. De meeste toptennissers hebben een bepaalde routine om hun concentratie te hervinden. Dat kan werken, totdat het neurotisch wordt.

Rafael Nadal die zijn neus aanraakt, zijn haar achter zijn oren stopt en zijn broekje rechttrekt. Lleyton Hewitt en Andy Roddick die aan hun pet trekken alsof hij er ieder moment af kan waaien. Novak Djokovic die eindeloos de bal laat stuiteren voordat hij serveert; veel tennissers lijken bevangen door neurotisch gedrag. Toch kunnen die manisch ogende trekjes wel degelijk functioneel zijn.

Veel topsporters leren tijdens de training een ‘pre- en een post-performance routine’, een combinatie van handelingen die hen in een bepaalde concentratie brengt zodat ze zich beter kunnen concentreren. Onderzoek heeft uitgewezen dat sporters die een bepaalde routine hanteren beter presteren, zegt sport- en neuropsychoog Patrick van der Molen. „Je handelingen zijn vloeiender als die een automatisme worden. Die routine kan dus helpen een bepaalde mentale toestand op te roepen.”

Soms kan een bepaalde routine ook worden uitgevoerd om iets af te sluiten, legt hij uit, zoals het slaan van een slechte bal. „Ons bewustzijn kan maar één ding tegelijk. Als jij dus een bal uit hebt geslagen en je bent daar in je hoofd nog mee bezig dan heb je de kans dat je volgende actie ook weer misgaat. Daarom doen veel tennissers voordat ze opnieuw serveren een bepaalde handeling, zoals met hun handdoek hun gezicht afvegen, ook al zweten ze niet. Dat betekent voor hen: deze bal is verleden tijd.”

Daarom loopt Sjarapova, die in het begin van een wedstrijd soms veel dubbele fouten slaat, tussen haar opslagen door even naar achter, naar de hoek van de baan. Ze blijft er even een paar seconden staan alsof ze aarzelt en loopt dan weer terug naar haar plek. Het ziet eruit alsof ze zich heeft bedacht, maar het is voor haar waarschijnlijk een moment waarop ze een misser achter zich laat.

Serena wast haar sokken niet

Alles goed en wel, maar wat is dan het verschil met bijgeloof? Serena Williams bijvoorbeeld staat erom bekend dat ze haar sokken niet wast zolang ze aan de winnende hand is, desnoods het hele toernooi niet. Dat kun je toch nauwelijks een pre-performance routine noemen? Klopt, zegt Van der Molen. „Maar als iemand zich er goed bij voelt, kan het toch nuttig zijn.”

Het wordt pas een probleem als een routine zo dwangmatig wordt dat iemand er zelf last van krijgt. Als de speler bang wordt dat wanneer bepaalde handelingen niet worden uitgevoerd er iets ergs zal gebeuren. Op dat moment gaat dit gedrag over in een dwangneurose. Mensen ontwikkelen een dwangstoornis om stress te kunnen ‘kanaliseren’, legt sportpsycholoog van der Molen uit. „Als de spanning te hoog wordt, gaan mensen een systeem bedenken om dat te kunnen controleren, zoals drie keer het gas controleren voordat je de deur uitgaat, tussen de strepen van het zebrapad lopen of het slot zes keer checken.”

Bij Nadal zie je duidelijk dwangneurotische trekjes, vindt Van der Molen: „Nadal voert allemaal rituelen uit die niet direct functioneel zijn voor het tennissen; zoals altijd uit twee verschillende flesjes water drinken, zijn handdoek precies opvouwen. De manier waarop hij zijn handelingen uitvoert tijdens de pauze doen een beetje obsessief aan.”

Overigens zijn tennissers niet de enige sporters die last hebben van dwangneurosen. Een voetballer als David Beckham bekende jaren geleden al dat alles om hem heen schoon en netjes moest zijn en recht moest liggen. Van der Molen: „Bij tennis loopt het alleen meer in het oog, omdat het een individuele sport is. Bij teamsporten kun je je meer verschuilen achter de groep wanneer er iets niet goed gaat. Bij tennis kan dat niet, als je verliest, heb jij gefaald.”

Door een gekleurde bril

Laatste vraag: waarom blijven sporters toch vasthouden aan hun geluksracket en hun zweetsokken terwijl ze soms ook verliezen? Van der Molen: „Je bekijkt de situatie altijd door je eigen gekleurde bril, die versterkt de positieve informatie. Dus als je verliest ook al had je je lucky shirt aan, dan zien sporters dat eerder als de uitzondering op de regel dan als aanwijzing om iets te veranderen.”