Abe ontneemt Japanners hun pacifisme

Regering verschaft strijdkrachten mogelijkheid mee te vechten in buitenland

Een betoger toont in Tokio zijn afkeuring van het beleid van premier Abe. Foto Reuters

Voor de tweede achtereenvolgende avond verzamelden zich gisteren voor de ambtswoning van de Japanse premier Shinzo Abe ruim tienduizend demonstranten. Ze uitten hun woede over Abe’s aankondiging dat Japanse militairen wat de regering betreft voortaan in het buitenland zullen mogen vechten. „Abe, treed af! Fascisten, ga weg! Bescherm onze grondwet”, schreeuwden ze luid.

Bijna zeventig jaar hadden Japanners de zekerheid dat hun strijdkrachten niet meer naar het buitenland gezonden konden worden om daar te vechten. Hun pacifistische grondwet verbood dat. Gisteren kwam daaraan een einde met de omstreden aankondiging van Abe dat diezelfde constitutie voortaan op een andere manier zal worden uitgelegd. Het betekent een historische wijziging van het naoorlogse Japanse veiligheidsbeleid, die veel Japanners hevig verontrust.

Hoewel er beperkingen zijn, kunnen Japanse strijdkrachten nu aan VN-vredesoperaties deelnemen of worden uitgezonden naar zogenaamde ‘grijze zone’ situaties, waar zich conflicten hebben ontwikkeld die niet zijn uitgelopen op volwaardige oorlogen. Voorstanders zeggen dat deze verandering noodzakelijk is in een tijd van toenemende spanningen in Azië. Ze doelen daarbij vooral op de snelle opkomst van China, dat zich ook op militair gebied steeds meer laat gelden. China en Japan betwisten elkaar onder meer de soevereiniteit over een paar onbewoonde eilanden in de Oost-Chinese Zee.

Maar critici maken zich zorgen over het feit dat Japan, nu het een bondgenoot mag bijstaan voor ‘collectieve zelfverdediging’, onder druk van de VS meegesleurd kan worden in een een oorlog.

De grondwet waarin Japan oorlogvoeren voor altijd afzweert, was weliswaar in 1946 door de Amerikaanse bezetter geschreven, maar de meerderheid in Japan is trots op dit opgedrongen pacifisme. Volgens opiniepeilingen zijn meer dan vijftig procent van de Japanners tegen het veranderen van de grondwet.

Achterkamertjespolitiek

Abe wist dat hij ondanks zijn solide meerderheid in het Lagerhuis nooit voldoende steun zou kunnen krijgen om de pacifistische grondwet te herschrijven. Het vereist een meerderheid van tweederde van beide kamers van het parlement, en een meerderheid in een landelijk referendum. Abe besloot daarom de interpretatie te veranderen. Die kon aangenomen worden met een eenvoudige meerderheid in het parlement, een meerderheid die de regerende coalitie heeft. Bovendien was er geen referendum nodig.

Abe’s achterkamertjespolitiek, en het gebrek aan parlementair en publiek debat over deze belangrijke koerswijzing, heeft veel Japanners ontzet. Dit uitte zich op tragische wijze toen zondag een net in het pak gestoken man van rond de zestig zichzelf uit protest in brand stak bij het drukste station van de Japanse hoofdstad.

Niet alleen voor Abe’s ambtswoning maar in het hele land vonden er de laatste dagen grote demonstraties plaats. „Ik ben verontrust over zowel het gebrek aan een democratisch proces als de kans op oorlog”, zei een 36-jarige postdoctorale student bij Abe’s ambtswoning in Tokio. „Ik maak me meer zorgen over Japans militarisme dan een aanval van China.”

„Dit is net een staatsgreep”, meende Takashi Okuyama (53), leraar voor speciaal onderwijs. „We moeten onze stemmen laten horen want de Japanse media tonen nauwelijks wat er gebeurt. De zelfverbranding is vrijwel niet in het nieuws geweest. (Publieke omroep) NHK versloeg het helemaal niet. Mensen die Twitter en Facebook niet gebruiken weten niet eens dat het plaatsvond.”

Niet bang voor China

Okuyama is niet bang voor China, zei hij. „Er zijn mensen die een oorlog willen ontketenen. Maar in plaats daarvan moeten we juist toenadering zoeken tot China om oorlog te voorkomen.”

De crisis die in 2011 plaatsvond in Fukushima heeft volgens Okuyama velen in Japan de ogen geopend. „Het toonde ons hoe we voor de gek werden gehouden.” Het heeft Japanners geleerd hun stem te laten horen meent hij. En hoewel veel Japanners geloven dat demonstraties nutteloos zijn, meent Okuyama dat Japanners juist wel hun mond moeten opendoen. „Omdat Japanners groots protesteerden zijn er al een heel jaar geen atoomcentrales meer herstart.”

Nabij Abe’s ambtswoning stond in de menigte ook een moeder die vier van haar vijf kinderen, van zes tot en met dertien jaar oud, naar de demonstratie had meegenomen. „Ik wilde dat ze deze historische gebeurtenis meemaakten”, legde ze uit. Haar 13-jarige zoon zei dat hij bang was in de toekomst te moeten vechten. „Ik wil dat niet”, zei de jongen. Zijn woorden verdronken bijna in het geschreeuw van de duizenden demonstranten en het gedreun van honderden trommels.