Vrouwenhand

De spelersvrouwen zaten tijdens de uitlooptraining op de tribune en ik moest aan een bokser uit een film denken. Aan Jake LaMotta, in Raging Bull (1980).

LaMotta was een man voor het totalemensprincipe à la Van Gaal. De bokser uit The Bronx – levensecht vertolkt door Robert De Niro – maakt zich op voor een titelgevecht. Hij traint zich kapot in de gym. Rond de spieren is geen gram vet te vinden.

Bij een bokser in een film hoort een meisje. Jake heeft Vickie, een fladderende flirt die wild is van het boksbeest.

Een scène: Jake ligt na het trainen op bed. Ik herinner me vaag een half openstaand zijden kledingstuk van Vickie. Ze zoent de schaafwonden in het gezicht van de bokser. Hij laat het zich welgevallen. Haar hand schuift langzaam naar zijn kruis. Dan weert de bokser bruusk af. Ho. Stop. Enough.

De totale mens LaMotta wilde geen totale seks. Niet goed voor zijn focus op het komende gevecht.

Het is een principe van bondscoach Van Gaal om de spelers alles te geven waardoor ze zich goed voelen. Daarom holden de kinderen van Kuyt en Van Persie op het trainingsveld achter een bal aan.

’s Avonds waren de spelers vrij. Ze gingen kijken naar Duitsland-Algerije, was het plan. Het zoveelste potje voetbal op tv. Een vrouwenhand ligt in de buurt. Een kusje. Een prikkende vinger in een sixpack, een aai door het haar. Laten we zeggen, het totalemensprincipe tussen voetballer en vrouw.

De speler denkt aan zaterdag. Ondertussen ligt de vrouwenhand niet stil. Waar stokt de losheid van de lover en spelen de neurotische trekjes van de voetballer op?

Wanneer is het ‘ho’ en ‘stop’?

Met LaMotta liep het slecht af. Zijn bokscarrière raakte in het slop. Het ging uit met Vickie. De kampioen eindigde als een moddervette grappenmaker in zijn eigen nachtclub.

Zover is het nog lang niet met de jongens in Brazilië. Het zijn totalemensvoetballers en Van Gaal houdt ze bij de les.