Theatraal oké, maar een schwalbe was het niet volgens Robben

Overdreven vallen is een onuitroeibaar fenomeen in het voetbal. Strafschop? „Duidelijk.”

De zwaluw krijgt dus geen staartje en bovendien: het was ook helemaal geen schwalbe volgens Arjen Robben zelf. De buiteling van de aanvaller betekende de nekslag voor Mexico, vandaar de woede aldaar, maar in het Nederlandse trainingskamp in Rio de Janeiro toonde de veronderstelde fraudeur, Robben, zich gisteren van geen kwaad bewust. De FIFA grijpt ook niet in, zo stelde de wereldvoetbalbond in een reactie. Dat was wel te voorzien: een fopduik is maar een licht vergrijp, uiteindelijk, hoe groot de gevolgen ook kunnen zijn. Gele kaart maximaal.

Robben hoefde gisteren maar even in de verdediging en dat deed hij met grote stelligheid. Na een statement van de KNVB dat Robbens excuses na de wedstrijd een eerdere duikeling betroffen, en dus niet de val in de slotminuten van de achtste finale die Oranje een penalty opleverde, verklaarde Robben ’s middags aan de verzamelde internationale media in Estádio da Gávea dat hij wel degelijk geraakt was door de Mexicaan Rafa Márquez. „Er waren twee duidelijke penalty-situaties waarvan er eentje gegeven werd, daarover is volgens mij geen discussie mogelijk.”

Al met al heeft Nederland toch weer een WK-moment van kwestieuze aard. Het zijn net mensen, de Oranje-internationals, zeker niet zonder zonden. De trap van Nigel de Jong, onopzettelijk of niet, tegen de borst van Xabi Alonso in de WK-finale van 2010, was beeldbepalend. Opiniemakers in het voetbal oordeelden dat Nederland hard was. En nu? Is Oranje vals? Robben sprak gisteren van een „duidelijke” penalty, en dat is wat overdreven, maar hij zal vast iets gevoeld hebben waardoor liggen in zijn ogen gerechtvaardigd was.

Niettemin zal de geur van schwalbe, ooit „een beetje de kanker van de sport” genoemd door vicevoorzitter Jim Boyce van de FIFA, altijd rond de beslissende penalty van Klaas-Jan Huntelaar blijven hangen. Hoe sterk de krachttoer ook was die Oranje aan het slot van de wedstrijd in het bloedhete Fortaleza naar de kwartfinale bracht. Robben zei gisteren op een gegeven moment dat hij er wel genoeg over gezegd had, en ging over tot de orde van de dag: over teamspirit, over de aderlating die het wegvallen van Nigel de Jong is.

Hoe de beeldvorming rond het incident zich verder zal ontwikkelen, en wat dat er toe doet, is voor fijnproevers en scherpslijpers. Robben heeft zich in ieder geval niet verscholen en de vlucht naar voren gekozen in de persconferentie. Bovendien: de ingreep van Márquez op de achterlijn was ook niet handig, kan je zeggen. Of het een overtreding was, tja. Wellicht denken scheidsrechters nog een keer extra na als Robben weer ergens bij betrokken is.

De afkeur over zijn val ‘omhoog’ is wel eensluidend. Maar ook dat vallen heeft een reden: veel aanvallers accentueren overtredingen die op hen gemaakt worden met spectaculair vallen of rollen, iets wat Robben dus met zijn theatrale gang naar de grond dus minimaal deed. Is dat erg? Overtreding is immers overtreding, ongeacht de reactie van het slachtoffer. Er zijn spelers die het een doodnormale zaak vinden om gewoon het optimale resultaat voor je team binnen te slepen, iets waarvoor je bij een club toch op de loonlijst staat. Aandikken hoort er dan bij. Overdreven vallen is een onuitroeibaar fenomeen.

Robben werd dit jaar nog bekritiseerd door Arsenal-coach Arsène Wenger – „Robben is een diver” – na de confrontatie in de Champions League tegen Bayern München. Dat begon volgens de verliezende trainer al in de heenwedstrijd, toen Bayern een penalty kreeg na een overtreding van Wojtsjech Szczesny – die daarvoor de rode kaart kreeg. Robben zei daar later over dat hij juist zo opsprong omdat de keeper gevaarlijk richting zijn standbeen zeilde, met dus die wat overdreven aandoende draai tot gevolg. „Als ik niet opgesprongen was had ik hier nu niet gestaan”, zei hij de week daarop bij een samenzijn met Oranje. En mogelijk ook niet op het WK.

Intussen doet de Youtube-compilatie van zijn al dan niet fopduiken bij vlagen lachwekkend aan. Ja, Robben heeft er een handje van. Dat gaf hij ook toe, zondag al na de wedstrijd. Maar dat ging dus over een eerdere duik, die dus wel echt een fopduik was. „Ik moet dat niet meer doen.”