Strijder tegen de DDR, met kaarsen en gebeden

Christian Führer (1943-2014)

Mensenrechtenactivist DDR

Volgens de burgemeester van Leipzig durfde de lutherse dominee „het onmogelijke te geloven”. Hij noemde hem „een voorbeeld voor de stad”.

Een van de leidende figuren achter de geweldloze omwenteling die in november 1989 een einde maakte aan de communistische dwangstaat DDR, mensenrechtenactivist Christian Führer, is gisteren op 71 jarige leeftijd in Leipzig overleden. Führer organiseerde sinds september 1982 in de Nicolaikerk in Leipzig, waar hij predikant was, elke maandag vredesgebeden. Later groeiden die uit tot de massale demonstraties die bijdroegen aan de val van het bewind.

In zijn karakteristieke spijkerpak, die de band tussen het altaar en de straat moest symboliseren, opende hij de deuren van zijn lutherse kerk voor alle gezindten. In 1986 liet hij borden ophangen met de tekst ‘Nicolaikerk – open voor allen’. De kerk werd een toevluchtsoord van burgers die naar het Westen wilden uitreizen.

Tientallen agenten van de Stasi, de repressieve staatsveiligheidsdienst, zetten Führer onder druk om de vredesgebeden te staken of te verplaatsen naar de rand van de stad. De predikant, die overigens samenwerkte met geestelijken van andere kerken, gaf daar niet aan toe. Later vertelde hij dat hij wel in angst gezeten had.

De moedigsten onder de deelnemers van de vredesgebeden gingen aansluitend naar buiten om te demonstreren. De kleine groepjes werden direct opgepakt. Maar het aantal deelnemers nam alleen maar toe. De kwestie werd op de spits gedreven toen op 9 oktober 1989 zo’n vijfhonderd plaatsen in de kerk werden gevuld door Stasi-agenten, militairen in burger, en zogeheten ‘strijdgroepen van de arbeidersklasse’. Führer heette ook hen van harte welkom. Achteraf zei hij: „Ik heb het altijd als positief gezien dat de talrijke Stasimedewerkers maandag na maandag de zaligsprekingen van de Bergrede aanhoorden.”

Hij geloofde dat de woorden van het evangelie hun uitwerking zouden hebben. Toen de mensen na de dienst naar buiten kwamen werden zij opgewacht door een menigte van tienduizenden mensen, velen met brandende kaarsen in de handen. Ofschoon velen vreesden voor bloedig ingrijpen door de autoriteiten, trok vervolgens een vreedzame mars door Leipzig. Dat werd gezien als de capitulatie van de DDR-leiding.

De predikant bleef na de val van de Muur lastig voor zichzelf en de overheid. Hij zette zich met name in voor mensen die in het nauw kwamen door de economisch zware tijden na de Duitse hereniging en organiseerde demonstraties tegen uiteenlopende mistanden. Führer vroeg in 2002 patent aan op de kreet ‘Wir sind das Volk’, om misbruik door extreemrechtse groepen te verhinderen.

Op de website Zeit-Online reageren veel mensen vandaag door de betekenis van Führer af te zetten tegen die van bondspresident Joachim Gauck, die ook predikant was in de voormalige DDR. Met name diens recente uitlatingen dat tegen mensenrechtenschendingen in de wereld desnoods met geweld moet worden opgetreden, wordt verworpen. „Beste Duitsers, jullie hebben de verkeerde predikant tot bondspresident gemaakt”, schrijft iemand.

Führer ontving vele prijzen, maar het mooiste monument is, volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung, de roman Nicolaikirche van Erich Loest. Hij laat een Stasi-officier zeggen: „Op alles waren wij voorbereid, maar niet op kaarsen en gebeden.”