Stop met schieten op generatie Y

De generatie van na 1980 wordt van alles verweten. Gevoelig voor burn-outs, niet gewend aan tegenslag, dure koffie drinken. Suf, zegtJozien Wijkhuijs.

Vanochtend stond ik op en constateerde dat ik wederom bovengemiddeld narcistisch was. Ik opende mijn laptop en verdomd, ik leefde inderdaad in de illusie dat de mensen op Facebook mijn echte vrienden zijn. Met het kopen van een duur kopje koffie op het station (uiteraard omdat ik te verwend ben om mijn eigen koffie te zetten) bevestigde ik dat ik financieel ongeletterd ben. Uiteindelijk, toen ik in de trein opkeek van mijn vermaledijde schermpje, bleken er ineens allemaal mensen om mij heen te zitten die ik aan kon kijken en met wie ik zou moeten praten. Ik weet namelijk niet meer wat analoog intermenselijk contact is en hoe ik een daadwerkelijke relatie met iemand moet onderhouden.

Veel tijdschriften en kranten maken zich er schuldig aan: het vrij schieten op wat we de ‘Generatie Y’ zijn gaan noemen, ook wel de ‘Millennials’. Deze groep omvat grofweg iedereen die na 1980 is geboren. Er is een generatie-Y-Wikipediapagina die stelt dat de groep uitblinkt in ondernemerschap, klantgerichtheid, besluitvaardigheid, omgevingsbewustzijn en initiatief. Het is niet alleen maar feest, want: ‘De generatie Y is gevoelig voor burn-out en heeft daarom behoefte aan terugkoppeling’. Dat u het even weet.

Lekker je hart volgen

Er zijn talloze artikelen verschenen die de problemen met generatie Y tot op de draad ontrafelen. Zo schreef Elsevier: „Veel mensen hebben […] het gevoel dat sociale contacten oppervlakkiger worden en ze steeds minder aan elkaar hebben.” En Folia Magazine tekende op: „De constante interruptie van gepiep en gezoem is de dood in de pot voor het ontwikkelen van intieme gesprekken.” Volkskrant Magazine schepte een doembeeld van onze financiële kennis en verwachtingen in het leven: „We zijn kinderen van ouders die begrippen als ‘je hart volgen’ en ‘je passie zoeken’ zelf introduceerden en daarnaar begonnen te leven. We zijn door hen verwend, zowel met geld als met geluk.” Daarnaast spreekt de auteur van het artikel over „de tragiek van hoogopgeleide kinderen van middenklasse-ouders.” En regelmatig worden er boude beweringen als absolute waarheid verkocht: „De generatie Y is niet gewend aan tegenslag.” Ook in nrc.next stond: „Een generatie vol optimisten zal in realisten moeten veranderen.”

Bitterzoet leedvermaak

Er zit in al deze clichématige stukken een niet te miskennen kern van waarheid. Daarnaast doet de vroeger-was-alles-beter-gedachte het al sinds jaar en dag goed bij de vorige generaties, dus kunnen de publicaties waarschijnlijk op bovengemiddeld veel bijval rekenen. De jeugd groeit immers al tweeduizend jaar op voor galg en rad. De crisis biedt echter een extra invalshoek voor dit verhaal. De individuen die generatie Y voortbrengt zijn de eersten sinds de oorlog die het niet beter krijgen dan hun ouders. Uit alle stukken klinkt een verwrongen medelijden. Kijk nou toch, de twintigers en dertigers van nu, je zou er maar bijhoren. Bitterzoet leedvermaak voor de gewone man.

De mensen die tot lijdend voorwerp worden gemaakt, de ‘Millennials’ zelf, krijgen zo iedere dag een krantenkop bij het ontbijt waarin staat wat ze zijn, zouden moeten zijn, of nooit zullen kunnen zijn. Niet alleen herkennen velen zich niet in het beeld dat de media schept, het verlamt degenen die zich laten verlammen en zet kwaad bloed bij degenen die zich niet uit het veld laten slaan. En, bovenal: het herhaalt zich nu al een aantal jaar, we hebben alles al gehoord. In 2010 schreef Rutger Lemm al: „Waar komt deze obsessie vandaan? Waarom frustreert het de samenleving zo dat mijn generatie zo moeilijk te vangen is?” Misschien is dat het wel. We zijn moeilijk in een hokje te plaatsen, hebben geen gemene deler behalve dat we in tijden van crisis er het beste van maken. We krijgen alle kansen van de wereld, velen lukt het om die ten volle te benutten en daarnaast ook nog een beetje van het leven te genieten. Het gaat helemaal zo slecht niet met ons – ook dat mag wel eens gezegd worden.