Naaktfietsen

In sommige landen is fietsen een pleidooi voor gezond en milieuvriendelijk leven. In Nederland is zelfs naakt op de fiets nauwelijks een statement. Zaterdagmiddag reden zo’n 65 blote fietsers door Amsterdam. Tussen het Leidseplein en het Vondelpark kwam ik hen tegemoet, haakte aan in de stoet, achter een rij divers gevormde billen op zadels. Het aanzicht deed denken aan No. 4 (Bottoms), een experimentele film van Yoko Ono, waarin een reeks lopende mensen wordt getoond, dicht ingezoomd op hun bewegende billen.

Wat onbeschermd aan de achterkant zit, komt langzaam maar zeker op de voorgrond, wordt een eigen personage, het bewegende vlees lijkt een pratende mond. Ono maakte de film als vredesprotest en in plaats van handtekeningen verzamelde ze billen.

De Naked Bike Ride wordt wereldwijd georganiseerd om aandacht te vragen voor de kwetsbare deelnemers in het verkeer – fietsers, wandelaars. Een man met een oranje gespoten snor heeft zijn fiets met bloemen en leuzen versierd: ‘Less gas, more ass’.

„In Nederland is de opkomst altijd laag”, vertelt een van de organisatoren. Ik ben naast hem gaan fietsen. Om zijn naakte lichaam bungelt een walkietalkie. Door zijn eikel zit een piercing. In Londen, bijvoorbeeld, is de opkomst enorm. Fietsers zijn daar minder geaccepteerd in het verkeer.

„Ook het naakte aspect is in Nederland niet zo bijzonder.” Het zijn vooral toeristen die foto’s maken van de stoet. Toch hangt het ervan af hoe vaak en waar je bloot wil zijn.

De organisator zou het liefst geheel naakt leven, ook buiten de deur. „Een utopie”, zegt hij zelf, al is er geen wet die het verbiedt om naakt te zijn. Maar de paar keer dat hij zomaar bloot de straat op ging, werd hij aangehouden. De politie kan hem niet bekeuren of arresteren, maar hij moet wel gehoorzamen wanneer ze hem vragen iets aan te trekken.

Op het Museumplein wordt een groepsfoto gemaakt. De fotograaf (gekleed) staat op een keukentrap met een megafoon. „Jij”, hij wijst de groep in, „iets naar links.” Ze stappen allemaal opzij. Zonder kleding is het ietwat lastig regisseren. „Meneer met de bril”, vervolgt hij. Zeker de helft reageert, de meesten zijn grijs en kalend, hun huiden egaal gebruind. Ik vraag me af welk volgend kenmerk hij zal noemen.

De man met de oranje snor betreurt het dat er zo weinig vrouwen meedoen. Hij wijt het aan dezelfde reden als waarom we gekleed gaan: schaamte en onzekerheid. „Het naakt dat je overal tegenkomt, is geairbrusht. Er worden zoveel waanbeelden gecreëerd over hoe een lichaam eruit moet zien. Dat is niet gezond.”

Voor hemzelf was het al vroeg een uitgemaakte zaak. Kreeg hij als kind een pyjama aan, dan trok hij die ’s nachts in zijn slaap uit. Hij spreidt zijn armen, toont natte okselharen: „Dit is wie ik ben.” Wel naakt, niet kwetsbaar.