Moezdalifa (15) zit nog steeds vast

Moezdalifa, een meisje van 15 uit Hilversum, vertrekt opeens naar Syrië. Net op tijd wordt ze op het vliegveld van Düsseldorf gevonden. Maar dan verdwijnt ze opnieuw van de radar.

Terwijl Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Dick Schoof gisteren zijn zorg uitte over Nederlandse Syriëstrijders, stond ik me in Hilversum zorgen te maken over Moezdalifa. Vorige week schreef ik over haar. Haar broer Kamal vertelde hoe de familie de politie had gebeld. En toen ze was gevonden zei een politiewoordvoerder dat Moezdalifa eerst „een aantal mensen” moest uitleggen wat er was gebeurd.

Maar hoelang mag zoiets eigenlijk duren als er geen strafbare feiten zijn gepleegd? Ik wilde weten hoe het afliep. Alleen hield Moezdalifa’s broer ineens nogal assertief elk contact af. En de politiewoordvoerders Midden-Nederland verwezen me dagenlang net iets te behendig naar steeds weer nieuwe collega’s die „inmiddels op het dossier” zouden zitten.

Dus waar was Moezdalifa?

Afgelopen zondagnacht stuurde haar broer me opeens een opmerkelijke sms: de familie noemde de school van Moezdalifa nu „medeplichtig” aan haar wens naar Syrië te gaan. Docenten zouden haar „getreiterd” hebben omdat zij een ghimaar wilde dragen (de zwarte bijna-boerka die neus en mond bedekt). Een docent zou zelfs plakband over haar mond hebben geplakt.

Ik belde de broer terug: weer geen reactie.

Was dit misschien wraak van de familie op de directeur van de Gooise Praktijkschool, Erna van Dijk, die zaterdag in De Gooi- en Eemlander nogal loslippig bevestigde dat haar leerling naar Syrië wilde?

Bij haar mocht ik langskomen. Een praktijkschool is voor kinderen die het vmbo niet aankunnen. Van Dijk vertelde dat Moezdalifa’s ghimaar, die ze dit jaar opeens ging dragen, inderdaad een probleem was. Gezichtsbedekking is binnen de hele Hilversumse scholenfederatie verboden. En de wijde mouwen waren te gevaarlijk bij de lessen koken en techniek. Maar Moezdalifa’s moeder en broer waren nog op school gekomen en leken dat te begrijpen.

En het plakband? „Dat zou absurd zijn, dat is gewoon niet waar.”

Toen onthulde Van Dijk terloops weer nieuws: dat Moezdalifa deze week bij een nieuwe school was ingeschreven. Niet in Hilversum. Dat hadden „bevoegde instanties’ meegedeeld. Meer mocht ze niet zeggen.

Dus waar was Moezdalifa?

Pas toen ik de politie gistermiddag aankondigde te zullen opschrijven dat Moezdalifa in een zorgelijke situatie leek beland, kwam via woordvoerder Thomas Aling na dagen aandringen een – nogal ambtelijk – antwoord: „We hebben haar opgevangen niet zijnde thuis.” Waarom? „Omdat we onderzoeken wat er is gebeurd.”

Moezdalifa bleek „via de Raad voor de Kinderbescherming” vastgezet „in een afdeling waar ze niet uit kan”. Een jeugdgevangenis? „Daar ga ik niets over zeggen.” Een gastgezin, een psychiatrische kliniek? „Ze zit op een plek waar ze niet uit kan uit eigen beweging.”

Had Moezdalifa intussen geen advocaat nodig? „Ze is geen verdachte.” Dus ze heeft geen advocaat? „Dat is correct.”

Samengevat: Moezdalifa, een kwetsbaar meisje van 15 jaar, mag niet naar school en wordt nu al acht dagen vastgehouden en door de politie gehoord, omdat we vrezen voor terreurdreiging.

Hoeveel kinderen eigenlijk nog meer?