Kritiek op Saoedi-Arabië wordt juist plicht

Nieuw grondwetsartikel verplicht tot bekritiseren van perfide regime in Riad, menen Paul Cliteur en Adjiedj Bakas.

Vice-premier Lodewijk Asscher lichtte onlangs toe dat in de Nederlandse grondwet komt te staan dat Nederland een democratische rechtsstaat is. Nog vóór artikel 1 wil het kabinet de bepaling opnemen: „De grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”. Het kabinet lichtte verder toe dat in de internationale rechtsorde de ‘drieslag’ democratie-rechtsstaat-mensrechten de standaard is.

Dat laatste is natuurlijk niet helemaal waar. Er zijn landen waar al die mooie idealen niets betekenen. En dat is nu juist het land waar het Nederlandse bedrijfsleven zo graag zaken mee doet: Saoedi-Arabië. Toen die handel in gevaar dreigde te komen was minister Timmermans van buitenlandse zaken zelfs van plan af te reizen naar Riad om zoals dat werd genoemd „plooien glad te strijken”. Ook de directeur-generaal politieke zaken Wim Geerts was al naar de Saoedische hoofdstad gestuurd.

Mogen we aannemen dat straks zoiets niet meer gebeurt als het nieuwe grondwetsartikel is ingevoerd? Of reist Timmermans dan alleen nog naar Saoedi-Arabië om de Saoediërs te onderhouden over de drieslag democratie-rechtsstaat-mensenrechten die overal de standaard is?

Zoals alle rapporten van mensenrechtenorganisaties en NGO’s aantonen, is Saoedi-Arabië een land waar de mensenrechtensituatie erbarmelijk is. Misschien wel een van de slechtste op aarde. Dat valt te lezen in Freedom of Thought 2013. A Global Report on Discrimination against Humanists, Atheists and the Nonreligious (2013), in Silenced: how apostasy and blasphemy codes are choking freedom worldwide (2011) van Paul Marshall en Nina Shea, in de rapporten van Amnesty International en in publicaties van vele andere organisaties.

Er bestaat geen vrijheid van godsdienst, geen vrijheid van expressie, geen democratie, geen scheiding van kerk en staat. Godslastering en geloofsafval (apostasie) worden met de dood bestraft. Voor in westerse ogen onschuldige (zij het onnozele) activiteiten als ‘hekserij’ en ‘tovenarij’ worden mensen onthoofd of gekruisigd. Politieke partijen zijn verboden, net als vakbonden. De koning benoemt rechters en treedt zelf op als hoogste rechterlijke instantie wanneer de vonnissen hem niet bevallen. Rechtsbijstand is nagenoeg afwezig. Er bestaat een zeer effectieve censuur en zelfcensuur. De officiële staatsreligie, het Wahabisme, is een van de strengste en onderdrukkendste vormen van religiositeit die in de wereld voorkomen. Vrouwen, homoseksuelen en ongelovigen hebben een positie die lager is dan die van een huisdier. Ook zogenaamde polytheïstische godsdiensten worden zwaar aangepakt, maar zelfs vermeend dissidente stromingen binnen de islam hebben het moeilijk (de ongeveer 10 procent Shi’ieten of 1 procent Ismaili-moslims).

Informatie over de fantasiedelicten die men in Saoedi-Arabië bedenkt om mensen op het centrale plein in Riad te onthoofden is slechts in geringe mate voorhanden, want de alomtegenwoordige Saoedische censuur houdt informatie buiten. Het Deeraplein, waar na het wekelijkse vrijdaggebed de onthoofdingen plaatsvinden (afgelopen jaar minstens 79), staat ook bekend als Chop Chop Square. Niettemin sijpelt in het internettijdperk zo nu en dan informatie door. Zoals over de drieëntwintigjarige blogger Hamza Kashgari die in 2012 van blasfemie werd beschuldigd. Hij werd gearresteerd maar probeerde naar Nieuw-Zeeland te ontvluchten. Tijdens een overstap in Maleisië werd hij opgepakt en teruggestuurd naar Saoedi-Arabië. Na vernederende excuses door zijn familie werd Kashgari in oktober 2013 vrijgelaten. Hij houdt zich nu getraumatiseerd en geïntimideerd rustig. ‘Hij kwam met de schrik vrij’, zoals we zeggen in rond Nederlands.

Anderen zijn minder gelukkig, zoals de in 1992 publiekelijk onthoofde Sadeq Kareem Malallah (1970-1992) die zich net als Kashgari voor genade tot de toenmalige koning Fahd had gewend. Tevergeefs. Hij werd onthoofd op aanklacht van blasfemie en apostasie (wat zo ongeveer de gronden zijn waarop nagenoeg iedereen kan worden opgepakt en gestraft).

De lijst van op deze gronden bestrafte mensen is lang en de ruimte in dit artikel beperkt, maar één ding is zeker: het zijn onderwerpen die volstrekt onbespreekbaar zijn voor onze minister om in Riad ter tafel te brengen. Het aan de orde stellen van een van de ter dood veroordeelden die vastzitten in afwachting van hun behandeling op Chop Chop Plein zou onze minister op meer handelboycots komen te staan dan Geert Wilders bij elkaar kan stickeren.

Het nieuwe grondwetsartikel gaat ons dus veel geld kosten. Problematisch is dat het voor Timmermans en Asscher moeilijk zal worden om Nederlandse parlementariërs kritisch te bejegenen wanneer die Saoedi-Arabië kritiseren. Is niet kritiek op Saoedi-Arabië de hoogste grondwettelijke plicht? Onlangs noemde minister Asscher kritische uitspraken van de volksvertegenwoordiger Wilders over Saoedi-Arabië walgelijk. Maar zou hij met het nieuwe grondwetsartikel kritiek op Saoedi-Arabië niet eigenlijk moeten aanmoedigen?

Een probleem met het nieuwe grondwetsartikel is ook dat een onderdeel van democratie is dat Kamerleden de regering kritisch volgen. En niet dat de regering Kamerleden bekritiseert. Dat laatste is nu juist het systeem van Saoedi-Arabië waar men zich aan de drieslag niets gelegen laat liggen. Kortom, met dit nieuwe grondwetsartikel gaat het nog heel spannend worden.