Koppige premier Maliki wankelt maar wijkt niet

In Irak en in het buitenland neemt de roep om een regering van nationale eenheid toe. Maar premier Maliki voelt er niets voor.

Terwijl Irak steeds verder desintegreert, zijn alle ogen gericht op één man: de shi’itische premier Nouri al-Maliki. De huidige crisis is voor een belangrijk deel aan hem te wijten. Hij heeft de sunnitische minderheid zo gemarginaliseerd, dat een opstand niet kon uitblijven. Hij heeft de Koerden volkomen van zich vervreemd. En hij heeft de militaire bevelstructuur dusdanig gecorrumpeerd en ondergraven, dat het leger uiteenviel toen de extremisten oprukten.

Velen denken dat een opdeling van Irak alleen kan worden voorkomen met een andere premier. Daarom staat Maliki onder enorme nationale en internationale druk om concessies te doen of plaats te maken voor een ander. Maar het is zeer de vraag of hij zal wijken. Want Maliki staat bekend als een sluwe machiavellist, die koppig vasthoudt aan de macht.

De druk nam vrijdag verder toe toen ayatollah Ali al-Sistani zijn gezag deed gelden. Sistani is de invloedrijkste shi’itische geestelijke van Irak, die een haast mythische status heeft onder zijn miljoenen volgelingen. Tijdens het vrijdaggebed riep hij politici op binnen vier dagen een nieuwe regering te vormen die in staat is de Irakezen te verenigen. Sistani noemde Maliki’s naam niet. Maar zijn woorden werden alom geïnterpreteerd als een diskwalificatie van de man die zoveel verdeeldheid heeft gezaaid.

Sistani hoopte dat zijn aansporing zou leiden tot overeenstemming voordat het parlement vandaag voor het eerst bijeenkomt sinds de verkiezingen van 30 april. Het parlement moet eerst een nieuwe voorzitter kiezen (een sunniet), daarna een president (een Koerd), en ten slotte een nieuwe premier (een shi’iet). Maar dit proces kan maanden in beslag nemen. Na de vorige verkiezingen in 2010 duurde het tien maanden voordat Maliki een coalitie had gevormd.

Zoveel tijd is er nu niet, gezien de opmars van sunnitische opstandelingen die de hoofdstad Bagdad tot op 70 kilometer zijn genaderd. De oproep van Sistani – die overigens werd voorgelezen door een vertegenwoordiger, omdat de bejaarde geestelijke zelf nauwelijks in het openbaar verschijnt – leidde tot intensief overleg tussen de politieke facties. Maar nog zonder resultaat.

De shi’itische tegenstanders van Maliki hebben gezworen samen met de sunnieten en de Koerden een coalitie te vormen. Verschillende mensen worden genoemd als potentiële opvolgers van Maliki. Maar het is niet de eerste keer dat ze proberen om hem langs grondwettelijke weg af te zetten. Eerdere pogingen strandden op het onvermogen van de partijen om het eens te worden over een kandidaat.

Maliki heeft woedend gereageerd op de pogingen hem aan de kant te schuiven. Degenen die hem onder druk zetten om af te treden beschuldigde hij van samenwerking met de moslimextremisten en de restanten van Saddam Husseins Ba’athpartij die de opstand leiden.

Sommigen hebben aangedrongen op een regering van nationale eenheid, in de hoop dat dit zal leiden tot verzoening met de sunnieten en de Koerden. Ook de Amerikanen dringen daar krachtig op aan. Maar Maliki wil daar niets van weten. Hij ziet een eenheidsregering als een „coup tegen de grondwet en een poging de democratie te beëindigen”.

Hij houdt vast aan zijn recht een regering te vormen na de verkiezingen. Zijn partijalliantie werd immers verruit de grootste met 92 van de 328 zetels in het parlement. Als hij 73 parlementariërs van andere partijen kan overhalen om hem te steunen, dan kan hij een regering vormen. Maar dat lijkt op dit moment een onmogelijke opgave. De andere shi’itische partijen willen Maliki weg hebben, de Koerden zijn ook niet blij met hem, en op steun van de sunnitische partijen hoeft hij al helemaal niet te rekenen.

Vooral de breuk met de Koerden is pijnlijk voor Maliki. Voorheen kon hij nog wel op hen rekenen bij de vorming van een regering. De alliantie tussen shi’ieten en Koerden was gebaseerd op een gedeelde geschiedenis van onderdrukking onder Saddam Hussein. Maar door een rwuzie over de verdeling van de olie-inkomsten en zijn autoritaire optreden heeft Maliki de Koerden van zich vervreemd. En nu flirten ze met onafhankelijkheid.

Een andere cruciale factor in dit machtsspel is het shi’itische buurland Iran, dat een belangrijke bondgenoot is van Maliki. Iran steunt de shi’itische milities die gelieerd zijn aan de premier met geld, wapens en training. Hoewel de Iraanse regering haar bedenking heeft bij Maliki, zijn er nog geen tekenen dat ze bereid is hem te laten vallen.

Maar uitgesloten is dat allerminst. „Tot dusverre hebben we Maliki gesteund”, zei een anonieme Iraanse regeringsfunctionaris die dichtbij de opperste leider ayatollah Ali Khamenei staat tegen persbureau Reuters. „Maar aangezien zijn onvermogen om een inclusieve regering te vormen heeft geleid tot chaos in Irak, zal onze steun beperkt en voorwaardelijk zijn.”