Kies de Eerste en de Tweede Kamer tegelijk

Het politieke jaar 2013-2014 eindigt in stijl. Namelijk niet in de Tweede Kamer, die donderdag al zijn laatste vergaderdag voor het zomerreces heeft, maar een paar dagen later in de Eerste Kamer. De senatoren behandelen volgende week de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de laatste grote decentralisatie van het jaar. Deze regelt dat gemeenten vanaf 2015 verantwoordelijk zijn voor wonen, zorg en welzijn van kwetsbare mensen.

Het debat in de Eerste Kamer wordt de slotakte van het Jaar van het vijfpartijenverbond. Tot het Herfstakkoord van oktober vorig jaar werd de politieke situatie gedomineerd door de wankele basis van het kabinet: wel een meerderheid van VVD en PvdA in de Tweede Kamer, niet in de Eerste Kamer. Daarna bleek het mogelijk voor vrijwel alle hervormingen uit het regeerakkoord een brede parlementaire meerderheid te vinden met D66, ChristenUnie en SGP, en incidenteel met GroenLinks (over het afschaffen van de basisbeurs voor studenten). Zelfs het CDA, dat geen punten scoorde in onderhandelingen, stemt in de Eerste Kamer regelmatig mee met hervormingen. Deze week nog met de ‘participatiewet’ die sociale werkplaatsen afschaft. Ook de Wmo zal door de Eerste Kamer komen.

D e bredesteuntactiek van het kabinet was uit nood geboren, en leidde tot de twijfel over de rol van de Eerste Kamer. In het versplinterde politieke landschap met almaar wisselende kiezersvoorkeuren is de kans groot dat meerderheden in Eerste en Tweede Kamer vaker uit elkaar zullen lopen, zo heette het. Regeren werd lastiger: straks zijn misschien wel zeven partijen nodig voor een meerderheid in beide Kamers. En de Eerste Kamer dreigde volgens critici zoals de VVD-leider in de Tweede Kamer, Halbe Zijlstra, een ‘kopie’ te worden van de politieke arena aan de overkant.

Dat valt mee: sinds het Herfstakkoord gaat het debat onder senatoren nog steeds vooral over kwaliteit en consistentie van wetgeving. Politici van met name de regeringspartijen tonen zich nu juist gelukkig met de ‘constellatie’. Hoe meer partijen meedoen, des te steviger het draagvlak voor hervormingen. „Het is chaotisch,” stelde PvdA-leider Samsom vorige week in Vrij Nederland vast, „maar het vliegt”.

Intussen weet iedereen in Den Haag dat het volgend jaar alweer voorbij zal zijn met de stabiliteit. De gemeenteraadsverkiezingen en de Europese verkiezingen van 2014 deden de regeringspartijen pijn, maar 2015 is een belangrijker verkiezingsjaar. Na de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart kiezen die een nieuwe Eerste Kamer. Dan veranderen de verhoudingen in Den Haag. Premier Rutte toont zich intern nergens bang voor, na het succes van het afgelopen jaar: als het moet, verkondigt hij, gaat hij na de provinciale verkiezingen met desnoods zeven partijen praten om door te gaan.

Niet iedereen is er zo laconiek over. Halbe Zijlstra hoopt dat het ‘Verbond van Vijf’ het uitzingt tot de geplande Tweede Kamerverkiezingen in 2017. Daarna moet er weer een ‘gewone’ regering komen, die steunt op een vaste meerderheid in beide Kamers. D66-leider Pechtold onderstreept net als de coalitieleiders het belang van stabiel bestuur, maar de koploper in de peilingen noemt de provincialestaten-verkiezingen ook het moment om de balans op te maken over het voortbestaan van het kabinet.

Zo wordt de Eerste Kamer in 2015 opnieuw het centre court van het Binnenhof. Er is één manier om dat te voorkomen: Tweede Kamer en Provinciale Staten (en dus getrapt de Eerste Kamer) tegelijk kiezen, om de kans te vergroten op gelijke meerderheden. Dan kunnen ze daarna elk hun rol spelen, en valt in 2019, als het meezit, alles tegelijk: behalve de provinciale en nationale ook de Europese verkiezingen.