EU-Hof staat energiesubsidie toe, al kan die de concurrentie vervalsen

Een bedrijf dat groene stroom levert aan een EU-land kan geen aanspraak maken op subsidie in dat land.

Producenten van groene stroom kunnen geen beroep doen op subsidieregelingen in Europese landen waaraan zij stroom leveren als ze daar niet gevestigd zijn. Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg, dat EU-wetgeving toetst, vanmorgen bepaald.

Het Hof erkent dat de uitspraak een beperking betekent van het vrije verkeer van goederen, en dus kan leiden tot concurrentievervalsing. Maar die beperking is gerechtvaardigd omdat deze subsidieregelingen helpen om klimaatverandering tegen te gaan en omdat ze een bijdrage leveren aan de bescherming van het milieu.

De verrassende uitspraak is een reactie op een klacht van Ålands Vindkraft. Dit Finse bedrijf voor windenergie levert stroom op de Zweedse markt. Ålands Vindkraft wilde daarom gebruikmaken van een Zweedse subsidieregeling. Zweden weigerde echter te betalen omdat Ålands Vindkraft in Finland gevestigd is. Maar het bedrijf liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter. De Zweedse rechter vroeg daarop het Europees Hof om een principiële uitspraak.

Vorig jaar oordeelde de advocaat-generaal van het Hof, de Fransman Yves Bot, in een vergelijkbare zaak (van de Nederlandse elektriciteitsmaatschappij Essent die in België subsidie aanvroeg) dat er onvoldoende argumenten zijn om buitenlandse bedrijven uit te sluiten van dit soort regelingen. De subsidie is bedoeld om het milieu te beschermen, concludeerde Bot, het maakt daarbij niet uit in welk land het bedrijf gevestigd is dat de subsidie ontvangt.

Het afschaffen van territoriale beperkingen draagt bovendien bij aan het creëren van een gemeenschappelijke Europese energiemarkt. En dat is, zeker gelet op de crisis in Oekraïne, een belangrijke doelstelling van het Europese energiebeleid.

Het Hof volgt deze gedachtegang van de advocaat-generaal echter niet. De subsidie voor groene stroom kan concurrentievervalsend werken, maar dient een hoger doel. Het Hof vreest dat landen hun regelingen afschaffen als ook buitenlandse bedrijven er aanspraak op kunnen maken. Zo dreigde Duitsland mogelijk 8 miljard euro per jaar kwijt te zijn aan subsidie aan Deense en Oostenrijkse stroomleveranciers.