Deloitte-accountant berispt in Ahold-zaak

Accountantskamer honoreert klacht van beleggers die accountant aansprakelijk stellen voor schade door boekhoudfraude bij Ahold.

Ze sloten een „herenakkoord”, accountantskantoor Deloitte en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). In alle beleefdheid, en buiten de publiciteit.

Dat was begin 2008. De VEB wilde toen voorkomen dat een claim tegen Deloitte van gedupeerde beleggers verjaarde. Zij stelde de accountant aansprakelijk voor schade als gevolg van boekhoudfraude bij supermarktconcern Ahold, die in 2003 aan het licht kwam. Deloitte stelde zich inschikkelijk op.

Maar dat herenakkoord was weinig waard, bleek later. Iets waarvoor Roger Dassen, bestuurder van de internationale tak van Deloitte, nu een tuchtmaatregel krijgt opgelegd. Hij heeft het „fundamenteel beginsel van integriteit” veronachtzaamd, oordeelde de Accountantskamer gisteren. De tuchtklacht werd ingediend door tien gedupeerde beleggers.

Dassen was tot 2011 bestuursvoorzitter van Deloitte in Nederland. Behalve bestuurder is hij ook hoogleraar ‘auditing’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deloitte laat in een reactie weten dat Dassen zich „in het geheel niet” herkent in de uitspraak en in hoger beroep gaat.

Kern van de zaak is het subtiele verschil tussen twee rechtsvormen: een besloten vennootschap (bv) en een maatschap. Het Deloitte van nu is een bv. Maar Ahold werd gecontroleerd door maatschap Deloitte Accountants. In 2004 werd Deloitte een bv. Toen verjaring van de claim dreigde, checkte de VEB daarom bij Deloitte of die wel was meegegaan naar de nieuwe rechtsvorm.

Daarover sloten topman Dassen van Deloitte en de VEB mondeling dat herenakkoord, zo blijkt uit de uitspraak. Dat overleg werd gevolgd door een wollige e-mailwisseling tussen beide partijen. „Zou jij mij nog willen bevestigen”, vroeg de advocaat van de VEB op 12 februari 2008 aan de advocaat van Deloitte, „dat Deloitte Accountants BV idd de rechtsopvolger is van de Deloitte entiteit die de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold in de bewuste periode controleerde?” Na wat berichten heen en weer, leek de advocaat van Deloitte dat op 14 februari te bevestigen. „Zoals ik u eerder telefonisch reeds meedeelde is het nog steeds de entiteit Deloitte Accountants B.V. die de zaken van de maatschap Deloitte Accountants voortzet.” In een brief bevestigde Dassen op 18 februari nog eens dat „Deloitte” instemt met de gemaakte afspraken over verjaring – zonder te specificeren of het nou gaat om de bv of de maatschap.

De bevestiging van Deloitte wekte „bij eerste lezing” de indruk dat de bv Deloitte de claim „inderdaad heeft overgenomen”, oordeelt de Accountantskamer. Dat bleek in werkelijkheid niet het geval: „Pas bij nadere lezing blijkt het antwoord nietszeggend.” De accountant heeft zo geprobeerd de VEB te „verleiden” geen afspraken over verjaring te maken met maatschap Deloitte Accountants.

Volgens de Accountantskamer „staat vast” dat Dassen betrokken was bij het overleg met de VEB. Zij geeft een ‘waarschuwing’ – de lichtste van vijf mogelijke tuchtmaatregelen. Dassen schrijft in een verklaring „altijd oprecht” geopereerd te hebben.

Financiële gevolgen heeft de uitspraak niet, zegt VEB-directeur Jan Maarten Slagter – de VEB had op tijd door hoe het werkelijk zat. De procedure waarin gedupeerden proberen geld van Deloitte te eisen, loopt nog.