De playknop is onze nieuwe drug

Na zijn succes als voorman van britpopband Blur trok Damon Albarn zich terug uit het openbare muziekleven en begon hij de ‘virtuele’ band Gorillaz. Nu is hij terug en zingt, als zichzelf, over zichzelf én de maatschappij.

Damon Albarn: „Mijn naam op de hoes, dat schept een verplichting aan de luisteraar.” foto ANP

Wie is Damon Albarn? Hitmuzikant, protestleider, librettoschrijver, vader, obsessief samenwerker met muzikale geestverwanten, van Lou Reed tot Snoop Dogg; ook bekend als voorman van de bands Blur, Gorillaz en The Good, The Bad & The Ugly.

Dat zijn de bezigheden. Blijft de vraag: wie ís Damon Albarn? Want na zijn succes midden jaren negentig als voorman en grondlegger van de britpopband Blur, bekend om de rivaliteit met Oasis en slimme popliedjes als ‘Parklife’ en ‘Song 2’, trok Albarn zich goeddeels terug uit het openbare muziekleven. Zijn eerstvolgende project werd de ‘virtuele’ band Gorillaz, die zich presenteerde met cartoonfiguren van tekenaar Jamie Hewlett in plaats van muzikanten. Vervolgens schreef Albarn drie goed ontvangen opera’s, produceerde hij cd’s, van onder meer soulzanger Bobby Womack, en exploreerde hij de muziekscene van Mali, wat leidde tot een reeks samenwerkingen tussen Britse en Malinese muzikanten. Albarn doet wat hem invalt en werd daarmee een van de aanvoerders van muzikale vernieuwing in Engeland.

Net als de muzikant zelf is ook zijn werkplaats onopvallend. Achter de rommelige pui van een oude fabriek in West-Londen vind je een comfortabel complex van studio, kantoor, badkamer, keuken, alles frivool rood geverfd. De bovenste etage is een relaxruimte met voetbaltafel en piano, en uitzicht op de ringweg.

„Mooi, hè, die stroom auto’s.” Damon Albarn (46) knikt naar de A40. Hij draagt een dichtgeknoopt blauw overhemd over een spijkerbroek en beige Clarks. Een goud ingelegde tand blinkt als hij lacht. Albarn is jongensachtig en alert, steeds reiken zijn handen naar het pakje sigaretten op tafel, maar dan bedenkt hij zich weer.

Damon Albarn over Damon Albarn

Na een carrière van meer dan vijfentwintig jaar maakte Albarn onlangs zijn eerste soloplaat. Voor het eerst staat de naam Damon Albarn op de hoes en concertposters. En waarschijnlijk begon ook Damon Albarn zich inmiddels af te vragen wie Damon Albarn is; vandaar dat hij zichzelf koos als onderwerp van deze solonummers. „Mijn naam op de hoes, dat schept een verplichting aan de luisteraar”, zegt hij. „Ik vond dat ik me op mezelf moest concentreren.”

Uit zijn persoonlijke geschiedenis koos hij een aantal specifieke momenten, toen hij 8 was, of 11, 35 of 43. Aan die ankerpunten haakte hij herinneringen en observaties die op hun beurt aanleiding gaven tot een weemoedige muzikale sfeer; weemoediger dan wat Albarn tot nog toe maakte. In liedjes als ‘Hollow Ponds’ en ‘The Selfish Giant’ mijmert hij over opgroeien in de Oost-Londense wijk Leytonstone, waar hij ging zwemmen in de ‘hollow ponds’ in het park, tijdens de hittegolf van 1976. De woorden tin foil and a lighter in ‘You & Me’ verwijzen naar een korte periode van heroïnegebruik aan het eind van de jaren negentig.

Hij heeft ook maatschappijkritiek

Anders dan bij het opruiende Blur en het elektronische Gorillaz worden de nieuwe nummers begeleid door akoestische instrumenten. De muziek werd soms letterlijk bepaald door het verleden, blijkt uit de gospelzang van het London’s Pentecostal City Mission Church Choir, in nummers als ‘Heavy Seas’ en ‘Mr. Tembo’. „Ik hoorde het koor voor het eerst toen ik zeven was”, zegt Albarn. „Toen stond ik daar als jongen, voor de deur van de kerk, aan het eind van onze straat. Ik durfde niet naar binnen, maar luisterde door de deur naar hun samenzang. Toen ik 45 was, durfde ik eindelijk naar binnen, om het koor uit te nodigen voor onze cd-opname.” We praten over de oorsprong van zijn huidige melancholische stijl. Hij draait zich om naar de piano die achter hem staat. „Als je piano begint te spelen, is dit het eerste wat eruit komt” – zijn handen improviseren mineurakkoorden op de lage toetsen. „Dat klinkt meteen een beetje droevig”, zegt hij. „Ik hou meer van mineur dan van majeur. Maar het onderscheid is minder exact dan je denkt. Elk mineurakkoord is bijna een majeurakkoord, je hoeft slechts een paar noten te veranderen. Ik bedoel: het ligt dicht bij elkaar. Net als in je eigen gemoed.”

Hij klapt de piano dicht. „Hoe het uiteindelijk uitpakt, is een instinctieve keuze.”

Maar al leek zijn solo-cd een persoonlijk werkstuk te worden, Damon Albarn – bekend als milieu- en anti-oorlogsactivist – kan niet lang over zichzelf nadenken zonder ook te denken over de maatschappij als geheel. Zijn terugblik op het verleden bracht hem op ideeën over de werking van het geheugen en vraagstukken als ‘hoe beïnvloeden digitale hulpmiddelen onze herinnering?’ Zo ontstond er een tweede thema voor de cd. De titel werd Everyday Robots, en de eerste zin: We’re everyday robots on our phones. „Ik realiseerde me dat we alles wat we nu meemaken, meteen digitaal opslaan, op film of foto. Alsof je een gebeurtenis en de herinnering eraan tegelijk ervaart. Dus ik vroeg me af: wat is op den duur het effect daarvan?”

De digitale verleiding is overal

Albarn zingt bijna waarschuwend over die fotografeerdwang in ‘Photographs (You Are Taking Now)’. „De digitale verleiding is overal, en die nemen we heel serieus. Ik las pas over een man in Amerika die naar de rechtbank ging omdat hij wilde trouwen met zijn computer.” Hij grijnst breed, de tand blinkt.

Een van de nummers heet ‘Lonely Press Play’. „De playknop op de computer is een nieuwe drug. Zodra je daarop drukt, ontsluit je een oceaan aan mogelijkheden die te maken hebben met muziek, beelden, herinneringen. Internet is een externe versie van de menselijke verbeelding: alles zit erin, beschaafd en minder beschaafd, maar het is er, steeds. Daardoor zie ik het als een ambigu maar krachtig instrument, als een uitbreiding van ons spirituele leven.”

Helpt ‘play’ tegen eenzaamheid? Hij kijkt vertwijfeld, handen reiken naar het sigarettenpakje. „De digitale ontwikkeling stelt ons voor problemen én oplossingen die we tot nog toe niet kenden. Toen ik mijn tienerdochter vertelde over de man die met zijn computer wilde trouwen, zei ze dat ze zich dat goed kon voorstellen.” Hij slaat een hand tegen zijn voorhoofd. „In wat voor wereld leven we? Al die mensen die non-stop vastleggen wat ze meemaken...” Doet hij dat zelf ook? „Ik ben een verzamelaar, ik film en neem geluid op. Maar het afspelen van geluid heeft een ander effect dan dat van beeld. Alleen al omdat geluid onzichtbaar is.” Hij kijkt naar de gestage stroom auto’s op de ringweg. „Ik houd van onzichtbare dingen. Want ik houd van abstractie.” Hij wuift met een hand. „Het geeft afstand. Ik ben een songschrijver, ik houd van afstand. Abstractie is het enige tegengif tegen deze letterlijke, digitale wereld.”

Everyday Robots gaat over Damon Albarn, een man van 46 die de wereld met verwondering bekijkt. Die over zichzelf zingt, met afstand. Die antwoorden wil geven, maar regelmatig het woord ‘ambigu’ gebruikt.

We weten nu wie Damon Albarn is. Bijna.