De beste politicus die hij niet was

Vertrekkende VNO-NCW-voorzitter gold als ‘invloedrijkste Nederlander’.

Wientjes werd gisteren geridderd door premier Mark Rutte (boven). Aanwezig waren ook de voormalige (vice)premiers Gerrit Zalm (linksonder), Hans Wiegel, Ruud Lubbers en Jan Peter Balkenende (rechtsonder, van links naar rechts). Foto’s David van Dam

In een afscheidsmiddag vol complimenten voor VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes viel deze gisteren het meest op, afkomstig van premier Mark Rutte: „Ik ken niemand die zo goed tot tien kan tellen als jij, en steeds maar weer.”

Wientjes’ schuddebuikte van het lachen. Wat Rutte er precies mee bedoelde, was niet helemaal duidelijk: Wientjes’ koopmansgeest? Zijn vasthoudendheid? Rutte zei ook dat Wientjes „nooit een seconde twijfelde” aan zijn eigen opvattingen.

Wientjes was negen jaar het gezicht van de grootste ondernemersvereniging van Nederland en maakt nu plaats voor Hans de Boer. Het Circustheater in Scheveningen was bijna vol, met ondernemers, politici, bestuurders, wetenschappers en leden van de hofhouding van koning Willem-Alexander.

De 71-jarige Wientjes wist al op zijn vijfenzestigste dat hij lang zou doorwerken, zei Rutte. „Je vergeleek jezelf met Horrowitz en Pablo Picasso.” Die gingen ook maar door. Korte stilte en toen: „Ach ja, je moet je met iemand vergelijken natuurlijk.”

Het waren kleine steekjes in een verhaal vol lof. Een beetje onhandig, Wientjes kreeg het er bijna benauwd van, deed Rutte een koninklijke onderscheiding om bij de oud-voorzitter: die is nu Commandeur in de Orde van Oranje Nassau.

De ondernemer

Met Wientjes kreeg de lobbyclub van de grootbedrijven in 2005 een selfmade man aan het hoofd. Zijn voorganger Jacques Schraven, oud-directeur van Shell Nederland, zou aanvankelijk worden opgevolgd door Schiphol-directeur Gerlach Cerfontaine. Maar die wilde uiteindelijk niet. Wientjes ziet zichzelf ook als een „echte ondernemer”, zei hij eens: „Innovatief, gepassioneerd, internationaal georiënteerd.”

Wientjes was 24 toen hij als een-na-oudste van zes kinderen het kunststofproductenbedrijf van zijn doodzieke vader overnam. In 1970 was Ucosan, in het Drentse Roden, het eerste Europese bedrijf dat badkuipen en douchebakken van kunststof produceerde. Een bezoek aan Ucosan hoorde erbij als Haagse politici of ambassadeurs in de regio op bezoek kwamen, zei oud-commissaris van de koningin in Drenthe Wim Meijer gisteren in Scheveningen. Bij zijn bedrijf ontmoette Wientjes begin jaren negentig ook koningin Beatrix. Meijer: „Het was top om te zien hoe hij aan de majesteit uitlegde dat zijn badkuipen geweldig waren.”

Wientjes verkocht het familiebedrijf jaren later aan Villeroy & Boch en werd daar bestuurslid voor hij naar VNO-NCW overstapte. Maar hij had in zijn leven ook zakelijke tegenslagen. Zijn bedrijf brandde ooit af, de matrijzen lagen gelukkig deels elders opgeslagen. Hij verloor privé miljoenen toen hij investeerde in kunststof tuinmeubilair – in een tijd dat iedereen op hardhout overstapte. En zijn oude werkgever Villeroy & Boch heeft Ucosan en Wientjes beschuldigd van prijsafspraken in het verleden, bleek uit een arrest van het Europees Hof van Justitie dat vorige maand opdook. Wientjes ontkende gisteren nog eens, bijna emotioneel, de beschuldigingen. „Er is geen rook, geen vuur”, zei hij.

Met pensioen gaat Wientjes niet. Hij wil weer gaan ondernemen.

De lobbyist

„Ik vind dat we weinig toppolitici hebben in Nederland”, zei Wientjes in 2012 in deze krant. In interviews maakte hij zich boos om de „kneuterigheid” van de discussie over hoofddoekjes en „beschadigende” uitlatingen van PVV-leider Geert Wilders over islamitische landen. Dat wekte ook irritatie bij politici. GroenLinks-senator Tof Thissen: „Johan Cruijff is de beste bondscoach die we nooit hebben gehad. Misschien is Wientjes wel de beste politicus die we nooit hebben gehad.”

Hij beheerste het politieke spel als geen ander, maar wilde niet als politicus neergezet worden. De Volkskrant riep hem vier keer uit tot invloedrijkste Nederlander. Tegen diezelfde krant zei Wientjes dat hij een „rothekel” had aan het woord „macht”. Als echte lobbyist werkte hij achter de schermen en vierde hij successen in stilte. „Dan glunderen we op kantoor”, zei hij. Andersom liet hij zich zelden uit over tegenslagen. Gisteren zei hij: „Ik ben vaak knarsetandend uit overleg gekomen en dan zei ik buiten toch dat ik tevreden was.”

Volgens oud-minister van Financiën Jan Kees de Jager was Wientjes „zo enorm invloedrijk omdat hij altijd het belang van Nederland vooropstelde”. „Je kon met hem afspreken hoe je sámen iets ging bereiken.”

Wientjes had een achterban die hij „extreem loyaal” noemde. „Ik heb nooit, maar dan ook nooit om hoeven kijken of men mij een mes in de rug probeerde te steken.” Het vertrouwen van zijn achterban gaf hem ook ruimte om compromissen te sluiten en successen binnen te halen – in ieder geval op papier: het najaarsakkoord van 2008, de sociaal akkoorden van 2009 en 2013, pensioenakkoorden in 2010 en 2011 en het energieakkoord van 2013. In negen jaar tijd was hij betrokken bij ongeveer tachtig handelsmissies, de laatste in Vietnam en Polen. Een groot deel van zijn voorzitterschap was Nederland in crisis, de economie moest het hebben van export.

Met zijn grootste tegenspeler, FNV-voorzitter Agnes Jongerius, kon Wientjes goed overleggen én goed ruziemaken. In 2009 overspeelde hij zijn hand in de discussie over verhoging van de AOW-leeftijd. Op het laatste moment belde hij SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan om het slot-overleg met hem en de bonden af te breken. Hij voelde meer voor een alternatief kabinetsplan dat een lastenverlichting van 3 à 4 miljard euro voor werkgevers zou opleveren. Jongerius noemde Wientjes „tuig van de richel”.

„We hebben het later uitgepraat”, zegt Jongerius nu. Maar ze bleef op haar hoede. Ze noemt Wientjes een „heel effectieve lobbyist die de gewoonte had om het belang van het bedrijfsleven gelijk te stellen aan het belang van Nederland.” Wat bijvoorbeeld betekende, zegt ze, dat de overheid zich van Wientjes niet moest bemoeien met topbeloningen of een minimumaantal vrouwen in de bedrijfstop. „Dat politici er makkelijk in mee gingen, kun je gebrek aan tegenmacht noemen.” Toen de FNV in 2011 bijna dreigde te scheuren na het pensioenakkoord hield Wientjes zich op de vlakte. De werkgevers hadden niets te winnen bij een versplinterde vakbeweging. Wientjes deed waar hij goed in was: hij telde tot tien, en nog eens.