Colonoscopie

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

‘Heb je die colonoscopie nou nog steeds niet laten doen?”, zegt de dokter tijdens mijn jaarlijkse onderzoek. „Oh”, zeg ik , „eh, dat is er niet van gekomen.”

„Mm”, zegt hij, terwijl hij me indringend aankijkt. „Zeg eens eerlijk. Jij bent helemaal niet van plan dat te gaan doen, hè?”

„Ik zal erover nadenken”, beloof ik.

Iedereen praat hier over zijn colonoscopie alsof zo’n dikkedarmonderzoek even vanzelfsprekend is als een tandartsbezoek. Terwijl het toch allerminst een ingreep betreft om vrolijk van te worden. De dag tevoren niet eten, dan een vies drankje nuttigen, waarna je nogal wat tijd op de wc doorbrengt, om vervolgens een onderzoek te ondergaan in een onderdeel van je lichaam waarover je niet graag praat. Onder verdoving. En dit allemaal zonder dat ik ergens last van heb.

„Het is doodsoorzaak nummer twee, maar geheel te voorkomen door deze test”, had de dokter toegevoegd voor ik vertrok. „Je bent het aan je gezin verplicht.”

Bij navraag blijkt niemand van mijn familie of Nederlandse vrienden ooit een colonoscopie ondergaan te hebben. „Weet je het zeker? Zou je dat wel doen, met die narcose? Is dit iets typisch Amerikaans om hier zo overdreven mee om te gaan?”

Ik voel me echter behoorlijk onder druk gezet. Op internet bekijk ik de live colonoscopie van Katie Couric, mijn favoriete nieuwslezer. Daar ligt ze op haar zij, keurig opgemaakt, in een pastelblauw ziekenhuisjurkje. Half versuft kijkt ze mee naar de beelden van de binnenkant van haar darmen. Het ziet er indrukwekkend uit. Dat vindt ze zelf ook. „Wat heb ik een prachtig colon”, zegt ze glimlachend.

Hier ligt een moedige vrouw met een missie. Ze wil mensen meegeven dat deze procedure best meevalt, en helemaal niet iets is om je voor te schamen. Haar man overleed aan darmkanker, wat niet nodig was geweest als hij zijn onderzoek niet alsmaar had uitgesteld. Het filmpje leidde ertoe dat veel mensen zich lieten testen en het aantal kankergevallen afnam. Het Couric-effect. Angst en schuldgevoel ontwaken meteen in mij. Misschien is het toch allemaal niet zo overdreven als ik dacht. De volgende dag maak ik een afspraak.

Ik haal mijn vriendin over die er net zo tegenaan hikt als ik. Zo kunnen we elkaar halen en brengen, want na de narcose mag je niet rijden. We spreken af dat we daarna lekker samen gaan dineren, als troost.

Ik ben als eerste aan de beurt. Niet eten valt mee, maar het supersterke laxeerdrankje lijkt gebrouwen door een derderangs heks die afgewezen is voor haar rol in Macbeth: een gemeen mengsel van zwaveldamp en helledauw. Jakkes.

Enigszins trillerig zit ik de volgende dag naast mijn vriendin in de wachtkamer. We maken een vrolijke selfie, en dan mag ik naar binnen. Het infuus wordt in mijn arm ingebracht en ik val in een droomloze slaap. Mijn colonoscopie gaat geheel en al aan me voorbij. De uitslag bleek prima.

De volgende middag loop ik, inmiddels ervaren, de wachtkamer weer binnen. Nu is mijn vriendin aan de beurt. Het duurt lang dit keer, veel langer dan bij mij. Eindelijk wordt ze naar me toegereden, onderuitgezakt in een rolstoel. Spierwit.

„Ze hebben nogal wat poliepen weggehaald”, zegt ze, dronken van de narcose. „Ik was maar net op tijd.”

Nadat ik haar thuis heb gebracht, kijk ik nog lang naar de vrolijke selfie, met een mengsel van zorg en opluchting.