Veertig jaar wachten op hét moment

Tennisfotograaf Henk Koster is dit jaar voor de veertigste keer op Wimbledon. „Onvergelijkbaar met welk ander toernooi ook.”

Moeilijke quizvraag, welke Nederlander twee keer Wimbledon won. Betty Stöve haalde drie titels, in vrouwendubbel en mix. Bij de mannen? Richard Krajicek in 1996, Paul Haarhuis-Jacco Eltingh in 1998 de dubbel. Maar twee zeges? Henk Koster is het antwoord. Twee keer maakte hij op de banen van de All England Club de beste foto van het toernooi. „Elke dag sturen 150 fotografen hun beste werk in, je hebt dagprijzen en na twee weken de overall-prijs. Best bijzonder dat ik die twee keer heb gewonnen.”

Voor de veertigste keer fotografeert Koster (64) dit jaar op Wimbledon, in totaal is het zijn 121ste grandslamtoernooi. De enige fulltime tennisfotograaf van Nederland, die veel werkt voor de tennisbond en Tennismagazine, koestert zijn ‘prijswinnaars’. In 1986 drukte hij af net op het moment dat Ivan Lendl duikend volleerde met zijn voeten los van het gras. „Het leek wel alsof hij op zijn racket leunde, dat kan helemaal niet. Rare plaat.” Meer recent won Koster met vijfvoudig winnares Serena Williams, die zaterdag verrassend werd uitgeschakeld door de Française Alize Cornet. „Ze kreeg de schaal uitgereikt, de zon viel erop en met die lichtstraal in haar gezicht keek ze even heel gelukzalig. Bingo, die had ik. Als enige.”

Jammer dat de Nederlandse tennissers de laatste jaren niet meer de tweede week van het enkelspel halen, stelt Koster halverwege het toernooi. „Dan zou het veel meer leven in Nederland.” Maar voor het plezier in zijn werk maakt het niet uit. „Ik zie veel buitenlandse collega’s vertrekken als hun landgenoten eruit zijn. Ik blijf.”

Genoeg mooie dingen te doen. „Die val van Djokovic op het centrecourt, vrijdagavond, is voor mij tot nu toe de foto van het toernooi. Zie je zo een arm en been door de lucht zweven. Of die jonge Canadese, Eugenie Bouchard, een speelster om als fotograaf je vingers bij af te likken. Dankzij foto’s van haar had ik op Facebook ineens een paar honderd vrienden uit Canada erbij. Met één zo’n speler zou het Nederlands tennis er heel anders voor staan.”

Zoals in zijn begintijd, toen Stöve en Tom Okker duelleerden met de allerbesten. „In 1977 stond Betty in drie finales, ze verloor helaas alle drie. Een jaar later won Okker in de derde ronde van de Argentijn Vilas, een dag na de verloren WK-finale. Mooie revanche. In de kwartfinale versloeg hij Nastase, die na afloop zijn racket kapot sloeg tegen de stoel van de umpire toen ik Tom feliciteerde. Pas in de halve finale verloor hij van Borg, drie keer 6-4.”

Nog mooier werd het in de jaren negentig, met de gouden generatie Krajicek, Jan Siemerink, Haarhuis en Eltingh. Van de toernooiwinst van Krajicek beklijft voor hem fotografisch vooral diens kwartfinale tegen Pete Sampras. „Reus van een vent, ze komen de baan op en hij torent hoog boven Richard uit. Tot Krajicek wint en ze de baan weer aflopen. Sampras verschrompelt tot een midget, nu is Richard de reus. Dat zág je gewoon. Geweldige kiek.”

In veertig jaar is veel veranderd, vertelt Koster zaterdag, terwijl het buiten regent en het dak op het centercourt dicht gaat. „Vroeger werd vanwege de regen dagenlang niet gespeeld. Knap vervelend. Toen ik begon had je nog de oude baan 1, een krakkemikkig stadionnetje van honderd jaar oud. Ik heb het centercourt overdekt zien worden, de opkomst meegemaakt van Henman Hill, nu Murray Mountain.” Maar Wimbledon blijft Wimbledon. „Dan loop ik over de parkeerplaats aan de overkant van het complex, op de golfbaan. Kleedjes op de grond tussen de auto’s, hoge hoeden, aardbeien en champagne. Net Ascot. Wimbledon is onvergelijkbaar met de rest van het tennis, echt van een andere planeet.”

In de fotografie bleef al die jaren weinig hetzelfde. „In mijn eerste jaren moest je vroeg op de dag je foto’s maken. Dan ging ik met mijn filmpjes naar Fleet Street in Londen om te ontwikkelen. En daarna naar de zenderafdeling om te seinen naar Nederland. Dat kostte uren.” Camera’s? „Vroeger moest je met de hand scherp stellen, dan was de kunst om op tijd te zijn voor een mooie volley. Je moest het spel snappen. Nu gaat het allemaal automatisch. Iedereen kan fotograaf worden, het is eigenlijk geen vak meer.”

Maar wie kan het opbrengen om na veertig jaar nog steeds dag in dag uit urenlang scherp te blijven langs de baan? „Je moet bezeten zijn van tennis”, zegt Koster, die zelf pas op latere leeftijd leerde tennissen. Ook deze week zoekt hij weer zijn favoriete plekje op het centercourt op. „Platform B, aan de korte kant, naast de spelersbox en de Royal Box. Kunnen acht tot tien fotografen op. Dat vraag ik altijd meteen aan voor de finale, daar zit je perfect. Spelers draaien zich altijd om naar coaches, partners en geliefden. En trekken dan juist naar jou hun meest expressieve gezicht.”