‘Ex-radicalen inzetten om groei aantal jihadi’s te voorkomen’

Coördinator Terreurbestrijding

Het is „uitermate zorgelijk” dat zoveel Nederlanders sympathie hebben voor een beweging als ISIS.

Nederlandse moslims reizen al anderhalf jaar naar Syrië om er een heilige oorlog te voeren. En al anderhalf jaar probeert Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), ze tegen te houden. Maar ze vertrekken nog steeds.

„De situatie is nog nooit zo zorgelijk geweest als nu”, zegt Schoof zelfs. Niet alleen omdat er nog steeds jongeren naar Syrië reizen, ook omdat de radicalisering in bepaalde islamitische stromingen groeit. Schoof ziet het onder meer op sociale media, waar „in toenemende mate” geweld wordt verheerlijkt.

De overheid lijkt nu aan te koersen op een strengere aanpak. Vorige week werd de eerste Syriëronselaar gearresteerd, een 18-jarige prediker uit Den Haag. De politie zou nog tien andere jihad-ronselaars op het spoor zijn. En onder druk van de NCTV werd vorige week de extremistische website De Ware Religie uit de lucht gehaald. Op die site werden zelfmoordaanslagen aanbevolen. Volgens Schoof is sprake van een trendbreuk: het is tijd om „een norm te stellen” over wat wel en niet mag op internet. Het verspreiden van jihadistisch gedachtegoed is „absoluut verboden”.

U toont uw spierballen?

„Ja, dat is nodig. Als je als overheid niet optreedt, krijgen jihadisten het idee dat ze onaantastbaar zijn. Dat moet niet gebeuren.”

Het oppakken van jihadisten heeft als risico dat het hun status kan vergroten.

„Ingrijpen kan inderdaad leiden tot verheerlijking. Dat was vorige week na de arrestatie te zien: er werden meteen steunwebsites opgericht voor de verdachte. Maar moet je het om die reden niet doen? Er gaat ook een ander effect uit van zo’n arrestatie, namelijk: dit tolereren we niet.”

Bent u niet stiekem een beetje blij dat al die radicale jongeren het land verlaten?

„Wel als ze in Syrië zouden blijven. Ons risico zit erin dat men terugkeert. Deze jongens zijn betrokken bij gewelddadigheden, ze vechten voor bewegingen die op de terreurlijst staan van de VN. Hoewel we een scala aan maatregelen nemen, kunnen we niet garanderen dat ze nooit meer terugkomen. Nederland kan niet op slot.”

Hoeveel Nederlandse moslims steunen de gewelddadigheden die ISIS in Syrië en Irak laat zien?

„Het gaat om enkele duizenden Nederlanders. Dat is uitermate zorgelijk, dat zoveel mensen sympathie hebben voor een beweging die de intentie heeft om ook hier aanslagen te plegen. Ik vraag mij af of de weerbaarheid binnen de moslimgemeenschap nog wel op hetzelfde niveau zit als een paar jaar geleden. Je ziet een verschuiving optreden. Waar de dawa salafisten (de meest orthodoxe stroming binnen de islam, red.) in het verleden de gewelddadige jihad afwezen, is dat nu niet altijd meer het geval.

Wat kunt u daaraan doen?

„Binnen de moslimgemeenschap moet een discussie komen over of dit normaal is. We zijn in het buitenland op zoek naar succesvolle trajecten. In Engeland bijvoorbeeld is een oud-radicaal met filmpjes bezig geweest om jongeren te vragen waarom ze naar Syrië gaan. Op die manier kun je met jongeren in gesprek komen. Dat willen we ook in Nederland gaan doen. We kijken of we hier oud-radicalen kunnen stimuleren met jongeren in debat te gaan.”

Hoe maakt u de inschatting of een teruggekeerde Syriëstrijder gevaar oplevert?

„Dat is natuurlijk ingewikkeld. We baseren ons op deels geheime informatie uit strafrechtelijke onderzoeken. Ook hebben contact met ouders, de wijkagent, het moskeebestuur; op basis van dat soort contacten ontstaat een beeld van een persoon. Daarnaast krijgt iedere Syriëstrijder een gesprek met de politie. Zo maak je de inschatting wat er met iemand moet gebeuren: redt hij zich met een beetje hulp, of wil je permanent weten waar hij is?”

En, wat is uw indruk van de dertig terugkeerders?

„Ze zitten in die range. Er zitten potentieel gevaarlijke terugkeerders bij, maar ook jongens die met een duwtje in de rug weer naar school gaan.”

Om hoeveel potentieel gevaarlijke terugkeerders gaat het?

„Daar kan ik niets over zeggen.”

Alle maatregelen tegen Syriëstrijders – van het afnemen van paspoorten tot het stopzetten van uitkeringen – worden publiekelijk bekend gemaakt. Waarom?

„Je wilt de Nederlandse bevolking laten zien dat je niet machteloos toekijkt.”

Bent u niet bang voor het tegeneffect: dat deze jongens zich verder afkeren?

„Ja, en dus moet je naast al deze maatregelen er ook voor zorgen dat je het gesprek aangaat met degenen die nog niet zijn weggaan. Al is dat al bijna onmogelijk, want ze zijn al in een verregaande staat van vervreemding.”