Voordat we elkaar zat zijn

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven.

Deze week: het eindpunt (slot).

In de mooiste scène van mijn lievelingsfilm Me and you and everyone we know loopt een charmant ontregelende kunstenares (Miranda July) een stukje op met een charmant zonderlinge schoenverkoper. Een straat lang doen ze alsof hun korte wandeling een heel leven samen is. Aan het einde van het blok zullen ze afscheid nemen. „Dan zijn we aanbeland op dat punt in een relatie waar je beseft dat er geen toekomst in zit”, zegt Miranda July. „Het einde is al in zicht.” „Maar daar zijn we nog niet”, zegt de schoenverkoper. „Nu is alles nog goed. We zijn elkaar nog niet zat.”

De afgelopen drie jaar heeft u, de lezer van deze rubriek, een stuk met me opgelopen. Het eindpunt is nu 504 woorden hier vandaan.

U was erbij toen drie jaar geleden, twee jaar na mijn scheiding, een vrouwelijke rechter zich ontfermde over de vraag wie de rechtmatige eigenaar was van een vaatwasser met een kapotte spoelarm. U las mijn paniek toen de man die mijn Huidige Verkering zou worden zich op het tweede afspraakje over tafel boog. „Ik moet je iets vragen”, zei hij en in zijn glas zocht hij naar woorden. „Het is heel belangrijk...Hou je van kamperen?” Een paar weken later lag ik in Barcelona onder hotellakens van Egyptisch katoen.

U stond aan de groeve toen mijn gezin, voor even herenigd, de hamster van mijn jongste dochter ter aarde bestelde. Wat als ooit mijn vader doodgaat?, mijmerde ik daar in het plantsoen voor de voormalige gezinswoning. „Hoe moet dat dan? Waar in de aula zit dan de ex? En waar de verkering?” Dat leek toen een essentiële vraag. Een maand later, bij de crematie van mijn vader, bleek het een triviale vraag. Mijn ex zat op de voorste rij, net als de Huidige Verkering. Mijn dochters en ik tussen hen in.

U zag me ’s nachts woelen omdat mijn oudste dochter nog niet thuis was op een tijdstip waarop alleen de Eerste Hulp van het ziekenhuis nog open is. En met mij hoorde u het doffe geluid van mijn veel te jong gestorven ezelin die uit een grijparm in een stalen bak viel.

Honderdvijftien columns heeft u met me mee gewandeld. In het begin opvallend veel gescheiden vaders. Maar toen de toon hier gaandeweg minder bitter werd, verloor een aantal hun interesse weer. Er kwamen oude vrouwen met wijze raad voor in de plaats. Gescheiden moeders op vrijersvoeten waren het trouwst. „Ik wist het!”, twitterde een lezeres die had zien aankomen dat de Huidige Verkering opeens een Goede Vriend heette. Een enkele lezer deed een aanzoek. (Lieve meneer die me na mijn avontuur op datingapp Tinder een handgeschreven brief stuurde, sorry dat ik niet heb gereageerd. Ik wilde heus terugschrijven. Niet om af te spreken, maar om te zeggen dat het goed is om te durven. Vat het niet persoonlijk op. Zaken van gewicht en aanmaningen laat ik vaker onbeantwoord. Er ligt hier ook al weken een ongeopende rouwbrief in de vensterbank.)

Het eindpunt is nu in zicht. U slaat straks de pagina om en ik ga ook weer verder. Voordat we elkaar zat worden. Voordat ik mezelf begin te herhalen. Al is die laatste angst misschien onterecht. Een zekere leeftijd staat voor de deur. Mijn oudste dochter blijkt een voorkeur te hebben voor opgepompte jongens die ‘die meisje’ zeggen. En over een maand gaat de beugel van mijn jongste eruit. Dan knipper ik nog een keer met mijn ogen en eet ik ’s avonds voortaan alleen.

„We hadden een mooi leven”, zegt Miranda July als ze met haar schoenverkoper aan het einde van de straat is gekomen. „Dat is meer dan voor de meesten is weggelegd.”

Ik ben blij dat u een eindje met me opliep.