Veganistisch heet nu vegan. Véél lekkerder

Veganisme klonk nooit zo smakelijk. Maar sinds hetvegan heet, is plantaardig eten ineens leuk. In de veganistische restaurants zitten de hipsters nu op de plaats van de hippies. Ecochic, noemen ze het.

‘Moet je kijken.” Mijn tafelgenoot knikt naar het vintagetafeltje rechts van ons, waaraan net een stel op de okergele stoeltjes is gaan zitten. Hij: strak in het pak, smalle stropdas en leren schoenen met gesp. Zij: zwart rokje, chique blouse en iPhone in de hand. Ze buigen zich over de kaart, geconcentreerde blikken. Of ze het broodje pompoenhumus zullen delen, vraagt hij. Aan de sloophouten tafel in het midden zitten twee vrouwen in strakke trainingsoutfits, fluorescerende Nikes aan hun voeten en groene drankjes in de hand, geserveerd in jampotglaasjes met gestreepte rietjes. In rap Amerikaans praten ze met elkaar.

We zitten bij DopHert, een pas geopend lunchzaakje in Amsterdam. Witte muren, bloemetjes op tafel en een hoog plafond met gloeilampen in glazen potten. Hier worden de boerenbroodtosti’s met plantaardige kaas gemaakt, de taartjes zonder boter en in je koffie krijg je sojamelk. DopHert voert een veganistische kaart.

„Ongelooflijk”, zegt mijn tafelgenoot – 29, logicastudent. „Dit was een paar jaar geleden echt ondenkbaar.” Ze at al jaren nauwelijks vlees of zuivel, voordat ze zich twee jaar geleden veganist begon te noemen. „Veganist, dat klonk zo extreem.” Haar zus had vroeger een vriendin die veganist was, vertelt ze. „Dat vond iedereen zó raar. En lastig, mensen wisten niet wat ze voor haar moesten koken.”

Militante krakers en lipstick vegans

Veganisme associeerde je met militante krakers of muffige wereldverbeteraars, zegt ze. Als ze uit eten ging, was dat bij krakersrestaurantjes, waar je voornamelijk linzen at. „Maar daar nam ik mijn vrienden niet zo snel mee naartoe.” En nu is veganisme hip. Of liever: vegan is hip – volgens Google Trends in Nederland een veel vaker gebruikte zoekterm dan het woord veganisme.

In Rotterdam opende begin 2013 een vegan cupcakewinkel, in Den Haag vind je een nagenoeg veganistische snackbar, Utrecht organiseerde een eivrij paasfeest in het park en in Amsterdam is een kleine hausse aan lunch- en dinerzaakjes die zich tot plantaardige gerechten beperken. Ook de Duitse supermarktketen Veganz opent er begin 2015 een filiaal.

Die nieuwe groep vegans lijkt niet op de oude generatie veganisten. Bij zaakjes als DopHert zie je ze zitten: jong, hoogopgeleid en uit de grote stad. Ze prediken geen anti-kapitalisme maar houden hun drukke agenda’s zorgvuldig bij op hun iPhones. Leren schoenen verraden dat niet alle vegans hier even rigide zijn.

„Lipstick vegans” noemt Laura Estévez (31) de nieuwe veganisten weleens. Zij is een van de twee eigenaars van DopHert. „Omdat ze bijvoorbeeld ook gewoon make-up dragen.” Drie jaar eet ze nu veganistisch. Principieel, zij wel. Tijdens een citroensapkuur van tien dagen las ze Skinny Bitch, een door een topmodel geschreven gezondheidsboek met gruwelijke hoofdstukken over de bio-industrie. „Het was net alsof ik het licht zag.”

Ze lacht. „Ik heb nooit meer vlees of zuivel aangeraakt.” Nachtenlang speurde ze vegan kookblogs af. Allemaal uit de Verenigde Staten: „Hier had je toen nog bijna niks.” In de veganistische krakersrestaurantjes kwam ze niet. „Dan liever salade in een gewoon eetcafé.”

Bij ‘Vegabond – 2014’, nog geen kilometer bij DopHert vandaan, staat Johan Hartle te studeren op wat hij zal kiezen. Hij is onder de indruk. „Deze kaas, deze schnitzels, die ken ik alleen uit Duitsland.” Hij komt uit Hannover en verhuisde vijf jaar geleden naar Amsterdam. Sinds 2011 eet hij veganistisch. Of nou ja, wéér veganistisch – twintig jaar geleden deed hij dat ook al even. Hij was 17, stond ’s ochtends om zes uur op om zijn eigen broodbeleg te maken, viel binnen een maand vijf kilo af en stopte. Zijn afschuw over diertransporten en de liefde voor zijn katten zorgden voor zijn tweede veganistische golf.

In Duitsland is vegan veel meer ingeburgerd, zegt hij. „Zelfs in een provinciestad als Kassel kun je veganistisch lunchen. Duitse tv-koks prijzen het aan.” Misschien loopt Nederland achter omdat het zo’n melk- en kaasland is, zegt hij. „Van melk word je sterk, luidt het Hollandse devies.”

Vegan is modern klassenonderscheid

Dat de geest van het veganisme nu ook door Nederland waart, is ook hem niet ontgaan. Steeds vaker ziet hij ‘100 procent vegan’ achter broodjes op menukaarten staan, ook bij niet-vegan restaurants. „Twee jaar geleden was dat woord nog afstotend, nu heeft het dezelfde associatie als ‘organic’ en wordt er reclame mee gemaakt.” Daarmee schikt het nieuwe veganisme zich volledig naar de spelregels van het kapitalisme, wil hij maar zeggen.

„Vegan is een commerciële trend”, zegt ook Rivke Jaffe. Zij is antropoloog aan de Universiteit van Amsterdam en schreef mee aan Green Consumption, een boek over hoe duurzaam consumeren fungeert als onbewust middel voor modern klassenonderscheid.

„In de jaren zeventig en tachtig was veganisme links en tegendraads”, zegt ze. „Antikapitalistische ideeën vertaalden zich naar plantaardig eten.” Nu gaat het volgens haar andersom: mensen beginnen met af en toe vegan eten omdat het ‘in’ is, of gezond, en dat kán leiden tot kritisch nadenken. „En dat is niet revolutionair of subversief – dat is gewoon hoe de markt werkt.”

Ze heeft er een mooie term voor: ecochic. Ethisch consumeren en een milieubewust imago uitdragen, maar tegelijkertijd jezelf verwennen, bedoelt ze daarmee. Vegan eten, maar wel in hippe zaakjes waar ze cupcakes bakken. „En je daarmee bij een sociale groep scharen die zich dat kan veroorloven.”

Mensen die het doen omdat het hip is

Veel vegans zullen heus iets goeds willen doen voor de wereld, denkt ze. „Maar het moet wel gezellig blijven, je moet er niet al te veel voor op hoeven geven. Sommige mensen eten parttime vegan; als het niet te veel gedoe is. Dat is een laagdrempelige manier om iets aan een wereld te doen die je niet helemaal oké vindt.”

Ook Laura Estévez van DopHert gaat er niet van uit dat er alleen maar idealisten in haar zaak komen. Morele factoren zijn één ding. Maar de trend heeft ook iets te maken met de populariteit van health food, vermoedt ze. „Ik stoor me er wel aan hoor, mensen die het alleen maar voor hun gezondheid doen, of omdat het hip is. Maar ja, ik run een bedrijf, ik wil dat iedereen zich hier welkom voelt – ook mensen die niet elke dag plantaardig eten. Het ligt hier niet vol met flyers over dierenrechten.”

Gewoon lekker eten wil ze serveren, dat óók vegan is. En dat straks liefst ook nog in een tweede of derde filiaal in Amsterdam, daarna in andere steden. En in Oost-Groningen? De Zeeuwse polder? „Het verspreidt zich vast vanzelf, sojamelk ligt daar nu ook gewoon in de supermarkten.” Vegan is een nieuwe manier van eten die steeds gewoner wordt, daar is ze van overtuigd. „En de bank gelukkig ook.”