Been there, done that

Op Facebook postte iemand een röntgenfoto van een gebroken schoudergewricht. Het bijschrift: ‘Auw (oh ja, dit is niet mijn schouder, maar ik zag hoeveel aandacht je krijgt als je zo’n foto plaatst)’.

Ik had die aandachtsschreeuw wel willen lenen, na het laten trekken van mijn verstandskiezen vorige week.

Het ergste is dat die pijn op geen enkele manier bijzonder is: bijna iedereen heeft er ervaring mee. Na een korte meelevende blik komen er ‘been there, done that’-verhalen op tafel. Zo liet de barista van het café om de hoek een foto van zijn toenmalige wang zien – tennisbalgroot gezwollen na een dwarsligger rechtsonder.

In het ziekenhuis waren mijn verstandskiezen eveneens een routineklus. Een vriendelijke, maar ferme co-assistente voelde in mijn mond en concludeerde dat ik „sterke kaken” had. Ik vatte het op als een compliment, wilde al op mijn borst roffelen, toen ze eraan toevoegde: „Veel mensen hebben dat. Ze klemmen hun kaken te veel.” Stress: de meest gedeelde pijn, zo standaard dat het saai is.

Ze moest me meermaals verdoven en erkende dat het lastig was. „De meeste mensen zien er van binnen precies zo uit als in mijn studieboek, maar soms ligt de zenuw verstopt.” Hoewel ik nu, om dat eigenzinnig binnenste, extra moest worden geprikt, was ik stiekem een beetje trots.

Ik voelde de naald zoeken. Na de zoveelste poging legde ze een geruststellende hand op mijn schouder: „Ik weet hoe het is. Op school oefenen we op elkaar.”

Ik vroeg wat er dan leuk was aan tandheelkunde. Ze zei dat het fijn prutsen was, echt handwerk. „Bovendien zijn we allemaal solisten.” Een arts moet daarentegen altijd samenwerken, doorverwijzen.

Als ze straks was afgestudeerd, hoopte ze in Amsterdam te blijven. Maar dat wil iedereen. In Friesland of Drenthe zou je juichend worden binnengehaald; de oudere tandartsen daar kennen de nieuwste technieken niet, ze gaan binnenkort met pensioen, ze willen hun praktijk kwijt. Ik denk aan de gebitten uit de provincie: hoe moet het met hun gaatjes?

Ze spreidde een mintgroen papier over mijn gezicht. Er zat een gat in voor de mond. De kaakchirurg kwam binnen. Ik kon alleen zijn handen zien. Hij begon. Boorde, trok, naaide dicht. En verdween. Zo moest verkrachting voelen.

De co-assistente liet mijn kiezen zien en zei dat het uitzonderlijke joekels waren. Was er toch nog iets uniek. Ik kreeg ze mee naar huis, bloederig en met een randje meegerukt tandvlees. Even overwoog ik mijn zeer online te delen.

In plaats daarvan scrolde ik verdoofd langs andermans emoties. Een kersverse vader had een foto van zijn pasgeborene geplaatst. Veel van de vrienden die met felicitaties reageerden, hadden zelf een profielfoto met baby of peuter. Desondanks zei niemand: been there, done that.