Goedpraten

Tijdens mijn promotieonderzoek leerde ik de wereld kennen. Samen met mijn Indiase collega’s keek ik naar mierzoete Bollywood-films waarin de verliefde hoofdpersonen elkaar achterna renden in het hoge gras. Ze waren dol op die films, ook in de wetenschap dat zij zelf nooit zouden trouwen met de man op wie ze verliefd waren. Ze waren allemaal voorbestemd voor een gearrangeerd huwelijk. Dat was de norm, ook bij rijke mondaine hoogopgeleide Indiase meisjes. Die malle Hollanders, die gescheiden hoogleraren die ongehuwd samenwoonden, de postdocs die zomaar kinderen kregen met hun vriendjes, zij stonden net zo ver van hun bed als de dolverliefde Bollywood-acteurs.

Mijn Pakistaanse collega wist niet eens dat hij zou trouwen. Op een dag vertrok hij naar Pakistan. Twee weken later kwam hij getrouwd terug. Hij had zijn vrouw nog nooit gezien.

Mijn collega’s verschaften mij een alternatieve blik op de standaard NOS-nieuwsitems. Bijvoorbeeld toen de leden van Pussy Riot, de Russische punkband, na hun vrijlating als helden werden ontvangen bij minister Timmermans. Mijn Russische collega begreep daar niets van. Realiseerden wij ons in het Westen wel wie dit waren? Deze vrouwen hadden de belangrijkste kathedraal van de Russisch-orthodoxe kerk ontheiligd. Deze types hadden het Russische volk in het gezicht gespuugd. In elk ander zichzelf respecterend land hadden ze levenslang gekregen.

En dan het bezoek van de Chinese president aan het paleis op de Dam. Wij lazen met afschuw hoe de free Tibet-demonstratie door Chinese veiligheidsmensen uit het zicht van president Jinping was gehouden. Mijn Chinese collega’s hadden ook op de Dam gestaan. Om te demonstreren? Welnee. Om de president toe te juichen en liederen te zingen. Dat afschermen van de demonstranten was noodzakelijk om het humeur van ‘our chairman’ niet te bederven op zo’n belangrijke diplomatieke top, legde mijn Chinese collega met strak gezicht uit.

Mijn hoogopgeleide collega’s, ze waren geen intellectuele dissidenten. Telkens weer lukte het ze om de situatie goed te praten. Ik weet niet waarom. Hadden ze geleerd te gehoorzamen? Waren zij gehersenspoeld? Of waren wij, Nederlanders, gehersenspoeld? Ik weet het niet. Het is een belangrijk vraagstuk. Er zijn best veel Chinezen, Pakistani, Indiërs en Russen op deze wereld, maar zelfs met de meest hoogopgeleide, mondaine exemplaren voel ik, ook na vijf jaar nauwe samenwerking, een gapende kloof.

De apotheose van de kloof kwam dit jaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Ik hielp mijn Thaise collega met het invullen van de kieswijzer. Wil je meer dertigkilometerzones in je buurt? Stilte. „Why?” Wil je minder cameratoezicht in je buurt? Stilte. „Why?” Wil je dan misschien dat parken en perkjes minder strak worden onderhouden zodat er meer ruimte ontstaat voor wilde natuur? Drie maanden nadat wij discussieerden over de voor- en nadelen van parkonderhoud, zou het leger in haar thuisland een coup plegen. De tanks reden dwars door de aangeharkte parkjes heen.

Vanaf volgende week woon ik in de Verenigde Staten. Dan zal ik zelf buitenlander zijn. Ik zal onze gewoontes goedpraten. En ik zal Nederland missen. Oh, wat zal ik Nederland missen.