Jack Middelburg reed op de grens, en soms er overheen

Jack Middelburg was in 1980 in de 500 cc (nu MotoGP) de laatste Nederlandse winnaar van de TT Assen. Vier jaar later verongelukte hij dodelijk. Zijn oude rivaal Boet van Dulmen acht zich mede schuldig.

Jack Middelburg gaat op de schouders van zijn fans nadat hij in 1980 de TT van Assen heeft gewonnen.
Jack Middelburg gaat op de schouders van zijn fans nadat hij in 1980 de TT van Assen heeft gewonnen. Foto ANP

Kijk nauwgezet naar Marc Márquez, sla zijn fenomenale rijstijl op in uw geheugen, sluit de ogen en denk – indien u oud genoeg bent om hem te hebben gekend – aan Jack Middelburg. De overeenkomsten zullen treffend zijn.

Márquez is een bijzondere wegracer. Net als Middelburg. Met dit verschil dat Jumping Jack, zoals zijn bijnaam luidde, minder goed materiaal tot zijn beschikking had dan de kleine Spaanse wereldkampioen in de MotoGP heden ten dage. Onvergelijkbaar. Als Middelburg in zijn tijd op het paradepaardje onder de fabrieksmotoren had kunnen racen, zou hij meer dan één TT-race hebben gewonnen. Niemand uit zijn tijd die daaraan twijfelt.

Wil Hartog, die samen met Middelburg en Boet van Dulmen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig tot de Grote Drie van het Nederlandse wegracen werd gerekend, is dertig jaar na de dood van zijn kameraad nog lyrisch over diens robuuste rijstijl. „Jack had het vakmanschap om op de grens, en soms daar net overheen, te rijden.”

Karakteristiek gezicht; dat spitse hoofd, het blonde haar en die vlassnor. En natuurlijk die gebeitelde glimlach. Middelburg was geliefd, onder de coureurs, maar vooral bij het publiek. Zijn agressieve rijstijl sprak tot de verbeelding. Middelburg kende geen terughoudendheid. En al helemaal geen angst. Hij wilde winnen, altijd. Dus reed hij voluit, altijd.

Zat in zijn genen. Niemand kon die drang beteugelen. Middelburg was simpelweg doof voor alle goedbedoelde waarschuwingen. Zijn gaskraan ging immer vol open. Als jongen voerde hij bromfietsen op en scheurde zo hard mogelijk door zijn woonplaats Naaldwijk. Tot ie viel of door de politie werd tegengehouden. Middelburg was verslaafd aan snelheid.

Tot zijn vader het te gortig werd. Als Korea-veteraan hechtte die aan de traditionele gezagsverhouding. Na het zoveelste politiebezoek aan huis vond pa het welletjes en moest Jack het huis uit. Tot hij trouwde heeft hij bij zijn grootouders gewoond.

Neveneffect van de Middelburg-stijl was dat zijn lichaam op den duur met plaatwerk overeind werd gehouden. Er werd wat afgesleuteld in zijn omgeving: door monteurs én chirurgen. Maar Middelburg beet door alle pijn heen, vooral bij de start, die in zijn tijd bestond uit het aanduwen van de motor. Jumping Jack was daar op een goed moment amper meer toe in staat. Hij startte soms bewust op de laatste rij, waar het was toegestaan dat een monteur hem een zetje gaf.

In 1980, het jaar dat Middelburg in Assen de 500cc-klasse won, had hij geluk. Daar sloeg de motor na enig kreupelig geduw relatief snel aan. Net op tijd om die dag voluit van zijn duivelse rijkunsten te profiteren. Hij won. Als een vorst, die aan de finish door uitbundige toeschouwers op de schouders werd gehesen.

Bijna vier jaar later zou Middelburg, op 31-jarige leeftijd, zijn dood vinden. In het harnas. Hoe anders? Op het stratencircuit in het Groningse Tolbert, waar hij ten val kwam. Voor de ogen van Hartog, die net was gestopt en de race vanaf de tribune volgde. Een afschuwelijk beeld, dat hij voor de rest van zijn leven niet meer kwijtraakt. Hartog: „Ik rende naar de ziekenauto, maar de chauffeur was in geen velden of wegen te bekennen. Ik achter het stuur, de baan op, naar Jack. Bij aankomst zakte de grond onder mijn voeten weg, zo gruwelijk lag hij erbij. De ernst was mij onmiddellijk duidelijk.”

Dertig jaar na die tragische gebeurtenis zegt Van Dulmen schuldbewust: „Ik had mede schuld aan zijn dood.”

Pardon? Dat gaat heel ver. Maar hij meent het. Middelburg en Van Dulmen waren indertijd gebrouilleerd. De oorzaak: twee fabrieksmotoren van Honda die door de KNMV waren gekocht en ter beschikking van Middelburg en Van Dulmen zouden worden gesteld. Alleen, Middelburg wilde ze beide; hij had tenslotte een reservemotor nodig. Die wens honoreerde de motorsportbond. Tot woede van Van Dulmen, die beweert dat hij in eerste instantie een van die twee motoren had gekocht.

Het gevolg: een verbale guerrillaoorlog tussen Middelburg en Van Dulmen. Smeuïge verhalen in de pers, waarin de verwijten over en weer vlogen. Op circuits ging de vete verder. Ook op 1 april 1984 in Tolbert, waar aanwezigen de sfeer in het rennerskwartier als ijzig kwalificeerden. Dat kwam mede door een vilein interview dat Van Dulmen kort voor de race aan het blad Actueel had gegeven.

Middelburg was zo opgefokt en zo wraakzuchtig dat hij de sneller gestarte Van Dulmen te vroeg wilde passeren. Hij gunde de banden geen opwarmtijd, overspeelde zijn hand in en haakse bocht, kwam te val, waarna hij door andere coureurs werd aangereden. Met ernstig hoofdletsel werd hij naar het ziekenhuis in Groningen gebracht. Twee dagen later overleed Middelburg. Op de begrafenis ontbrak Van Dulmen. Jacks familie verbood hem te komen.