Ik stap als kunstenaar uit het vliegtuig

Columnist Arjen van Veelen vertrekt. Naar de VS. Om een roman te schrijven, te wonen en om te veranderen.

tekst Merlijn Kerkhof

foto’s Lana Mesic

Poes Amy moet ook mee. Als Arjen van Veelen (34) en Rosanne Hertzberger naar Amerika vliegen om in St. Louis te gaan wonen, mag het witte diertje van Delta Airlines gewoon in een tas aan het voeteneind. Maar de boeken gaan weg. „Het voelt goed om daar afscheid van te nemen”, zegt Van Veelen. „Ik ben van het travel light-principe.” Op de vensterbank liggen klassiekers. Homerus. „De Odyssee neem ik mee, maar de Ilias kan weg. Die is saai.”

Van Veelen en Hertzberger zitten aan tafel in hun woning in de Amsterdamse Baarsjes. Hertzberger, columnist van next.zaterdag en NRC Weekend en vanaf volgende week hopelijk gepromoveerd in de microbiologie, heeft een baan aangenomen in St. Louis. Van Veelen, journalist, essayist, classicus en tot voor kort óók columnist voor NRC, gaat met haar mee. Hij gaat een roman schrijven.

Van Veelen: „We gaan drie keer zo groot wonen. Ik hoef alleen op onze veranda te zitten en te tikken.”

Hertzberger: „Met een dubbelloops geweer ja.”

Van Veelen: „Het is een slaperige stad, daar kijk ik naar uit. Ik heb zin om mijn leven kleiner te maken.”

Wie hen alleen kent van hun columns, zal vreemd opkijken dat juist zij met elkaar getrouwd zijn. Hertzberger is geliefd en gehaat om haar rechtse opvattingen. Van Veelen laat zich lastiger kaderen in het politieke spectrum. In zijn reportagecolumns, 12 juni schreef hij zijn laatste, ontbrak vaak een mening. Als hij wel een mening had, zoals over de door hem verfoeide Alain de Botton („prietpraat”), betoogde Hertzberger dat De Bottons toegepaste filosofie een verrijking is.

Een dubbelinterview zit er niet in. Hertzberger wil alleen praten over haar onderzoek naar Lactobacillus johnsonii. Wel is ze bereid om dingen aan te wijzen waarmee haar echtgenoot op de foto moet. „Kijk, de vloer daar is kapot omdat Arjen altijd met zijn stoel wiebelt.” „Een foto met de poes! Dat is leuk. Arjen is gek op Amy.” Poes Amy is vernoemd naar Amy Winehouse.

Ze haalt een foto van de muur, gemaakt tijdens hun trouwerij augustus vorig jaar. Hertzberger en Van Veelen zitten met hun rug naar de camera. Ze worden toegesproken door een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand: schrijver Thomas Blondeau. Twee maanden na het huwelijk overleed hij onverwacht aan een hartslagaderbreuk. Hij werd 35 jaar.

Hertzberger: „Zijn toespraak was zo grappig dat vriendinnen aan mij vroegen of ze hem voor hun eigen trouwerij konden inhuren.”

Van Veelen: „Hij had de vrouwen voor het uitkiezen die dag.”

We lopen naar een café in de buurt. Hertzberger blijft achter om aan haar column te werken. „Dat Thomas er niet meer is, is een van de redenen waarom ik graag weg wil”, zegt Van Veelen. „We verhuisden vier jaar geleden samen van Leiden naar Amsterdam. We zaten drie keer in de week te

ouwehoeren. Veel straten en steegjes associeer ik met hem. Als ik daar doorheen fiets, herinner ik me hoe het ook zou kunnen zijn. De stad is saaier geworden. Ik denk dat het goed is om even te verdwijnen.”

 

Blondeau was zijn beste vriend. „Een ambitieuze, onzekere man die vanaf zijn veertiende al wist dat hij schrijver wilde worden. Hij kwam uit de Vlaamse Westhoek. Thomas had een enorme drang om gezien te worden als auteur. Hij was van tomeloze grootspraak en tegelijkertijd heel timide. Door die combinatie kon ik die grootspraak wel verteren. Hij was degene die tegen mij zei dat ik moest schrijven. Hij wilde geen mensen om zich heen die zaten te lummelen.”

Die ambitie lijkt op jou te zijn overgesprongen.

„Ik denk wel dat er een verband is tussen zijn dood en wat ik nu ga doen. Als iemand die je dierbaar is zo vroeg uit het leven wordt gerukt, ontkom je er niet aan jezelf vragen te stellen over je eigen leven. Ik bedacht me dat als je ergens later spijt van kunt krijgen, je er nu nog wat aan kunt doen om dat te voorkomen. Ik wil alleen nog doen wat ik zelf leuk vind. Met pensioen gaan. Mijn streven is om zo veel mogelijk tijd te besteden aan dingen en aan mensen die ik belangrijk vind.”

Dus vertrek je naar de andere kant van de Atlantische Oceaan.

„Dat is het enige waar ik echt tegenop zie, dat ik mensen ga missen. Maar ik hoop dat het tot een soort verheldering leidt. Als je weggaat, vraag je je af: welke spullen, welke vriendschappen neem ik mee? Die oceaan werkt als een filter. Alles wat de oceaan oversteekt, is een goede vriend.”

Je wil je richten op fictie. Ben je uitgekeken op de journalistiek?

„De journalistiek is een geweldig excuus om overal te komen, om te leren van de mensen die je tegenkomt. Maar drie keer in de week een column, is uitputtend. Het was noodgedwongen haastwerk. Als ik een column had geschreven, had ik altijd het gevoel dat die niet af was. Ik zie ernaar uit om iets te maken wat wel af is als je het inlevert. Iets wat bestendiger is tegen de tijd.”

Wat was er bijvoorbeeld niet af dan?

„Geen enkele column was dat. Elke keer als ik mijn column ’s ochtends las, dacht ik: shit, dit is niet hele verhaal. Ik deed aan onderzoekscolumnistiek. Research. Op pad gaan. Daarmee maak je het jezelf heel ingewikkeld: de werkelijkheid houdt zich vaak niet aan jouw mening. Op pad gaan is verneukeratief voor je opinie. Je loopt tien meter de straat uit en je ziet dat helemaal niet iedereen naar de persconferentie over de abdicatie van Beatrix kijkt, maar de Afrika Cup op heeft staan.”

Het bracht nooit voldoening?

„Ik ben zelden tevreden over wat ik schrijf. Soms kreeg ik veel reacties, toen ik laatst schreef dat mannen best korte broeken mogen dragen bijvoorbeeld. Ik vind dat wissewasjes die je tussendoor tikt. Ik koester de illusie dat je met een roman wel iets inlevert waarvan je denkt: dit is relevant, hier staat elk woord op zijn plek.”

Van Veelen schreef twee essaybundels die goede kritieken kregen, maar nauwelijks verkochten. En hij schreef een roman die nooit werd uitgebracht. „Die was gewoon niet goed genoeg.” De drang om zich te bewijzen groeide wel. „Ik heb mezelf voor het blok gezet. Als je als goudzoeker zegt dat je terugkomt met een hele berg goud, moet je ook terugkomen met een hele berg goud. Anders lijd je gezichtsverlies.”

Je leek me niet iemand die zich veel van anderen aantrekt.

„Ik ben niet immuun voor kritiek. Het is wel mijn streven om een onafhankelijke geest te hebben. Ik heb er wel last van, ja. Het is veel fijner onverstoorbaar te zijn. Op columns kwamen positieve en negatieve reacties, die beïnvloeden je beeld over wat je geschreven hebt. Als kunstenaar hoor je je daar niets van aan te trekken.”

Als kunstenaar?

„Straks stap ik uit het vliegtuig als kunstenaar, dat is mijn grote metamorfose. Ergens boven de oceaan, daar moet het gebeuren, terwijl de kat miauwend aan onze voeten ligt.”

Ben je door die reacties anders gaan denken?

„Het lijkt me een doel op zich om je mening steeds te toetsen aan de werkelijkheid. Mijn bekeringsmoment was het zwartepietendebat. De eerste keer dat ik erover schreef, was de toon: zeik niet zo. Dat is ook een heel valide standpunt: als dat feestje dat je in alle onschuld hebt gevierd ineens met slavernij wordt geassocieerd, slaan de stoppen door. Toen kreeg ik een felle reactie van Zihni Özdil, die vaak over racisme schrijft. Die maakte me voor van alles uit.”

Je had hem ‘allochtone twitterintellectueel’ genoemd.

„Je had een groepje dat het als geuzennaam op Twitter ging gebruiken. Veel van die mensen spreek ik nu. Ik heb ook met hem afgesproken en we bleken het op een aantal punten heel goed te kunnen vinden. Hij heeft een vuur in zijn schrijven dat ik te weinig tegenkom in Nederland. Hier heerst de lamlendigheid.”

Ben je om als het over Zwarte Piet gaat?

„Ja. Als tegengeluid hoor je: er is echte slavernij in Nederland, vrouwenhandel, waarom zou je je druk maken om verwijzingen in de figuur van Zwarte Piet? Maar dat is een vals argument. Ja, mevrouw, uw handtasje is gestolen, maar kijk eens naar die bankoverval – veel erger. De mensen die klagen, hebben gewoon een goed punt. Hoe moeilijk kan het zijn om te zeggen: een grote groep mensen stoort zich ergens aan, dan doen we het niet meer?

„Afgelopen jaren ben ik geschrokken van hoeveel passiviteit er is in Nederland. Kijk naar de grote momenten, de inhuldiging van Willem-Alexander en de nucleaire top. Er hoeft maar een helikopter over te vliegen en iedereen valt flauw. Er liepen een of twee demonstranten rond in Petten, dat was het. De inhuldiging: één demonstrant. Ik denk dat LuckyTV nog de meest geëngageerde koningshuiscriticus is.”

Lezers willen van columnisten graag weten of ze links of rechts zijn. Hoe denk je dat je wordt ingeschaald?

„Als je sociale betrokkenheid links vindt, dan ben ik heel links. Ik ben in ieder geval linkser dan mijn echtgenote. Ik heb ook wel een zwak voor social climbers. Misschien omdat ik dat zelf een beetje ben.”

 

Arjen van Veelen groeide op in Rotterdam-Overschie in een vrijgemaakt-gereformeerd gezin met zeven kinderen. Zijn vader maakte de middelbare school niet af, maar slaagde er toch in accountant te worden. Zijn moeder gaf haar studie geneeskunde op om voor de kinderen te zorgen.

 

Als scholier collecteerde hij voor de Vereniging ter Bescherming van Ongeboren Kind (VBOK), die actie voert tegen abortus. In de vakanties ging het gezin naar campings in Zeeland of Frankrijk. Op zondagmorgen zaten ze rond de Nissan stationwagon – dan werd een cassettebandje met een preek opgezet.

Als hij over het geloof vertelt, past hij op zijn woorden. Hij spreekt met langere pauzes tussen de zinnen. „Ik heb goede herinneringen aan die vakanties, al schaamde ik me wel tegenover mijn vriendjes die niet naar een preek hoefden te luisteren.” Het was op zo’n vakantie dat tot hem doordrong dat het verhaal niet zou kunnen kloppen. „Ik was vijftien. Ik probeerde die gedachte weg te duwen. Je levert een prachtig perspectief op oneindig, gelukzalig leven in, en ruilt dat in voor een korte zucht op aarde.

„Als je eenmaal twijfelt, is het te laat. Pas toen ik in Leiden studeerde, heb ik me uitgeschreven bij de kerk. Het was een fluwelen revolutie, omdat ik het voor mijn ouders zo vervelend vond. Iedereen wil zijn ouders laten zien hoe goed hij het doet, maar ik kan hen op het belangrijkste punt niet laten horen wat ze willen horen. Al word ik astronaut, dan nog is hun eerste vraag : waarom ga je niet naar de kerk?”

Heb je wel een goede band met je ouders?

„Ik heb nooit met ze gebroken. Er zijn veel manieren waarop je de opvoeding kunt verkloten, maar mijn ouders hebben me fantastisch opgevoed.”

Lezen ze je stukken?

„Ja. Soms krijg ik opmerkingen over wat ik heb geschreven. Ik heb ze een paar keer onbedoeld gekwetst met stukjes die over het geloof gingen. Voor mijn ouders is het geloof geen hobby, het is bestaansgrond: daar moet ik niet aankomen. Aan de andere kant kan ik niet doen alsof ik nog bij de kerk hoor.”

Van Veelen zegt dat hij het oninteressant vindt om met mensen om te gaan die dezelfde meningen hebben. „Toen ik de kerk verliet, ontwikkelde ik een allergie voor groepen waarin dezelfde opvattingen heersen. Ik voel me net zo min thuis in de bubble van het Amsterdamse schrijverswereldje als de kerk.”

Dat hij samenleeft met iemand die in veel opzichten totaal anders is, ziet hij als een zegen. „Rosanne en ik praten veel over politiek. Ze is uitgesprokener, ik ben genuanceerder. Veel opvattingen komen voort uit achtergrond. Je kunt wel doen alsof je door heel hard nadenken tot bepaalde standpunten komt, maar zo werkt het niet.”

Waarin verschilt haar achtergrond van die van jou?

„Rosannes ouders zijn allebei arts, specialisten. Zij heeft aandelen, ik niet. Eigenlijk is er meer waarin we overeenkomen. We zijn allebei vatbaar voor argumenten en feiten. Voor elke column leest zij zich heel goed in. Ze bekijkt alles op een wetenschappelijke manier: klopt dit wel? Ze is geen pavlov-parelketting-VVD’er.”

Hij is net terug uit Alexandrië. Daar moet zijn boek zich afspelen: een archeoloog gaat op zoek naar de graftombe van Alexander de Grote. De Macedonische wereldveroveraar fascineert hem al jaren. Voor zijn dertigste strekte zijn rijk zich uit tot India, en nog kon hij ontevreden zijn over wat hij had bereikt.

„Het is een vraag die iedereen zich kan stellen: is ambitie nou goed of slecht? Zonder kom je niet vooruit, maar ambitie is ook een soort gif. We willen allemaal weten hoe we dit korte leven verstandig besteden. Is het bijna afgelopen, dan vraag je je af wat je allemaal anders had moeten doen. Daar is natuurlijk een verklaring voor: verkeerde informatie. nrc.next heeft een carrièrebijlage, geen bijlage over hoe je je tijd vermorst, maar wel heel gelukkig bent. Gelukkig worden zou onze enige ambitie moeten zijn.”

Ben je niet gelukkig?

„Geluk heeft geen vaste toestand. Ja, het doel is om gelukkiger te worden. Door mijn leven zo te sturen dat ik aan het einde geen spijt heb dat ik de verkeerde koers heb gevolgd.” <<