Iedereen een Harvard-diploma

Vorig jaar woonde ons gezin in Boston en volgde ik elke donderdag college aan Harvard. Dat ging makkelijker dan ik dacht. Via de Harvard Extension School worden namelijk ruim 600 vakken aangeboden waar iedereen zich voor kan inschrijven tegen LOI-tarieven.

Tja, denken sommigen, dan moet je wel in de buurt wonen. Maar u weet waarschijnlijk: ook vanuit Nederland zijn steeds meer overzeese collegereeksen te volgen. Gratis. In de vorm van zogeheten ‘MOOCs’: Massive Open Online Courses. Naast Harvard, Stanford en de technische universiteit MIT, waar het idee geboren werd, bieden nog een paar honderd andere universiteiten MOOCs aan.

Online leren is natuurlijk niet nieuw. Zelfs mijn dochter van negen knutselt het ene na het andere ‘loom’-armbandje met behulp van tutorials op YouTube. Maar gratis studeren aan topuniversiteiten, da’s toch andere koek.

Afgelopen week sprak ik twee communicatiewetenschappers van de UvA die op MOOC-gebied pioniers zijn in Nederland: Arie den Boon en Rutger de Graaf. Met hun cursus ‘Introduction to Communication Science’ trokken ze vorig jaar enkele tienduizenden deelnemers.

Hierbij een paar van hun tips voor mensen die niet kunnen wachten om – online – terug te gaan naar de collegebanken:

Wie MOOCs wil zoeken, of ratings en reviews wil lezen, is er de website mooctivity.com. Op coursera.org, een MOOC-platform waar meer dan 100 universiteiten aan deelnemen, zijn onder meer Stanford en Princeton vertegenwoordigd. En vergelijkbaar: edx.org, is een platform van ruim 50 universiteiten, waaronder Harvard en MIT.

Zelf een MOOC maken? Kijk op YouTube naar ‘How I record MOOC lecture videos’ van Rosie Redfield, de leukste geneticahoogleraar van Canada.

Den Boon en De Graaf leerden zelf vooral veel praktische lessen in het afgelopen jaar. Zoals: maak filmpjes van maximaal vier minuten per stuk („anders haken mensen af”), met eigen tekeningen („voorkomt copyright problemen”), snelle testjes („om meteen na een filmpje de stof te oefenen”) en met ondertitels die je kunt downloaden („dat wordt veel gedaan, zo heb je meteen een samenvatting”).

Online toponderwijs, gratis voor iedereen. Wie kan daar tegen zijn? Toch zitten er ook een paar scherpe randjes aan dit verhaal. Het verdienmodel bijvoorbeeld. MOOCs zijn gratis. Maar een goede MOOC kost wel tijd en geld om te maken. Veel mensen voorspellen dat, net als bij Facebook en Google, adverteerders straks graag betalen voor de data en de aandacht die MOOCs genereren.

En er ontstaat concurrentie tussen docenten: in de VS is ratemyprofessors.com populair bij studenten en gevreesd onder docenten.

Daarnaast is kijken nog geen leren. Het lesaanbod is enorm, het publiek groot. Het percentage dat een cursus ook afmaakt ligt echter laag. Vaak beneden de 10 procent. De vraag is ook hoeveel kennis werkelijk zijn weg vindt naar toepassing.

Een ander probleem: te veel hoger opgeleiden: iedereen een Harvard-diploma. Prachtig. Alleen is er nu al geen passend werk voor alle hogeropgeleiden in onze maatschappij. In steden als New York en Boston worden mensen met een lagere opleiding al enige tijd massaal verdrongen door werkzoekende academici. Tot slot komen er steeds grotere verschillen: in theorie werken MOOCs emanciperend. Uit onderzoek blijkt echter dat de meeste cursisten mannelijke, westerse academici zijn, die graag business-colleges volgen.

Twintig jaar geleden geloofde ik voluit dat online ontwikkelingen de wereld zouden verbeteren. Nu iets minder voluit. Maar als mannelijke westerse academicus die graag business-colleges volgt, hoort u mij niet klagen.