Goed gedrag bij varkens is te kweken

Varkens in boerderijen bijten elkaar uit agressie en verveling. Boeren kunnen zonder veel moeite ‘vriendelijkere’ varkens fokken, ontdekte de Wageningen Universiteit.

Uit verveling bijten varkens in elkaars oren en staarten. De verplichte ‘verrijking’ van hokken helpt niet genoeg. Foto Sofie van Nieuwamerongen

Het is een favoriet tijdverdrijf van varkens: op elkaars oren en staarten kauwen. Dat gebeurt vooral in de moderne varkensstal, waar tien tot wel vijftig dieren in één hok leven. Gemiddeld vertoont zo’n 5 procent van de varkens schade aan de staart, met uitschieters tot wel 60 procent. Dat gebijt heeft niet alleen nare gevolgen voor de varkens, maar is ook slecht voor de productie: geplaagde dieren groeien minder goed. In het slachthuis kan dat per varken al gauw 4 kilo schelen.

Maar er is goed nieuws voor de varkensboeren. De neiging tot bijten zit bij varkens in de genen. Dus kun je ouderdieren daarop selecteren en zo minder bijtgrage varkens fokken. Dat bleek uit een project in het kader van het vijfjarige onderzoeksprogramma ‘Waardering van dierenwelzijn’, een initiatief van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het ministerie van Economische Zaken. Op 12 juni presenteerden de onderzoekers hun bevindingen op een eindsymposium in Wageningen.

„Natuurlijk heb je het liefst dat alle varkens de hele dag buiten in de modder mogen rollen”, zegt Liesbeth Bolhuis van Wageningen Universiteit, projectleider van het varkensonderzoek. „Dan kunnen ze voldoende wroeten en kauwen en hoeven ze die neiging niet op elkaar af te reageren. Maar dat is om allerlei redenen niet realistisch.”

Ook onder de gegeven omstandigheden zijn er veel manieren om het dierenwelzijn te verbeteren, benadrukt ze. „Bij het welzijn van varkens denken veel mensen alleen aan de fysieke omgeving”, zegt Bolhuis, „zoals de grootte en de inrichting van het hok. Maar ook de sociale omgeving is heel belangrijk.” Varkens ervaren in een nieuwe omgeving minder stress als er een bekend varken in de buurt is, zo bleek uit het Wageningse onderzoek. Varkens die regelmatig vriendschappelijk besnuffeld worden door hun soortgenoten, groeien zo’n 30 gram per dag méér dan dieren die nooit besnuffeld worden. Op een gemiddelde groeisnelheid van zo’n 750 gram per dag scheelt dat aanzienlijk. Maar omgekeerd geldt dat dieren die meer dan 2 procent van de tijd worden beknabbeld, juist 40 gram per dag minder groeien.

De Wageningers ontdekten daarbij iets opvallends: varkens die in een goed humeur zijn, kunnen die gemoedstoestand overbrengen op hun hokgenoten. Maar ook stress slaat snel over van het ene op het andere dier. „We noemen dit een primitieve vorm van empathie”, zegt Bolhuis, „en die kan dus zowel positief als negatief uitwerken. Het is zaak om daar in de dierhouderij gebruik van te maken.”

De Wageningers wilden graag weten of het bijtgedrag van varkens aangeboren is. Hulpmiddel bij hun onderzoek waren de gegevens die fokkers al decennialang nauwkeurig bijhouden van al hun varkens: wie krijgt nakomelingen met wie? En hoe productief zijn die nakomelingen? Voor aspecten als groeisnelheid en vleeskwaliteit krijgen varkens een ‘fokwaarde’ toegekend. Op basis daarvan kiezen de fokkers welke dieren ze met elkaar kruisen. „Daar wilden wij graag een fokwaarde voor sociaal gedrag aan toevoegen”, vertelt Bolhuis. „Maar hoe doe je dat? Je kunt als fokker onmogelijk van al je varkens een tijdlang gaan turven hoe vaak ze in elkaars oren en staarten bijten.”

Daarom gingen de Wageningers op zoek naar een geschikte indirecte maat voor ‘vriendelijk’ gedrag. De fokdatabases voor tienduizenden varkens lieten inderdaad – net als de gedragsstudies – verschillen tussen varkens zien. De hokgenoten van sommige dieren groeiden een paar procent beter of juist slechter dan gemiddeld, onder vergelijkbare omstandigheden.

Biggen

Wat cruciaal was: dat effect heeft een erfelijke component. Als oudervarkens een negatief effect hebben op de groei van hun hokgenoten, dan hebben hun biggen later een bovengemiddelde kans dat ze óók hun hokgenoten dwarszitten.

In een gedragsstudie met 500 varkens vergeleken de Wageningers vervolgens dieren met zo’n ‘lage sociale fokwaarde’ met dieren met hoge waarden. Varkens met een hoge sociale fokwaarde bijten elkaar 24 procent minder in staarten en oren. Ook zetten ze veel minder vaak (44 procent) zomaar een hap in andere lichaamsdelen, zoals een beet in de zij van een ander varken. En als de dieren jutezakken kregen om mee te spelen, gingen er 30 procent minder zakken doorheen – de varkens beten er minder in.

Varkens met een hoge sociale fokwaarde reageren ook minder angstig en gestrest op nieuwe en uitdagende situaties, en hebben lagere concentraties witte bloedcellen in hun bloed. „Deze bloedcellen spelen een rol in het afweersysteem”, legt Bolhuis uit. „Bij acute en chronische stress kunnen deze waarden verhoogd zijn.”

Bolhuis en haar collega’s noemen hun niet-bijtgrage varkens ‘vriendelijk’ of ‘sociaal’. Of ze ook echt meer sociaal gedrag vertonen, zoals elkaar besnuffelen, is niet onderzocht. In ieder geval zijn de dieren kalmer, en minder agressief.

Bolhuis wil graag doorgaan met het onderzoek, vooral om uit te zoeken wat er gebeurt als je dieren met elkaar gaat kruisen op basis van hun sociale fokwaarde. „Ik ben heel benieuwd welk effect dat over een paar generaties zou hebben, wat betreft zowel groei als welzijn.”

Is het wel ethisch om varkens te fokken op wenselijk gedrag? Bolhuis vindt van wel. „In de fokkerij is de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor de fysieke en mentale gezondheid van dieren”, zegt ze. „Omdat de consument dat wil, omdat de EU het voorschrijft en ook omdat veehouders zien dat de productie daar baat bij heeft. Dat selectief fokken daarbij nu een middel wordt, is alleen maar een goede zaak. Er wordt nu al continu gefokt op allerlei fysieke aspecten, waarom dan niet ook op eigenschappen die goed uitpakken voor welzijn? Als je die op positieve manier kunt bijsturen, dan komt dat de boeren én de varkens ten goede.”

Marijke de Jong van de Dierenbescherming is het met haar eens. „Het staartbijten van varkens wordt in de toekomst alleen maar een groter probleem”, zegt ze, „want het couperen van staarten wordt in Europa op korte termijn verboden. Dit onderzoek laat zien wat boeren op relatief simpele manieren kunnen doen om hun varkens een beter leven te geven. Dat juichen wij alleen maar toe.”

    • Nienke Beintema