Garantie op spaargeld is ’n gevaarlijke illusie

Vlak voor het zomerreces van de Tweede Kamer heb ik nog even een boodschap aan de heren en dames in Den Haag. Of beter gezegd: een opdracht.

Heren, dames, als u zo vriendelijk wil zijn dit nog even tot u te nemen? Ik heb het goede voornemen er na de zomer vaak op terug te komen (je zou ‘erop terugkomen’ ook doorzeuren kunnen noemen – heb ik geen moeite mee). Ik denk simpelweg dat het belangrijk is. Dus misschien kunt u er deze zomer alvast even op kauwen.

De opdracht is deze: lobby in Europa voor het verlagen van de garantie op spaargeld. We garanderen nu alle spaartegoeden tot 100.000 euro. Een burger met twee keer 100.000 euro op twee banken garanderen we ook. Dat doen we met zijn allen. Want ook al zijn onze banken officieel aansprakelijk voor het betalen van deze rekening, bij het bijna-bankroet van SNS bleek al dat zelfs onze grote drie banken (ABN Amro, ING en Rabo) dat helemaal niet aankonden. De miljarden euro’s aan spaargeld vergoeden was simpelweg teveel, dus werd SNS genationaliseerd.

Zo is het ook in de rest van Europa. Als een bank failliet gaat, zeggen de belastingbetalers van Europa in feite: wij zorgen ervoor dat elke spaarder van die bank 100.000 euro spaargeld terug krijgt. Dat is nogal wat. Nog maar acht jaar geleden was het bedrag dat we in Nederland garandeerden 38.000 euro. Maar in de paniek van de crisis trokken burgers zo enthousiast hun geld van banken af dat overheden tegen elkaar op begonnen te bieden in garanties. En nu zitten we nog steeds met die 100.000.

Dat is een belachelijk hoog en onrealistisch bedrag. We geven burgers er een vals gevoel van veiligheid mee. En we maken ons banksysteem onveiliger met dit soort grootspraakgaranties.

Het depositogarantiestelsel is bedacht om paniek onder spaarders te voorkomen. Daarom wil je kleine spaarders het gevoel meegeven: u hoeft uw geld niet van de bank te halen als er reuring ontstaat. Dat gevoel van veiligheid is een groot goed.

Maar het is niet goed om spaarders – klein en groot – de boodschap mee te geven: het maakt niet uit waar je je geld stalt, in Cyprus, bij Icesave, bij een Turkse bank, we redden u toch wel. Dat trekt gelukszoekers aan, zoals de vele Russen die hun geld stalden op Cypriotische banken: hoge rente, geen vermogensbelasting, en wel gegarandeerd door Europa. Hoera! Het Cypriotische bankwezen werd er idioot groot door, en verpletterde toen het omviel bijna de eigen overheid, economie en maatschappij.

Willen we een veilig en goed functionerend bankenstelsel, dan hebben we de kritische blik van spaarders hard nodig. Spaarders moeten zich daarom niet té veilig wanen. We kunnen niet alle verantwoordelijkheid voor een veilig bankstelsel op het bord van de toezichthouders schuiven. Net zoals de politie geen absolute veiligheid kan garanderen, kan een toezichthouder als De Nederlandsche Bank dat ook niet. Spaarders en toezichthouders moeten samen zorgen dat banken geen rare dingen doen. De politie heeft toch ook tips van burgers nodig om verborgen drugslaboratoria of wietplantages op het spoor te komen?

Die 100.000 euro geeft een vals gevoel van veiligheid. Het is te hoog. Volgens de laatste meting uit 2011 komen er 400 miljard Nederlandse spaartegoeden voor deze garantie in aanmerking. 400 miljard! Dat is bijna evenveel als de hele staatsschuld! Na een halvering van de garantie is die nog steeds absurd hoog, maar al een heel stuk geloofwaardiger.

In Brussel is het verlagen van de garantie een taboe. Daarom heren en dames in Den Haag, aan u de schone taak dit bespreekbaar te maken. Bij een gezond financieel systeem hoort gezond besef van risico. Prettige vakantie!