Een explosief dossier dat Den Haag zomaar kan verlammen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: het Openbaar Ministerie, de coalitie en de mogelijke vervolging van Wilders. Ofwel: interne PVV-getuigenissen die het OM niet heeft opgetekend.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Mijn beeld van de week was dat pasje uit Brussel: WILDERS Geert, stond onder zijn fotootje, Member of the European Parliament 2014-2019. Maandagmiddag vroeg hij het aan, dinsdag was het alweer waardeloos: toen zag hij, na een wekenlange flirt, ineens af van een gecombineerde zetel in Kamer en Europarlement.

Gelijktijdig mislukte de veelbesproken Europese fractie met het Front National. „Bye bye Brussel”, twitterde hij, zo te zien zonder ironie.

Varianten op een PVV-thema. Drie verloren verkiezingen op rij. Twintig procent Kamerfractie kwijtgespeeld. Openbaar Ministerie dat de ‘minder Marokkanen’-uitspraak onderzoekt. En nu het Europese avontuur naar de knoppen: florissant is anders.

Het knappe was wel dat Wilders de media dwong hun aandacht voor zijn nieuwe nederlagen tot twintig meter te beperken; daar kan GroenLinks nog wat van leren. Twintig meter: zolang is op dinsdag Wilders’ cameramoment, als hij van de wandelgang oversteekt naar de vergaderzaal. Hij vertelde de reporters dat hem, ik parafraseer nu even, nog ontzettend veel belangrijk werk in Den Haag wacht. En dat was dat. Itempje in het Journaal, eenkolommer in de kranten: PVV-nederlaag als geeuwmoment. Over tot de orde van de dag graag.

Feit is dat alle rumoer in de PVV, en die is niet ten einde, erg gunstig kan zijn voor de grootste regeringspartij, de VVD. Zeker in combinatie met het verval van 50Plus: de partij die zijn verbannen leider, Norbert Klein, in de Kamer moet dulden, en zijn gewenste leider, Henk Krol, er niet in weet te krijgen.

Zodoende heeft de VVD op rechts twee electorale concurrenten met weinig groeipotentieel en een fikse kans op verval; op die flank is alleen het CDA herstellende. Vergelijk dit met de PvdA: de sociaal-democraten zijn omsingeld door partijen – D66, GroenLinks, SP – die electoraal in de lift zitten. Het voorspelt meer instabiliteit in de coalitie: de VVD kan alle kanten op, de PvdA even niet.

Gelijktijdig doemt een fascinerend dilemma voor de VVD op, in een explosief dossier dat elk moment de politiek kan verlammen: de mogelijke vervolging van Wilders wegens zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak.

Politici zullen elke bemoeienis met de aanstaande beslissing ontkennen – en tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat zij er bemoeienis mee hebben. De verwachting is dat de leiding van het Openbaar Ministerie binnen niet al te lange tijd haar oordeel definitief zal vellen.

Detail: de minister die daar formeel verantwoordelijkheid voor draagt is een VVD’er: Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie).

Tactisch lopen de belangen van de VVD en de PVV hier op een vreemde manier parallel. In de PVV is bekend dat Wilders erg opziet tegen mogelijke vervolging, hoewel die grote politieke voordelen zou hebben: hij kan een eventueel proces presenteren als zoveelste poging van de elite om een vertegenwoordiger van het volk de mond te snoeren.

Maar Wilders’ leven bestaat niet uit alléén tactiek. Zijn vorige vervolging (Fitna, haatzaaien) was voor hem zo zenuwslopend en geldverslindend dat hij er veel voor over zou hebben, aldus mensen in zijn omgeving, een nieuwe gang naar het hekje af te wenden. Ook omdat hij vreest dat een eventuele veroordeling een beletsel vormt voor vestiging in het buitenland, na afloop van zijn politieke carrière.

Andersom biedt vervolging, inclusief slachtofferrol, Wilders kansen op een herrijzenis die er anders niet zomaar inzit. Dus ga er maar vanuit dat ze in de VVD niet op vervolging zitten te wachten.

De uiteindelijke beslissing ligt natuurlijk bij het OM – en daar is iets mee aan de hand. Nadat 19 maart, avond van de raadsverkiezingen, de ‘minder Marokkanen’-controverse was ontstaan („dan gaan we dat regelen”), namen diverse PVV’ers contact met me op die de affaire van binnenuit hadden zien ontstaan: voor, tijdens en na de momenten waarop Wilders zijn controversiële uitspraken deed.

Dit leidde de laatste maanden tot gesprekken met negen getuigen die zonder uitzondering anoniem wilden blijven; de meesten omdat ze vrezen voor hun carrière als hun naam met deze kleine geschiedenis in verband wordt gebracht.

In hun verhalen sprongen er twee momenten uit. Het ene ging over de eerste keer dat Wilders de term ‘minder Marokkanen’ gebruikte. Dat was namelijk, zeggen twee getuigen, volstrekt toeval: de woorden vielen uit zijn mond in een gesprek met de NOS op 12 maart – een week voor de verkiezingen, tijdens een bezoek aan een markt in Loosduinen.

Die getuigen wisten dit zo zeker omdat Wilders voor elk optreden in kleine PVV-kring ‘nieuwspuntjes’ doorneemt – uitspraken waarmee hij het nieuws haalt. Daar zat die dag ‘minder Marokkanen’ niet bij, vertelden de twee, en wat meer is: meteen na afloop van het cameramoment, merkten ze dat Wilders zélf betwijfelde of de uitspraak niet over het randje was. „Had ik dit wel moeten doen?”, zei hij volgens een getuige in kleine PVV-kring.

De dagen erna liet hij zich binnen de partij, vertellen PVV’ers, onder meer via sms en e-mail informeren over het risico dat hij had genomen; een deel van die correspondentie mocht deze krant ter inzien. In die adviezen klonk door dat hij ‘minder Marokkanen’ altijd in de context moest plaatsen – dat de PVV nu eenmaal voor uitzetting van criminele Marokkanen is, dat de PVV zich verzet tegen gezinshereniging, etc. Met andere woorden: hem was vanuit PVV-kring bevestigd dat een kale oproep tot minder Marokkanen onverstandig en mogelijk strafbaar was.

Dat hij de woorden die week toch herhaalde, was ook, vertelden PVV’ers, omdat de PvdA het thema opspeelde. Zo aarzelend (en aardig) als Wilders in de binnenkamer kan zijn, zeggen ze, zo vastbesloten (en geharnast) treedt hij naar buiten: hij zal een eenmaal ingezette koers, weten ze in de partij, nooit verlaten.

Het tweede moment dat eruit sprong was de voorbereiding van Wilders’ beruchte toespraak op 19 maart, in café De Tijd op het Plein. Zeven getuigen vertelden hierover dat een medewerker van de Kamerfractie zich vóór Wilders’ komst tussen het publiek mengde, dat in plukjes op de PVV-leider wachtte.

Die medewerker (zijn naam is bij de redactie bekend) sprak de groepjes vervolgens aan. Hij wist – dit was hem gesms’t, vertelde hij – welke drie vragen Wilders zou stellen. Eerst: ‘Willen jullie minder Europa?’ Daarna dezelfde variant met minder PvdA; daarna met minder Marokkanen. En hij instrueerde de groepjes dat ze na elke vraag „minder, minder, minder” moesten scanderen.

Bottomline: Wilders wist al vanaf 12 maart dat hij zich op glad ijs begaf. Sterker nog: het beeld van een schreeuwende menigte die minder Marokkanen eiste was het product van een enscenering vanuit de PVV-Tweede Kamerfractie. De hele ophef was kortom besteld. Feiten en omstandigheden, zo liet ik me door juristen uitleggen, die de kans op een mogelijke veroordeling vergroten.

En het frappante is: sommige van bovengenoemde getuigen zouden graag door het OM gehoord worden (anderen uitdrukkelijk niet). Maar feit is, en daar gaat het hier om, dat geen van deze mensen tot nu toe als getuige is gehoord.

En dat terwijl afgelopen week de termijn verstreek die het OM in 2008 nam om een vervolgingsbeslissing over Fitna te nemen. Wilders zelf, bleek begin deze maand uit een publicatie in De Telegraaf, sorteert al voor op een vervolging: in e-mails vroeg hij medewerkers alvast de doopceel van de zaaksofficieren van justitie te lichten. Evengoed probeerde hij kort na 19 maart Opstelten verdacht te maken. De minister sprak, zoals vele andere politici, zijn afschuw over Wilders’ uitlatingen uit, wat de vooringenomenheid van de minister zou bewijzen. „Iedere vervolging is bij voorbaat kansloos”, provoceerde Wilders.

Zo kun je dit ongeluk van verre zien aankomen. Vanuit juridisch oogpunt komt niet-vervolgen neer op een zodanige oprekking van de vrijheid van meningsuiting dat voortaan elke politicus een wens voor minder Antillianen, Turken of vult-u-maar-in mag uitspreken. Vanuit politiek oogpunt komt vervolgen neer op een verzoek tot herrijzenis van een politicus die zichzelf, in Brussel en Den Haag, na tien beeldbepalende jaren op een zijspoor heeft gemanoeuvreerd. En met een VVD-minister die formeel verantwoordelijk is voor de vervolgingsbeslissing, is de kans op politieke interpretatie van een justitiële beslissing levensgroot. Wat een mijnenveld.