Afscheid op eigen houtje

Een uitvaart zonder uitvaartondernemer is niet simpel. Maar het kán. „Het helpt de dood te verdragen.”

De stoelen een klein beetje naar voren, dan paste de kist precies in zijn Chevrolet Transport, wist Constans Pos, eigenaar van een bed & breakfast in Dieren. Wekenlang had hij samen met anderen het afscheid voorbereid van hun vriend, de 57-jarige beeldend kunstenaar Roland Sips. Hij was ongeneeslijk ziek en meteen na de doodstijding had hij heel beslist gezegd: geen uitvaartondernemer alsjeblieft! „We wilden geen vreemden over de vloer”, zegt zijn vrouw Carin Unverzagt twee jaar later. „We zouden hun nooit precies kunnen uitleggen welke sfeer wij fijn vinden, hoe de ruimte eruit zou moeten zien, welk crematorium geschikt is. Waarom zou je het niet met elkaar kunnen doen, met mensen die om je geven?”

Dat bleek eenvoudiger gezegd dan gedaan. Want waar begin je met het organiseren van een crematie? Wat zegt de wet, hoe zijn de regels en wat kost dat allemaal? Het vinden van een crematorium bleek de eerste hobbel. Bij het ene crematorium moest je voor de aula betalen, ook als je daar geen gebruik van maakte, het volgende liet klip en klaar weten geen zaken te doen met particulieren. Het derde maakte tegensputterend het benodigde contract op. De kist moest wel ’s ochtends voor tien uur worden gebracht.

De uitvaartbranche is niet gewend aan doe-het-zelvers, zoveel was de nabestaanden van Sips al snel duidelijk. En de doe-het-zelvers kregen een onthullend inkijkje. Het huren van de koeling bijvoorbeeld kostte bijna duizend euro, herinnert Pos zich. „Ik had op internet gevonden dat een koeling nieuw vijftienhonderd euro kost en tien jaar meegaat. Toen ik vroeg waarop ze de factuurprijs hadden gebaseerd, luidde het antwoord dat dat het bedrag was dat uitvaartondernemers normaal kunnen declareren een uitvaartverzekering.”

De gemeente bleek evenmin gewend zaken te doen met particulieren. Voor een crematie is een zogeheten ‘crematieverlof’ nodig. Op de vraag hoe dat aangevraagd kan worden, antwoordde de ambtenaar van de burgerlijke stand in Rheden aanvankelijk dat alleen een uitvaartondernemer dat kan doen. Dat had ze mis, zo gaf ze later toe.

De vrienden lieten zich niet uit het veld slaan en werkten een zelf opgesteld, uitgebreid draaiboek af. Terwijl de zieke steeds zieker werd, timmerden ze in het huis van Pos stukje bij beetje de kist in elkaar, een doe-het-zelfpakket van eenvoudig larikshout uit de streek. De binnenkant bespanden ze met ongebleekte katoen en tussen hout en stof legden ze een bedje van hooi uit de dierenwinkel. Dat hooi was tegen de regels van het crematorium, omdat de kist bij het openen van de ovendeur te snel vlam kan vatten. Maar die burgerlijke ongehoorzaamheid paste juist goed bij het eigenzinnige leven dat hun vriend had geleid.

„Er was geen moment dat iemand dacht: dit kunnen we niet”, zegt zijn vrouw. Ook toen hij gestorven was, was het vanzelfsprekend dat zij samen met hun dochter en een paar vrienden het lichaam wasten en aankleedden. En zo liep een kleine groep mensen een week later over de begraafplaats in Doetinchem naar de zij-ingang van het crematorium. Het was een koude zaterdag in mei en er was niemand anders bij dan de functionaris bij wie ze de kist zonder ceremonie achterlieten. Zo was het afgesproken en zo is het gegaan. De herdenking was die middag elders, met veel mensen, muziek, drank en hapjes van de vrienden van de kookclub.

Helemaal zelf de uitvaart voor je dierbare organiseren: volgens de wet mag dat. Artikel 18 van de Wet op de lijkbezorging zegt dat overledenen recht hebben op een uitvaart die past bij hun persoonlijke opvattingen en de manier waarop ze hebben geleefd. Maar volgens de Landelijke Vereniging van Crematoria gebeurt het niet vaak.

Wassen

Er is wel een tendens dat mensen meer zelf willen doen, zegt uitvaartondernemer Isabelle van Soest. Zelf probeert ze nabestaanden altijd zoveel mogelijk te betrekken bij alle handelingen. „Soms vraag ik mensen om te helpen bij het wassen van de overledene, of even de haren te kammen. Later zijn ze daar dankbaar voor, omdat ze nooit gedacht hadden dat ze dat konden.”

Fotografe Sabine Joosten, die de foto’s maakte die bij dit artikel staan, regelde zelf de crematie van haar vader, omdat ze een hekel heeft aan die ‘pinguïnmannetjes met hun uitgestreken smoelen en hun nep-emotie’. Daar kwam bij dat haar vader graag een zo simpel en goedkoop mogelijke uitvaart wilde. Hij overleed anderhalf jaar geleden. Sindsdien vragen vrienden en bekenden haar geregeld hoe ze dat nu gedaan heeft, die doe-het-zelfcrematie. Joosten: „Bijna niemand weet dat het kan, maar het spreekt veel mensen aan. Zelf kwam ik op het idee door een uitzending van Rambam drie jaar geleden waarin de programmamakers aan de hand van een fake crematie lieten zien wat er bij komt kijken als je het zelf wilt doen.”

Isabelle van Soest had koud de opleiding tot uitvaartondernemer achter de rug toen haar moeder in februari overleed. Die had haar dochter op het hart gedrukt zelf de uitvaart te regelen. „Vooral de zakelijke besognes – rouwkaarten bestellen, onderhandelen met het crematorium – vielen me zwaar. En het was soms moeilijk om twee petten op te hebben, zoals tijdens de dienst, waar ik zowel een naaste was als ceremoniemeester.”

Desondanks is Van Soest blij dat ze de laatste wens van haar moeder heeft kunnen vervullen. „Aan het eind van de uitvaart – er was een dienst in een schattig klein kerkje en daarna een borrel met live muziek – zeiden de vrienden van mijn moeder: ‘Het was precies zoals Riet was’.”

Voor het overbrengen van haar moeders lichaam naar huis en later naar het crematorium huurde Van Soest een rouwvervoerder in. Ook voor de ‘laatste verzorging’ riep ze de hulp in van een specialist. „Samen met haar heb ik mijn moeder gewassen en aangekleed. Het voelde heel natuurlijk, ook al had ik mijn moeder nog nooit naakt gezien. Wel zag ik ertegenop om bijvoorbeeld haar mond te hechten, iets wat vaak nodig is bij een overledene; een klein steekje aan de binnenkant van de mond, zodat die niet openvalt. Ik wist dat die specialiste dat heel mooi kon, dus dat liet ik graag aan haar over.”

In Dieren is nog vaak nagepraat over de intensieve weken voorafgaand aan de crematie van Roland Sips. Buurman Jan van den Hoogen wordt bij het ophalen van sommige herinneringen nog emotioneel. „Ik heb toen echt mijn grenzen moeten verleggen. Ik vind het al vreselijk eng om een dood muisje op te rapen en op een gegeven moment stond ik met al mijn kracht de buurman in zijn kist te leggen en zeven dagen later van de koeling te tillen.” Toch kijkt hij met een positief gevoel terug op de periode. „Je bent heel nadrukkelijk in de nabijheid van iemand en ik heb die tijd als heel warm beleefd.”

Constans Pos vond het een „geweldige ervaring”. „Het heeft mij echt geholpen zijn dood beter te verdragen. Ik kon mijn verdriet omzetten in daden.”

    • Brigit Kooijman
    • Tekst
    • Rineke van Houten