We zijn die Nigeriaanse meisjes al weer vergeten

De campagne Bring Back Our Girls leek succesvol. Maar het effect? Niemand praat meer over die gekidnapte meisjes, schrijft Max Fisher.

Het is minder dan tweeënhalve maand geleden dat de Nigeriaanse terreurgroep Boko Haram 300 kinderen kidnapte – allemaal meisjes – als onderdeel van een oorlog tegen de regering van Nigeria.

Het is minder dan twee maanden geleden dat internationale verontwaardiging daarover uitmondde in een overwegend westerse sociale-mediacampagne, een campagne die gebruikmaakte van de hashtag #BringBackOurGirls. En het is een maand geleden dat het grootste deel van de wereld, afgezien van Nigeria, de belangstelling verloor voor die campagne om de meisjes te redden. De meesten zitten nog steeds gevangen – als ze er niet nog erger aan toe zijn.

Een paar muiskliks volstonden voor deze ruimhartige missie. Waarschijnlijk is het dan ook even onvermijdelijk als voorspelbaar dat mensen in het Westen het net zo snel weer opgaven als ze eraan waren begonnen. Dat is nu eenmaal eigen aan dit soort brede, sentimentele acties tegen misstanden in landen ver weg.

Wat ook niet hielp: de problemen waren groter en de oplossingen moeilijker dan verwacht. En dus was het gemakkelijker om stilletjes iets anders te gaan doen.

Teju Cole, een Nigeriaans-Amerikaanse romanschrijver die verslag doet van de kidnapping en de westerse reactie daarop, plaatste deze overdenkingen over „het eenvoudige onrecht” op Twitter: „De aantrekkingskracht van het verhaal was de eenvoud: de ontvoering van meisjes. Een gruwelijk misdrijf, een eenvoudig onrecht dat eenvoudig gecorrigeerd kon worden. Maar eenvoudig was het nooit. In werkelijk ging het over een stuk van de hel, waar de meeste pogingen om te helpen gedoemd waren om te mislukken of om zaken erger te maken”.

Wat bleek: Boko Haram opereert niet in een vacuüm en ook de kidnapping vond niet plaats in het luchtledige. Beide zijn onderdeel van een groter, rommeliger en moreel minder duidelijk verhaal dan het Westen met zijn goedbedoelde uitbarsting had voorzien. Om te beginnen heb je de groeiende marginalisering – economisch en politiek – van de bevolking in Noord-Nigeria. Een bevolking die grotendeels uit moslims bestaat. Dan is er de corruptie en incompetentie van de regering. De manier waarop militairen probeerden Boko Haram aan te pakken is zo klunzig dat er Nigerianen bij werden gedood die anders misschien bondgenoten hadden kunnen zijn tegen de terreurgroep. En dan gebeurde dit nog: Nigeriaanse veiligheidstroepen hebben als onderdeel van hun campagne tegen Boko Haram sinds 2011 familieleden van Boko Haram-strijders vastgezet – gekidnapt, zou je het kunnen noemen.

Die familieleden, vaak vrouwen of meisjes, worden niet beschuldigd van misdaden. Ze worden gewoon vastgehouden om druk uit te oefenen op Boko Haram – als onderpand, zouden sommigen zeggen. Natuurlijk geeft dat Boko Haram niet het recht om dezelfde tactiek toe te passen. Maar het helpt je wel iets beter te begrijpen waarom de groep dit ziet als een legitieme manier om te vechten tegen de regering die ze zo haat.

Zou er in het Westen ook campagne worden gevoerd voor de vrouwen van vermeende Boko Haram-strijders die zonder proces worden vastgezet? Nee, natuurlijk niet. Je kunt je ook geen makkelijke sociale-mediacampagne voorstellen tegen de complexe, politieke en economische problemen die zich al tientallen jaren opstapelen. En die zo de omstandigheden schiepen voor Boko Haram en die gruwelijke kidnapping.

Hoe misplaatst en simplistisch de campagne dus ook was, even kon je hopen dat die zou zorgen voor de broodnodige aandacht. En voor druk op de Nigeriaanse regering om zichzelf te hervormen. Maar omdat de aandacht verdween, verdween ook die druk. Uiteindelijk maakte de oprisping van zorgen, tweets en tv-discussies waarschijnlijk weinig verschil. De Amerikaanse regering werd zodanig opgejut dat ze een clubje militaire adviseurs naar Nigeria stuurde.

Die waren niet in staat van de ene op de andere dag orde op zaken te stellen bij het notoir rommelige leger van Nigeria. En ook niet in het achtergestelde noorden van het land – een gebied ter grootte van Californië.

Het enige effect was misschien dat westerlingen doof werden voor de dieperliggende problemen. En dat het gevoel ontstond dat Nigeria behoorde tot een categorie landen die hopeloos verloren zijn door geweld en die je daarom maar beter kunt vermijden. Dat is een categorie die alleen bestaat als stereotype – in werkelijkheid is elk land vatbaar voor geweld en is geen enkel land daardoor verdoemd. Het is een handig excuus om het lijden van die meisjes te negeren. En om verder te gaan naar het volgende schandaal.