Wanneer komt Klaas-Jan er nou in?

Gaat het mis met Oranje, dan ligt het niet aan Klaas-Jan Huntelaar. Hij speelde nog geen minuut en dat snapt zijn opa niet. Hij snapte ook niet dat Klaas-Jan liever wilde voetballen dan studeren.

Het Cruyff Court vlakbij het huis van Dick Huntelaar, in Hummelo. Zijn kleinzoon liet het veldje aanleggen toen hij in 2006 topscorer van de eredivisie werd, ook was hij dat jaar ‘meest waardevolle speler’ van Ajax.Foto Boudewijn Bollmann

‘Huntelaar, kom eens naar boven.’ De dag na de Watersnoodramp, 2 februari 1953, moest Dick Huntelaar, werkzaam op het gemeentehuis van Bloemendaal, zich melden bij de burgemeester. Of hij een functie wilde aanvaarden in Zierikzee, was het verzoek. Meehelpen met de wederopbouw. Een dag later zat de 25-jarige Dick in de trein naar Zeeland.

Zonder de Watersnoodramp had Dick Huntelaar zijn vrouw nooit leren kennen en dan was er ook geen Klaas-Jan Huntelaar geweest.

Voetbal, dat is narigheid

De inmiddels 86-jarige Dick Huntelaar, ‘opa van’, is nog altijd goed bij de pinken („Met de trein naar Zeeland via Rotterdam kon niet, vanwege de overstromingen. Je moest via Utrecht, Tilburg, Breda”).

Hij rijdt nog auto, hij e-mailt en hij leest twee kranten, waaronder NRC. Een krant is leerzaam, vindt Huntelaar. Maar zijn eigen kinderen abonnee maken, is nog niet gelukt. ‘Te duur’, vinden ze. ‘Maar kwaliteit kost geld’, zegt hij dan.

In 1963 verhuisde het gezin naar het Gelderse Hummelo en Keppel, waar Dick gemeentesecretaris werd. Belangrijkste verhuisreden – naast dat je in Zeeland moeilijk carrière maakt als buitenstaander – waren de betere opleidingskansen in Gelderland.

Achteraf een prima keuze, vindt Dick Huntelaar. Al zijn vier zoons kwamen goed terecht. Jan, de oudste en vader van Klaas-Jan, studeerde voor onderwijzer, Hans voor wegenbouw, Marco voor werktuigbouwkundige en Cor deed economie. „Die jongens moesten leren van mij. Ik heb er altijd achteraan gezeten.”

Maar zijn kleinzoon, Klaas-Jan, wilde liever voetballen dan leren. „Die narigheid” begon in de derde van de havo, zegt Dick Huntelaar. Van voetbal kun je niet leven, dacht hij, zeker niet na je dertigste. Omdat nogal wat clubs geïnteresseerd bleken, mocht Klaas-Jan van zijn ouders toch de gok wagen, bij de jeugdopleiding van De Graafschap. En gelukkig maakte hij ook de havo af. „Dat was een hele zorg.”

Als opa heb je op zulke momenten weinig in te brengen. Als zijn eigen zoons van rond de vijftig jaar dingen doen waarvan hij denkt ‘moet dat nou?’, dan zegt Dick Huntelaar er rustig wat van. Maar tegen je kleinkinderen heb je weinig te vertellen. „Moet je eens luisteren opa,” zeggen ze dan. „De tijden zijn nu echt veranderd.”

Achteraf heeft Klaas-Jan natuurlijk wel gelijk gehad. Maar dat zijn kleinzoon zoveel beter was dan rest, dat weet je niet meteen. Bij PSV werd de jonge Huntelaar niet goed genoeg bevonden en in 2003 werd hij verhuurd aan AGOVV. „Pas daar werden ze wakker”, zegt Dick Huntelaar, „na een berg doelpunten”. Het vervolg van de loopbaan van zijn kleinzoon lepelt hij achteloos op: „Heerenveen, Ajax, Madrid, Milan, Schalke 04.”

Zijn huis zit vol bij wedstrijden

Waren verenigingen in bezettingstijd niet zo gecorrumpeerd geweest, dan had Dick Huntelaar ook graag bij een voetbalclub gezeten. De liefde voor het spel zit in de familie. Zijn vier zoons hebben allemaal in het eerste gespeeld van het lokale HC’03. Jan als een echte nummer tien, Hans achterin. „Die moest je echt twee, drie keer voorbij voordat je er langs was.”

Dick Huntelaar werd later voorzitter van een lokale voetbalclub, twee kleinkinderen, Jet en Marga Huntelaar, spelen hoog bij FC Gelre en kleinzoon Koen zit bij de jeugdopleiding van De Graafschap.

De jongste zoon van Dick Huntelaar, Cor, is enkele jaren geleden op het voetbalveld overleden. Dichtgeslibde aderen, zakte op een zondagochtend zo onderuit. Naar het Slingeland Ziekenhuis, tevergeefs. „Cor had al langer last van zijn hart. ‘Laat je nou toch opereren’, zeiden we. ‘Nee, ik ben 43, veel te jong. Dat doe ik niet.” Het recente overlijden van zijn vrouw is acceptabeler: „Zij was al 83.”

Aan gezelligheid desondanks geen gebrek. Zelfs Klaas-Jan komt ondanks zijn drukke schema („voetbal is weekendwerk”) nog regelmatig bij zijn opa langs voor een glaasje fris. Dick Huntelaar begint dan meestal over familiezaken, niet over voetbal. „Altijd maar dat voetbal, dat gaat die jongen ook de keel uithangen.”

De wedstrijden van Oranje kijkt hij in een huiskamer vol familie. Dertig man. Dan gaan ze zo tekeer dat hij eerder moe wordt van het lawaai dan van voetbal kijken. En natuurlijk, dat Klaas-Jan, die zo’n goed seizoen bij Schalke 04 achter de rug heeft, nog altijd niet heeft gespeeld, daar snapt hij niets van. Maar opa Dick ziet het liever zo: als het straks verkeerd afloopt, kan Klaas-Jan zeggen dat het niet zijn schuld is.

Dick Huntelaar is een trotse opa. „Ja natuurlijk, wat dan! Ik mag helemaal niet mopperen.”

    • Freek Schravesande