Het driftleven van twee grootheden

Norman Mailer (1923-2007) en Gore Vidal (1925-2012) koppelden intellectuele scherpzinnigheid aan een luide stem in het publieke debat. Beiden waren vechtlustig en hielden er een promiscue leven op na.

Ongedateerd portret van Norman Mailer
Ongedateerd portret van Norman Mailer Yousuf Karsh/Camera Press/HH

Gore Vidal zal eerst en vooral beroemd blijven vanwege de rake taal in zijn romans, filmscripts, toneelstukken en journalistieke werk. Toch zal menig oudere Amerikaan bij het horen van de naam Vidal terugdenken aan de tijden dat schrijvers, academici en andere publieke intellectuelen nog een voorname stem hadden op prime time televisie. Zo keken miljoenen Amerikanen in de jaren zestig naar de verhitte debatten tussen de conservatief William F. Buckley en legendarische linkse figuren als Vidal, Noam Chomsky en Norman Mailer.

Laat overigens niemand zeggen dat het er in die dagen beschaafder aan toeging dan nu. Zo ontaardde in 1968 een debat over de Amerikaanse rol in Vietnam in een ordinaire scheldpartij tussen Buckley en Vidal. Nadat Buckley Vidal had verweten dat hij met zijn anti-interventie positie ‘nazi’s gedoogde’, antwoordde deze: ‘De enige proto- of crypto-nazi waaraan ik kan denken bent uzelf.’ Waarop Buckley alle remmen losgooide tegen de homoseksuele Vidal. ‘Nu moet jij goed luisteren, mietje. Hou op met me crypto-nazi noemen of ik sla je op je verdomde gezicht en je zult je niet meer kunnen verroeren.’ Dit ‘debat’ zou in de kolommen van het blad Esquire en in de rechtszaal worden voortgezet.

Het niveau kon nog dieper zakken, zo bleek in 1971 tijdens de Dick Cavett Show (voorloper van de vele late-night-shows van nu). Nog voordat de uitzending begon, deelde Mailer, die al flink had zitten innemen, in de make-upruimte een kopstoot uit aan Vidal. Tijdens de uitzending zelf zocht Mailer verbaal de aanval, door Vidal voor te houden dat hij ‘absoluut geen karakter of morele basis of zelfs maar intellectuele inhoud’ bezat.

Aanleiding voor Mailers woede was de recensie die Vidal net over zijn boek Prisoner of Sex had gepubliceerd in The New York Review of Books. Daarin referereerde Vidal aan een incident waarbij Mailer zijn toenmalige vrouw met een zakmes had neergestoken – een verwijzing die Mailer ‘intellectueel oneerlijk’ vond.

Geroddel

Het bijzondere aan die ruzie is dat deze werd uitgevochten door twee publieke intellectuelen die veel met elkaar gemeen hadden. Mailer en Vidal waren beiden zeer links geëngageerd, zochten decennia lang actief de controverse op, waren dol op het publieke debat, produceerden aan de lopende band zowel fictie als journalistiek werk en ambieerden beiden een politieke carrière — Mailer was kandidaat voor het burgemeesterschap van New York (1969), Vidal voor een zetel in het Huis van Afgevaardigden (1960) en de Senaat (1982). Beide auteurs verloren hun races. Juist over deze twee figuren zijn onlangs biografieën verschenen, hoewel biografie voor het boek over Vidal een overstatement is: Tim Teeman, de New York-correspondent van de Britse krant Times of London, beschrijft in In Bed with Gore Vidal hoofdzakelijk diens liefdesleven.

Het is misschien niet het boek dat Vidal, gezien zijn verdiensten voor de letteren verdiende, maar geheel onbegrijpelijk of onverwacht is de publicatie niet: Vidal, nooit te beroerd om aan andermans privébesognes te refereren, was zeer gesloten over zijn privéleven. Een van zijn overwegingen daarvoor was dat hij geen etiket opgeplakt wilde krijgen. Zo bestond er niet zoiets als een homoseksueel, placht hij te zeggen, ‘alleen homoseksuele handelingen.’ Dat hij daaraan uit vrije wil deelnam, gaf hij graag toe. Zolang hij maar geen homo werd genoemd.

Doodsbang

In zijn laatste levensjaren toonde hij zich tegenover Teeman echter openhartig, zoals ook Vidals vertrouwelingen vrijuit met Teeman spraken. Zo lezen we dat Vidal voor zijn 25ste al met meer dan duizend mannen naar bed was geweest en dat zich onder die veroveringen beroemdheden als Fred Astaire en Rock Hudson bevonden. Daarnaast zou hij tot aan de dood van zijn aartsvijand Buckley doodsbang geweest zijn dat deze een dossier zou vrijgeven waaruit zou blijken dat Vidal seks met minderjarige jongens had gehad. Tijdens zijn 53-jarige relatie met zijn Howard Austen had hij zich altijd aangetrokken gevoeld tot adolescenten — vandaar zijn vele tripjes naar Bangkok. Kortom, In bed with Gore Vidal is in de eerste plaats voer voor roddelaars, hoewel goed opgeschreven.

Waar Teeman het literaire leven van zijn onderwerp zo goed als negeert – baanbrekende werken als de roman The City and the Pillar (1948) of de zevendelige historische-romancyclus Narratives of Empire (1973-2000) worden slechts zijdelings genoemd –, daar neemt biograaf Michael Lennon het literaire leven van Norman Mailer juist als basis om diens turbulente privéleven te begrijpen.

Lennon behandelt net zo goed al Mailers boeken als diens zes huwelijken, zijn negen kinderen en zijn grote vriend- en vijandschappen, welke laatste bij Mailer steeds dicht bij elkaar lagen. Het leven van Mailer speelde zich immers continu af tussen extremen – tussen mislukking en succes, tussen euforie en misère.

Mailers debuutroman The Naked and the Dead (1948) werd bij verschijning gebombardeerd tot het eerste meesterwerk dat de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog duidde. De daaropvolgende ‘politieke’ roman Barbary Shore (1951) werd echter slecht ontvangen. Zijn essay Superman Comes to the Supermarket, een portret van presidentskandidaat John F. Kennedy en diens verovering van de Democratische presidentsnominatie, zou een geloofsartikel worden van het ‘New journalism’, de nog altijd bejubelde periode waarin intellectuelen en romanciers de tijdgeest duidden in lange tijdschriftartikelen.

Zijn aldus opgebouwde reputatie haalde hij een decennium later onderuit met een krankzinnig anti-feministisch manifest, The Prisoner of Sex (1971). In zijn privéleven was het niet anders: Mailer kon totaal verliefd worden om nog geen jaar later alle belangstelling in diezelfde vrouw te verliezen. Het gevaar van deze combinatie werd al vroeg doorzien door, jawel, Gore Vidal: ‘Hij lijkt gedreven op een religieus-politieke manier,’ schreef hij in 1960 over Mailer. ‘Hij is een messias zonder echte hoop op een paradijs op aarde of in de hemel, en zonder precieze missie behalve zijn continu veranderende temperament.’ Elf jaar later zou Vidal dat temperament aan den lijve ondervinden in de vorm van de kopstoot in de kleedkamer.