‘Europa moet Israël omarmen’

De Israëlische journalist en commentator schreef een indringend boek over zijn land. „De jaren vijftig waren een triomf van het volk, dat in slachtofferschap had kunnen blijven hangen. Helaas bleef de dynamiek daarna uit.”

Ari Shavit, commentator van de Israëlische krant Haaretz: ‘In de jaren vijftig ligt het wonder’
Ari Shavit, commentator van de Israëlische krant Haaretz: ‘In de jaren vijftig ligt het wonder’ Foto Bram Budel

Ari Shavit (1957) is een door de wol geverfde zionist, een echte Israëliër. Zijn overgrootvader was al zionist en zijn vader werkte mee aan de Israëlische atoombom. Zelf was Shavit parachutist en vredesactivist. Nu is hij verslaggever en commentator van de links-liberale krant Haaretz. Wereldwijd werd hij bekend met Mijn beloofde land. Triomf en tragedie van Israël (2013), een scherpe en menselijke geschiedenis van zijn land.

„De wortel van de tragedie is de wederzijdse blindheid van twee volkeren, die al honderd jaar duurt”, zegt hij tijdens een gesprek in de Portugese Synagoge in Amsterdam. Die blindheid begint al in het reisverslag dat zijn overgrootvader, de Brit Herbert Bentwich, bijhield op zijn eerste reis naar Palestina. Nergens worden de half miljoen Arabieren, Bedoeïenen en Druzen beschreven die toen het gebied bewoonden, constateert Shavit.

Mijn beloofde land is een indringende leeservaring. De lezer schrikt mee bij het uitbreken van de Arabische opstanden in de jaren dertig en huivert in de nazitijd wanneer de Duitse veldmaarschalk Rommel Egypte en dus ook Israël dreigt te veroveren. In die tijd ontstond de harde Israëlische mentaliteit, want de zionisten wisten: ‘Niemand zal ons komen redden’.

Een sleutelhoofdstuk in het boek is Shavits minutieuze beschrijving van de etnische zuivering tijdens de onafhankelijkheidsoorlog (1948) van de grote Arabische stad Lydda vlakbij Tel Aviv. Een Israëlische soldaat schoot er een antitankgranaat in een moskee vol vluchtelingen: zeventig doden. En toen ’s nachts de lichamen werden begraven, schoten de jonge Israëlische militairen ook maar gelijk de tien Arabieren dood die de kuilen hadden moeten graven. Duizenden inwoners sloegen op de vlucht. In totaal ontvluchtten 750.000 Arabieren het land.

Shavit vertelt ook over de triomf die volgde in de idealistische jaren vijftig en zestig, en over de vele rebellieën tegen het moralistische, socialistisch-zionistische ideaal: van de religieuze kolonisten in de bezette gebieden, van de peaceniks, van de ultra-orthodoxen, van de individualistische liberalen, van de sefardische joden en van de Arabische Israëliërs – nog los van de vele Palestijnse opstanden. De seculiere joden dreigen een minderheid te worden in eigen land.

Shavits kernanalyse: al die opstanden waren terecht, maar ze brachten geen nieuwe politieke dynamiek: „De Redelijke Republiek verdween, en er kwam niks voor in de plaats”, zegt hij hoofdschuddend. „Toen Thatcher een revolutie begon in Engeland greep ze serieus de macht, met denktanks, ideologie en de juiste mensen. De rechtse Israëliërs deden dat allemaal niet. Zij gingen nederzettingen in de bezette gebieden bouwen. En dat was het dan.”

Bent u anders naar Israël gaan kijken tijdens het schrijven van dit boek?

„Alles is duidelijker en emotioneler geworden omdat ik veel mensen heb gesproken en veel historische plaatsen heb bezocht. Wat mij het meest verraste, was de grote triomf van Israël. Voor mij is het hoofdstuk over de jaren vijftig het belangrijkst. Dáár ligt het ware wonder. Na de vreselijke onafhankelijkheidsoorlog waarbij één procent van de bevolking omkwam, verdrievoudigde de bevolking in drie jaar. Veel immigranten waren overlevenden van de Holocaust met elke nacht opnieuw nachtmerries. Ze hadden menselijke wrakken kunnen worden, maar ze gaven zich niet over aan de tragedie, ze besloten te leven.

„De heroïek van de kibboetspioniers is groots. Maar dat zie je elders ook. Sommigen roemen helaas de militaire heroïek van Israël; ook dat heb je elders. Maar de civiele heroïek van Israël in de jaren vijftig, is onvergelijkbaar.”

Was dat de triomf van de leiders? Of die van het volk?

„Ten eerste van de leiders. Zonder enige politieke traditie heeft het zionisme in de eerste driekwart eeuw verbijsterend briljante leiders opgeleverd – naast alle fouten die begaan zijn. Israël was een straatarm land, zonder bondgenoten en vol immigranten, en toch kwam het goed. Dankzij een systematische aanpak. Eerst het voedsel: investering in de landbouw. Toen de huizen. In 1952 leefde een derde van de bevolking nog in tenten. En daarna begonnen de leiders met industrialisatie.

„Maar het was ook een triomf van het volk, dat zo makkelijk in slachtofferschap had kunnen blijven hangen. Wij waren evident de grootste slachtoffers van de 20ste eeuw. Maar je mocht eigenlijk niet praten over de Holocaust. En ook niet over de Palestijnen trouwens. De mensen hadden een missie: ze wilden verder, hun land opbouwen, hun kinderen onderwijzen. Die magie, dat wonder! Zelfs nu hebben de Israëli’s nog iets van die kracht uit de jaren vijftig. Het grote probleem is dus dat je in Israël geweldige mensen hebt, een fascinerende maatschappij en een compleet disfunctionele politiek.”

Is dat politieke verval niet onvermijdelijk na de pioniersperiode? Time to party.

„Het succes van het zionisme tussen 1930 en 1970 was gebaseerd op mobilisatie en disciplinering van het volk. Minderheden werden onderdrukt, en niet alle mensenrechten gerespecteerd. Het was een revolutie! Maar zionisten waren nooit zo extreem als de Sovjets. Er was marktwerking, een zeker liberalisme en altijd het bewustzijn van de onvolkomenheid van menselijk bestaan.

„Daarna werd het tijd voor een meer normale politiek. Maar we ontbeerden de politieke cultuur om om te gaan met alle nieuwe stammen die respect verdienden: sefardische joden, Arabische minderheden, ultraorthodoxen, enzovoorts. Er is nooit een Second Israeli Republic gekomen: liberaal, relaxed en toch functionerend.”

Maar welk ideaal zou die nieuwe republiek dan bij elkaar moeten houden?

„Het is bijna onmogelijk, maar de belangrijkste uitdaging is om de westerse democratische waarden te handhaven en ook te overleven in de ruige omgeving van het Midden Oosten. Zonder liberale waarden kunnen we niet overleven. Amerika is een belangrijke bondgenoot, maar Europa is onze context. En Europa heeft een verantwoordelijkheid voor ons, het kan en mag niet vijandig naar Israël kijken. Wij joden waren duizend jaar lang de ultieme Ander in de Europese geschiedenis, en toen werden we het ultieme slachtoffer. Ik ga hier echt niet lang over de Holocaust praten, maar zo is het wel. Het staat vast dat er geen toekomst is voor Israël en geen vrede in het Midden Oosten als Israël en Europa niet nauw samenwerken. Wij zullen risico’s moeten nemen als we de bezetting gaan beëindigen, en onze buren zullen ons niet helpen. Dit moet de deal worden: Israël moet zich anders opstellen en in ruil moet Europa ons daarna omarmen en bijstaan.”

Als Israël weer een krachtige seculiere joodse staat wordt, waarom zouden de grote groepen Israëlische Arabieren en de ultra-orthodoxen dan wél gaan meedoen?

„Uitdagingen genoeg, maar ik voel een onmodieus optimisme. Bij de orthodoxen zie ik dat jongeren en vrouwen aan het veranderen zijn. Hun rabbijnen en politici zien er uit als het Politbureau bij de Moskouse parade, maar er komt perestroika aan. Als ik spreek met jonge ultra-orthodoxen hoor ik een fascinatie voor de wereld, voor Tel Aviv, voor het internet, voor alles. Ik verwacht dat velen van hen het getto van de orthodoxie zullen verlaten. En dat zal veel creativiteit geven. Denk aan Spinoza, Kafka: allemaal eerste generatie getto-verlaters. En er zal een moderne ultra-orthodoxie ontstaan, die niet meer zo geïsoleerd is. Nu heb je in de politiek maar twee mogelijkheden: of je haat de ultra’s of je geeft je aan hen over. Als we hen respecteren maar niet toegeven, zal het allemaal veel beter gaan.”

En de Israëlische Arabieren?

„Daar zie ik ook goed nieuws waarover nog niet gesproken wordt. Ik heb Arabische vrienden die zeer kritisch staan tegenover Israël, maar als ze om zich heen kijken weten ze: het is voor hen beter in Nazareth te leven onder een zionistisch regime dan in Damascus onder de Arabische nationalisten. Het wordt niet hardop gezegd, het is een taboe. En hun politieke leiders en radicale intelligentsia verzwijgen het. Maar het heeft een kalmerend effect. Ik ben nu hoopvoller dan toen ik mijn boek schreef. Maar dan moet de Israëlische regering wel onze arbeidsplaatsen, huizen en ministersposten openstellen voor de Israëlische Arabieren. Dan is er een kans.

„Dus we hebben een Clinton- of Blair-achtige herleving nodig van gematigd links, dat de kracht en schoonheid van Israël ziet en ook het huidige beleid kan kritiseren. Netanyahu is alleen maar aan de macht omdat er geen alternatief is. Israël zelf is helemaal niet zo rechts. Komt gematigd links aan het bewind, dan kan er een realistische vrede worden gesloten met een echte acceptatie van het tweestaten-principe: Israël en Palestina. Zonder dat zal vrede mislukken en zal er opnieuw chaos en ellende ontstaan. Bij Palestijnen is ook meer realisme. Kijk naar de vorige Palestijnse premier, Salam Fayyad.”

Maar als Israël weer moreel moet herleven, hoe kunt u dan schrijven dat het noodzakelijk was de Palestijnen in 1948 te verdrijven? ‘Als zionisme moest blijven, kon Lydda niet meer bestaan’, schreef u.

„Ik heb dat in alle bloedige details beschreven. Anders zou ik ook niet de goede kanten van mijn land kunnen prijzen. Maar in die beoordeling moet je kijken naar de context. Het was een verschrikkelijk bloedige oorlog tussen twee volkeren. Waar de Arabieren wonnen, zijn alle joden verdwenen. Als de Arabieren overal hadden gewonnen waren wij afgeslacht.

„En kijk naar andere landen. Het bombardement op Dresden, was dat nodig? Niemand zegt op grond van Dresden dat het Verenigd Koninkrijk geen eigen staat mag zijn. Australië, Canada en de VS: dat zijn democratieën die gebouwd zijn op het feit dat bij de stichting hele volkeren zijn verdwenen, hun ‘Anderen’ zijn weg. Onze Anderen, de Palestijnen, hebben geleden, maar ze zijn er nog. We moeten ons niet verliezen in dit soort tragedies.”

Als u met een toverstaf één ding kon veranderen in Israëls geschiedenis, wat zou u doen?

„Geen nederzettingen in de bezette gebieden.”