Eén Egyptische zandstorm kan nooit 50.000 Perzen doden

Rond 524 v. Chr. verdween het leger van koning Cambyses in een zandstorm, aldus Herodotos. Echt? „Welnee, het is gewoon verslagen.”

Olaf Kaper kreeg zijn inzicht toen hij naar de sterren keek. „Met een sigaret – het enige moment dat ik rook.”
Olaf Kaper kreeg zijn inzicht toen hij naar de sterren keek. „Met een sigaret – het enige moment dat ik rook.” Foto Andreas Terlaak

De Griekse geschiedschrijver Herodotos vertelde in de vijfde eeuw voor Christus dat een Perzisch leger van 50.000 man in Egypte in de woestijn door een zandstorm was verzwolgen. Het werd een hardnekkig verhaal. Vele expedities hebben gezocht naar dat Verdwenen Leger van de Perzische koning Cambyses.

Niks zandstorm, zegt Olaf Kaper, hoogleraar Egyptologie aan de Universiteit van Leiden. „Dat leger is rond 524 voor Christus gewoon verslagen.” Kaper zegt daar het archeologische bewijs voor te hebben gevonden.

Kaper heeft zijn vondst gedaan in de Dachla Oase, 700 kilometer zuidelijk van Caïro. Het is een gebied van 80 bij 25 kilometer, met twee stadjes en enkele dorpen en plukken woestijn tussendoor. „Nee, die oase voldoet niet aan het oaseclichébeeld van Hollywood”, merkt Kaper op.

Voor we verder ingaan op uw ontdekking... Is opgraven in Egypte op dit moment wel veilig?

„In de oase woont een boerenbevolking – het is er extreem rustig. In 2011, tijdens de revolutie, zijn we wel geëvacueerd, maar dat was een voorzorgsmaatregel. Ik heb ook gewoon weer studenten meegenomen.”

En wat doet u precies in de Dachla Oase?

„De laatste tien jaar werk ik met New York University mee aan de opgraving van de Romeinse stad Amheida. Die stamt uit de derde en vierde eeuw na Christus en de plattegrond van de stad, ongeveer een vierkante kilometer groot, is nog compleet bewaard gebleven. Op een heuvel heeft sinds 1200 voor Christus een tempel voor de Egyptische god Thoth gestaan. We kunnen de geschiedenis en de verschillende fases van de tempel tot in de Romeinse tijd volgen en zien dat er stenen uit verschillende tijden zijn hergebruikt. Probleem is dat de tempel later is verwoest en dat geen enkel blok steen meer op zijn plaats ligt. In een magazijn onder aan de heuvel liggen nu zo’n duizend blokken met decoratie. Ik probeer die net als bij een legpuzzel aan elkaar te passen en op leeftijd en in volgorde te leggen.”

En wat heeft die tempel te maken met het verdwenen leger van Cambyses?

„Er zitten brokstukken bij van een tempelpoort die is gemaakt door Petoebastis III.”

Petoebastis wie?

„Ook onder egyptologen is hij niet erg bekend. In de Egyptische geschiedenis komen drie koningen voor met de naam Petoebastis. Van hen is Petoebastis III uit het laatste kwart van de zesde eeuw voor Christus de onbekendste. Zijn naam komt voor op een zegel dat is gevonden in Memphis bij de Nijl, 500 kilometer oostelijker, dus ver weg van de oase. Toen ik in de oase twee brokken steen vond met de naam Petoebastis dacht ik in eerste instantie aan Petoebastis I, die eind negende eeuw voor Christus regeerde, omdat we uit die periode al andere stukken hadden gevonden.”

Wanneer dacht u aan Petoebastis III?

„Toen ik afgelopen januari nog drie bijbehorende blokken vond met een duidelijke verwijzing naar Petoebastis III. Op de brokken staat ook nog een titel die ‘geliefd door Ptah van Memphis’ betekent – dat is de oppergod van de oude hoofdstad. Daarmee was het verband met Petoebastis III in Memphis gelegd. En ik kon concluderen dat hij belangrijker was dan gedacht.”

Toch zie ik nog geen verband met de Perzische koning Cambyses en zijn verdwenen leger.

„Dat zag ik ook pas toen ik op een avond op de stenen bank voor ons opgravingshuis zat en naar de sterren keek. Dat doe ik wel vaker, met een sigaret erbij – het enige moment dat ik rook – en een biertje van Stella, een lokaal merk, dat je in de oase pas na half tien ’s avonds kunt kopen. Het drong tot me door dat Petoebastis de poort had gemaakt in dezelfde tijd dat Egypte bij het Perzische rijk hoorde en koning Cambyses een leger van 50.000 man de woestijn in stuurde om een opstand te bestrijden. Het verhaal van Herodotos over het verdwenen leger, dat door een woestijnstorm is verzwolgen, heb ik nooit geloofd. Van een zandstorm heb je last, maar je gaat er niet dood van. En het kan al helemaal niet dat er van zo’n leger helemaal niemand is teruggekomen.

„Ik denk dat Petoebastis in de Dachla Oase zijn machtsbasis had en in opstand is gekomen tegen de Perzische overheersing. Cambyses heeft daarop een leger op hem afgestuurd, maar dat is verslagen. Toen Cambyses dat te horen kreeg, heeft hij om gezichtsverlies te voorkomen het verhaal de wereld in geholpen dat het leger door een zandstorm was verzwolgen. Herodotos heeft dat verhaal 75 jaar later gehoord en opgeschreven.”

Het verdwenen leger spreekt tot de verbeelding. Regelmatig zijn er nieuwsberichten of documentaires waarin iemand op zoek gaat of zelfs claimt het te hebben gevonden. Gebruikt u het verhaal nu ook niet om aandacht te krijgen?

„Ik wil juist de mythe ontzenuwen. Ik geef toe: op het wetenschappelijke congres in Leiden waar ik vorige week mijn vondst presenteerde, heb ik vooral benadrukt dat we Petoebastis III in Dachla hebben gevonden. In een persbericht noem ik echter het verdwenen leger omdat ik ook een groot publiek wil bereiken. Als hoogleraar heb ik ook een publieke functie en wil ik laten zien dat egyptologie meer is dan altijd diezelfde verhalen over mummies en piramiden.”

Bent u dan niet ooit uit belangstelling daarvoor egyptologie gaan studeren?

„Nee, als jongen was ik meer gegrepen door de Egyptische kunst, zoals het dodenmasker van Toetanchamon. Overigens hebben we bij Amheida ook twee grafvelden gevonden met piramiden van wel twintig meter hoog. In de Romeinse tijd is het gebruik, dat rond 500 voor Christus was opgehouden, hersteld. Blijkbaar waren de bewoners toen op zoek naar een oude Egyptische faraonische identiteit.”

Hoe kijkt de huidige bevolking tegen de archeologische vondsten aan?

„We hebben goed contact; we komen op feesten en bruiloften en zijn bezig met een soort outreach-programma. Maar voor hen is alles wat van voor de islam dateert minder belangrijk. Zeker als het om religie gaat, willen ze zich niet in het verleden inleven. Dat geldt ook voor de Kopten in de oase. Zelf ben ik atheïstisch, maar ik probeer het verleden levend te maken door me juist wel in de oude religie in te leven. Blijkbaar is dat iets westers.”