‘In een museum wil je weten waar je heen moet’

Architect Hans van Heeswijk liet zich voor de verbouwing van het Mauritshuis inspireren door de onderaardse toegang van het Louvre in Parijs. Het resultaat: een gebouw zonder franje, met grote aandacht voor details. Een recensie én een gesprek met de architect.

Foto Ilco Kemmere

Hans van Heeswijk architecten is gespecialiseerd in verbouwingen van musea. Voor het bureau het nu voltooide Mauritshuis verbouwde, nam het onder meer de renovatie en uitbreiding van het Graphic Design Museum in Breda (2008) voor zijn rekening. Nu werkt het aan de uitbreiding van het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Renovatie en verbouwing vereisen een andere houding van de ontwerper dan nieuwbouw, legt Hans van Heeswijk uit in de brasserie van het Mauritshuis. „Bij een verbouwing moet je het bestaande gebouw eerst begrijpen, voordat je het kunt vertimmeren”, zegt hij. „Voor een architect betekent dit dat het bij een verbouwing veel meer gaat over ordenen en opruimen dan over vormgeven.”

Voor de verbouwing van Het Mauritshuis was de ondergrondse ingang die het Louvre in Parijs in 1989 kreeg naar een ontwerp van I.M. Pei het voorbeeld. „Als je in het Louvre naar binnen gaat, weet je onmiddellijk waar je heen moet. Zo moest het ook in het Mauritshuis worden. Maar een piramide of iets soortgelijks op het plein voor het Mauritshuis was natuurlijk uitgesloten. Daar moest zo min mogelijk staan om het Mauritshuis, misschien wel het mooiste gebouw van het Hollandse classicisme, in zijn waarde te laten.”

„Een museum is op de eerste plaats een publieksgebouw”, zegt Van Heeswijk over de heldere eenvoud van de verbouwing. „De bezoekers moeten zich welkom voelen en zich snel kunnen oriënteren. Daarom moet een museum licht en overzichtelijk zijn.”

Eerder, in 2009, verbouwde Van Heeswijk een ander zeventiende-eeuws gebouw in de Hollands-classicistische stijl, Amstelhof, tot museum Hermitage Amsterdam. „Bij de Hermitage ging het vooral om het doorbreken van de hokkerigheid van het oude bejaardenhuis”, zegt hij over het verschil tussen beide verbouwingen. „Bij het Mauritshuis hebben we nauwelijks iets veranderd aan het stadspaleis. Wel hebben we in de nieuwe foyer een middel gebruikt dat we ook bij de verbouwing van de Hermitage hebben toegepast om goede ruimtes te maken: lichtlijnen creëren door het licht van twee kanten te laten komen.

„Het Mauritshuis is in omvang slechts de helft van de Hermitage, maar als bouwproject wel twee keer zo ingewikkeld. Vooral de logistiek was uiterst complex: drie verschillende bouwdelen boven en onder elkaar, vier verschillende, gecompliceerde funderingstechnieken en een bouwplaats zo groot als een postzegel.”

„Een collectie van wereldniveau, verdient een gebouw op topniveau”, zegt Van Heeswijk over zijn aandacht voor details bij de verbouwing. „Als architect mag je dan niet rusten voor het laatste schroefje op zijn plek zit.”