‘Minister Bussemaker is te streng bij toekennen cultuursubsidies’

Het subsidiebeleid van minister Bussemaker zou te streng zijn, aldus de Raad voor Cultuur.
Het subsidiebeleid van minister Bussemaker zou te streng zijn, aldus de Raad voor Cultuur. Foto ANP / Bart Maat

Strenge subsidie-eisen en prestatiemetingen van overheden belemmeren culturele instellingen in hun pogingen beter in te spelen op het snel veranderende gedrag van hun publiek. Daarom is een andere invulling van het cultuurbeleid nodig. Dat stelt de Raad voor Cultuur in zijn Culturele Verkenning die vandaag verschijnt.

De oproep van de raad om minder nadruk te leggen op prestatiemetingen druist in tegen de plannen van het kabinet. Minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) schreef eind vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer dat ze bezoekersaantallen, publieksbereik, eigen inkomsten, aantallen voorstellingen of tentoonstellingen en kwaliteitsmetingen juist prominenter wil maken bij de subsidietoekenning.

Prestaties worden gemeten voor rechtvaardigen subsidies

Tot nu toe worden subsidies toegekend op basis van de toekomstplannen van culturele instellingen, waarin ze hun artistieke doelstellingen en ondernemingsplan voorlegden. Die plannen moeten volgens Bussemaker minder belangrijk worden. De wens om prestaties te meten komt voort uit de behoefte van de overheid om de toekenning van subsidies makkelijker te kunnen rechtvaardigen.

De Raad voor Cultuur is de belangrijkste adviseur van de regering over het cultuurbeleid. In het voorjaar van 2015 zal de raad een advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het cultuurbeleid voor de subsidieperiode 2017-2020. Een jaar later adviseert de raad over de verdeling van de subsidies over de culturele instellingen. Met deze Culturele Verkenning, die de raad voor de allereerste keer publiceert, wil de raad debat stimuleren voordat er echt geadviseerd moet worden.

Dat vindt de Raad voor Cultuur vooral belangrijk nu de cultuursector in hoog tempo verandert. Orkesten, toneel- en dansgezelschappen, podia en musea hebben te maken met een publiek dat minder de traditionele concerten of voorstellingen opzoekt. Ze zijn op zoek naar nieuwe verdienmodellen, ook gezien de toenemende digitalisering van het kunstenaanbod. Ze gaan daarvoor allerlei nieuwe samenwerkingen en verbindingen aan en treden op andere plaatsen op dan de traditionele podia of exposeren op andere plekken.

De eisen in prestatiemetingen sluiten niet aan bij die nieuwe ontwikkelingen, zo stelt de Raad. Terwijl het cultuurbeleid van de overheid steeds meer wordt gedreven door economische rationaliteit, organiseert het cultuurveld zich juist steeds informeler.

Daarom is er meer flexibiliteit in regelgeving nodig. Algemeen secretaris Jeroen Bartelse van de Raad voor Cultuur

“Je moet goed kijken of het huidige beleid niet belemmerend werkt op die nieuwe wegen die kunstenaars en culturele instellingen inslaan.”

Lees vanmiddag meer in NRC Handelsblad: ‘Raad vreest verborgen crisis kunst’

De Culturele Verkenning is hier in te zien:

    • Claudia Kammer en Daan van Lent