Robben

Tijdens dit WK schaam ik me als ik me bedenk wat ik het afgelopen decennium allemaal over Arjen Robben heb beweerd. Een kleine greep uit mijn ergernissen: zijn verongelijkte gebaren, het te ver doorgevoerde egoïsme, dat gejammer, het opzichtige vallen, zijn au-gezicht.

Eerlijk is eerlijk, mijn oude kritiek steekt soms nog heel even de kop op, maar wordt overheerst door mijn bewondering voor zijn huidige spel, inzet en vooral zijn plezier. Nooit gedacht dat ik me zo zou laten meeslepen door de energie van Robben.

In de wedstrijd tegen Chili had de aanvaller twee lange rushes die zijn uitzonderlijke klasse bewezen.

In de eerste helft kreeg Robben de bal rond de middenlijn. Met kracht ontworstelde hij zich aan een paar Chilenen en sprintte met de bal aan de voet naar het doel. Ik telde de keren dat hij de bal raakte. Op volle snelheid. Acht keer. Het eindigde met een diagonaal schot. De bal ging net naast.

Bij zijn tweede rush kreeg Robben de bal van Nigel de Jong. Je zag de angst bij de verdedigers: hoe stoppen we hem af? Robben kwam in het strafschopgebied. Hij had Memphis Depay al vanuit zijn ooghoeken gezien. Precies op tijd kwam de pass. Depay tikte in. Ik genoot het meest van de onbaatzuchtigheid van Robben.

Na de wedstrijd liep hij met een Chili-shirt als scalp rond zijn nek. Zoals Robben vroeger mijn chagrijn triggerde na een mislukte actie, zo maakte zich nu een kinderlijke vrolijkheid van mij meester. Ik glunderde toen hij voor de camera verscheen.

Het eerste woord dat ontsnapte uit zijn schorre keel was ontwapenend: „Yes!”

Ja, zo eenvoudig en juist had hij het gevoel van het moment omschreven.

Ik zal het maar zeggen: Robben is op dit moment de beste aanvaller van de wereld. Beter dan Messi, beter dan Balotelli, beter dan Ronaldo.