De moestuin is gezond... maar kost geld

De moestuin als onderdeel van de oudedagsvoorziening. Staatssecretaris Klijnsma van de PvdA ziet er wel wat in. Maar wat levert het zelf verbouwen van groente en fruit eigenlijk op?

Het Utrechtse volkstuinencomplex De Hoge Weide. Hier worden groenten en fruit verbouwd voor de voedselbank. „Als je hoort hoe blij mensen zijn met onze groente, dan gaat er echt wel wat door je heen”, zegt beheerder Peter van Burik.
Het Utrechtse volkstuinencomplex De Hoge Weide. Hier worden groenten en fruit verbouwd voor de voedselbank. „Als je hoort hoe blij mensen zijn met onze groente, dan gaat er echt wel wat door je heen”, zegt beheerder Peter van Burik. Foto’s Rien Zilvold

Net als Jetta Klijnsma kennen ook wij wel een paar mensen met een moestuin. „De groenten zijn vers en lekker”, zegt schrijver en bioloog Maarten ’t Hart, eigenaar van een moestuin aan huis in het Zuid-Hollandse Warmond. „Je kunt aubergine, courgette, sla en tuinbonen vroeg oogsten. Dan zijn ze nog klein. In de winkels worden bijvoorbeeld tuinbonen veel te groot verkocht. De telers laten ze aangroeien om kilo’s te maken. Dat is niet lekker, hoor. Hoe kleiner, hoe lekkerder.”

Een leuke hobby, zo’n moestuin. En inderdaad kun je er als geoefende amateurtuinder behoorlijk wat van oogsten. Maar om nou te zeggen dat het goedkoop is, dat je veel geld uitspaart door geen bezoek te hoeven brengen aan de supermarkt, en dat je een moestuin mooi kunt gebruiken als een aanvullend pensioen zoals de PvdA-staatssecretaris voor Sociale Zaken afgelopen weekeinde beweerde in een interview met het Algemeen Dagblad?

Nee.

Er is een tijd geweest dat volkstuinen een rol hebben gespeeld bij de verheffing van het volk, bij het opvoeden van bleke stadsneusjes in Duitsland en Frankrijk bijvoorbeeld anderhalve eeuw geleden. Ook hebben een hoop mensen in barre tijden hun dieet met de opbrengsten uit de volkstuin kunnen aanvullen. In de voormalige DDR bijvoorbeeld, waar in winkels vaak geen groente en fruit te krijgen was, of in de laatste dagen van de Sovjet-Unie. En als het weer oorlog wordt, en een land wordt afgesloten van de buitenlandse aanvoer van eerste levensbehoeften, dan zijn volkstuinen een waardevol alternatief voor de gestokte aanvoer naar supermarkten. „Ten tijde van de inval in Irak werden in Engeland de gevolgen van een mogelijke blokkade onderzocht, en daar kwam uit dat volkstuinders vaak meer kennis in huis hebben dan boeren, die vaak vooral afhankelijk waren van één leverancier van poot- en zaaigoed”, meldt voorzitter Chris Zijdeveld van de landelijke organisatie voor hobbytuinders, het AVVN, waar ruim tweehonderd volkstuinverenigingen in Nederland bij zijn aangesloten. „Dat is ook het mooie aan volkstuinders in andere delen van de wereld: het zijn eigenlijk allemaal Asterixen en Obelixen die zich teweer stellen tegen de macht van de grote concerns.”

Er is ook een tijd geweest dat je in Nederland een relatief groot deel van je inkomen kwijt was aan voedsel. Maarten ’t Hart: „Mijn vader had ook een moestuin. Dat was zestig jaar geleden heel belangrijk. Daar hebben wij veel baat bij gehad.” Maar nu in Nederland? Waar het voedsel relatief goedkoop is? Waar bovendien de beschikbaarheid van voedsel veel groter geworden? Waar je niet hoeft af te wachten of de groentenman op zijn langsrijdende kar dit keer bloemkolen heeft meegenomen?

Er zijn vele goede redenen om een volkstuin te beginnen, maar financiële redenen zijn dat niet.

Ga maar eens praten met penningmeester Ton Lathouwers van de volkstuinvereniging De Hoge Weide in Utrecht, midden tussen de kantoorgebouwen in de wijk Papendorp. Lathouwers: „Voor het geld moet je het niet doen”, zegt hij. De oogst valt samen met die van de bedrijven. „Als de gewassen klaar zijn, zijn ze in de winkels ook spotgoedkoop. Als je hier een krop sla oogst, ligt die op hetzelfde moment voor 29 cent bij de Lidl of de Aldi.”

En stel nu eens dat de overheid daadwerkelijk het werken in moestuinen voor AOW’ers wil stimuleren, en alle gepensioneerden een lapje grond wil geven. Dan is dat „ondoordacht”, zegt onderzoeker Jan Willem van der Schans van Wageningen Universiteit. „Als alle vitale gepensioneerden gaan tuinieren om hun AOW aan te vullen, dan hebben we heel wat grond nodig. Dat kost dan de stedelijke ontwikkeling die nu net weer op gang begint te komen waarschijnlijk ook veel.” Bovendien gaat de staatssecretaris niet over stedelijke planologie. Dus: „Nogal makkelijk om daar iets over te roepen.”

Moestuinen zijn vooral gezond.

Uit onderzoek van omgevingspsycholoog en hoogleraar natuurbeleving in Groningen Agnes van den Berg bleek eerder dat stedelingen met een volkstuin gezonder leven dan hun buren zonder volkstuin. Ouderen hebben minder vaak gezondheidsklachten, gaan minder vaak naar hun huisarts. „Volkstuinders zijn significant meer tevreden met hun leven en voelen zich ook nog eens significant minder eenzaam dan even oude buren zonder volkstuin”, aldus dit onderzoek.

Van den Berg ontdekte eerder bovendien dat werken in een moestuin een effectief middel is om stress te verminderen, althans als je van tuinieren houdt. Wie na een stressverhogende bezigheid een half uur tuiniert heeft minder van het stresshormoon cortisol in zijn speeksel dan wie een half uur lezend doorbrengt, binnen, zonder uitzicht op groen.

Dat brengt ons op nog een kanttekening bij de suggestie van de staatssecretaris. Want als tuinieren zo gezond is, redeneert Maarten ’t Hart, dan blijven de ouderen langer leven. „En dan moeten we met z’n allen nog langer hun pensioenen uitbetalen. Dus ook om die reden is het een heel domme opmerking.”

Enfin. Als staatssecretaris Klijnsma in Nederland toch per se iets sociaals wilt doen met moestuinen, kan ze misschien een bezoekje brengen aan De Hoge Weide in Utrecht. Daar schoffelen enkele leden van de vereniging niet alleen hun eigen groenten bij elkaar, maar is ook een aparte tuin ingericht waarin een aantal leden gezamenlijk groente teelt voor arme mensen. Voor de voedselbank. Niet omdat klanten van de voedselbank die spotgoedkope broccoli niet kunnen betalen, maar omdat verse producten vaak ontbreken in de pakketten van de voedselbank. „Het is heel dankbaar werk”, zegt beheerder Peter van Burik van de voedselbanktuin. „Als je hoort hoe blij mensen zijn met onze groente, dan gaat er echt wel wat door je heen.”