Mishandeling even erg als iets pikken. Vroeger dan

De westerse wereld heeft de laatste 250 jaar een hekel aan geweld gekregen. Dat kun je zien aan het woordgebruik in een Londense rechtbank. Het past in de grote trend van ‘civilisatie’.

Schilderij van Adriaen van Ostade, genaamd ‘Ruzie’. Begin negentiende eeuw werd geweld nog niet zwaar bestraft.
Schilderij van Adriaen van Ostade, genaamd ‘Ruzie’. Begin negentiende eeuw werd geweld nog niet zwaar bestraft.

Een klasgenootje in z’n rug trappen of z’n portemonnee stelen. Dat is nogal een verschil toch? Niet in 1820. Toen stond in Engeland een even zware straf op geweldpleging als op kleine diefstalletjes.

Maar twintig jaar later werden geweldsmisdrijven al zwaarder bestraft dan vermogensdelicten. In de loop van de negentiende eeuw werd in de Britse strafrechtpleging een steeds scherper onderscheid gemaakt tussen misdrijven mét en zonder geweld. Dat blijkt uit een analyse van het woordgebruik in procesverslagen van de Old Bailey, de rechtbank in Londen die al eeuwenlang strafzaken behandelt. Het onderzoek staat in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS, early edition.

Twee trends: regels & civilisatie

Wat zich in de loop van de negentiende eeuw afspeelt in westerse rechtszalen is een afspiegeling van twee historische veranderingen. Allereerst neemt de westerse natiestaat een bureaucratische vorm aan, met steeds nauwer omschreven regels voor wetshandhaving en rechtspraak.

In de tweede plaats daalt het geweld in westerse samenlevingen tot een ongekend laag niveau. Die twee ontwikkelingen passen volgens historici in wat de Duitse socioloog Norbert Elias (1897-1990) het ‘civilisatieproces’ heeft genoemd. Daarmee bedoelde hij dat de mens op de lange duur zijn driften leert beheersen en de staat een monopolie krijgt op het gebruik van geweld.

De Amerikaanse informaticus Simon DeDeo, zijn collega Sara Klingenstein en de Britse historicus Tim Hitchcock dachten dat het mogelijk moest zijn om dit civilisatieproces te kwantificeren. Vooral omdat de bureaucratieën die hierin een hoofdrol speelden sinds ruwweg 1780 op ongekende schaal informatie gingen verzamelen. In de Angelsaksische wereld is juryrechtspraak de arena waar overheid en burgers gezamenlijk de grenzen bepalen van aanvaardbaar gedrag. Daarom concentreerden de onderzoekers zich op de Old Bailey, de Londense rechtbank die al sinds het einde van de zestiende eeuw strafzaken behandelt.

Woorden voor geweld

De onderzoekers digitaliseerden alle 112.485 rechtbankverslagen van de Old Bailey tussen 1760 en 1913, samen meer dan 20 miljoen betekenisdragende woorden (geen lidwoorden, voegwoorden en voorzetsels). Deze woorden, die in de getuigenissen in de rechtszaal werden uitgesproken, werden gegroepeerd in 116 woordcategorieën. Die werden weer ingedeeld in gewelddadig (waaronder de categorieën ‘dood’, ‘doden’, ‘wapens’, ‘pijn’) en niet-gewelddadig (zoals ‘geld’, ‘oplichting’, ‘bezit’, lening’).

Uit de analyse bleek dat rond 1800 voor het eerst onderscheid ontstaat tussen woorden ter omschrijving van gewelddadige en niet-gewelddadige misdrijven. Dat onderscheid wordt in de loop van de negentiende eeuw steeds scherper en op den duur is sprake van twee soorten strafprocessen: die wegens gewelddadige en niet-gewelddadige misdrijven.

Minder tolerantie

Volgens de auteurs weerspiegelt dit groeiende onderscheid tussen typen misdrijven een afnemende tolerantie in de samenleving tegenover geweld. Die afnemende tolerantie zou het bureaucratische systeem, dat geweld gaat beheersen, hebben versterkt en nieuwe wettelijke mogelijkheden hebben geopend voor de slachtoffers van misdrijven.

In de eerste decennia van de negentiende eeuw gaan advocaten ook een steeds prominenter rol spelen in de juryrechtspraak. Ook hun vaak theatrale woordgebruik liet zijn sporen na in de rechtbankverslagen.

De onderzoekers zien een geleidelijk proces, dat niet of nauwelijks werd beïnvloed door veranderingen in de strafwet. Zij maken hieruit op dat de afname van geweldsmisdrijven in de loop van de achttiende en negentiende eeuw niet zozeer aan specifieke wetgeving van de overheid, maar aan versterking van sociale normen en bureaucratische processen moet worden toegeschreven.