Boeken

Lezen met ALS: Geluk als bij de Grieken

Vandaag: Historiën van Herodotos.

Illustratie Hajo

Pieter Steinz, oud-Chef Boeken van NRC Handelsblad, heeft de progressieve spierziekte ALS. In een rubriek verbindt hij zijn ziekteverloop met de boeken die hij herleest. Vandaag: Historiën van Herodotos.

‘About suffering they were never wrong, / The Old Masters’ dichtte W.H. Auden in ‘Musée des Beaux Arts’. Hij had het over Bruegel en zijn schilderende tijdgenoten, maar het gaat ook op voor de schrijvende meesters uit de klassieke oudheid. Herodotos van Halikarnassos bijvoorbeeld, die in zijn Historiën (eind 5de eeuw v. Chr.) de bloedige botsingen tussen het Oosten (Perzië) en het Westen (Griekenland) beschreef, en die in het voorbijgaan flink wat wijze lessen over de betrekkelijkheid van het menselijk geluk rondstrooide.

Mijn favoriet is het verhaal over Solon en Kroisos; de eerste was een van de Zeven Wijzen van de oude wereld, de tweede een puissant rijke Lydische koning. In het midden van de zesde eeuw lopen deze twee celebrity’s elkaar tegen het lijf en krijgt Solon een rondleiding langs Kroisos’ onmetelijke rijkdommen. Waarna de Lydische vorst – naar de bekende weg, denkt hij zelf – vraagt wie de gelukkigste mens is die Solon ooit is tegengekomen. Tot zijn verbijstering noemt de Athener de naam van een van zijn onbekende stadgenoten, die niet alleen zijn kinderen en kleinkinderen in welvaart zag opgroeien maar ook nog eens de heldendood op het slagveld stierf. Want, zegt Solon, ‘zolang iemand niet is gestorven, kun je hem niet als gelukkig bestempelen […] Maar al te vaak geven de goden aan de mensen een sprankje geluk om hen daarna in een afgrond van ellende te storten’ (vert. Hein L. van Dolen).

Natuurlijk is het verhaal hiermee niet afgelopen. Herodotos vertelt met satanisch genoegen hoe Kroisos, misleid door de goden en als straf voor zijn ongebreidelde ambitie, verslagen wordt door de Perzen en op de brandstapel van koning Cyrus terechtkomt. Als het vuur wordt aangestoken, denkt Kroisos terug aan Solons woorden en roept hij de naam van de Atheense wijsgeer drie keer aan – genoeg om Cyrus nieuwsgierig te maken. Die laat vervolgens Kroisos van de brandstapel halen, krijgt zijn verhaal te horen en schenkt hem als dank voor zijn stichtelijke verhaal het leven.

Niemand wil dood

‘Wie met zoveel mogelijk zegeningen is bedeeld en dan ook nog tevreden de ogen sluit, die verdient het predicaat “gelukkig”.’ Het is een uitspraak waaraan ik het afgelopen jaar vaak heb moeten denken. Al vrij snel na mijn diagnose raakte ik gewend aan het vooruitzicht eerder dood te gaan dan ik altijd had gedacht. Er was de angst dat ik in een snel tempo invalide en hulpbehoevend zou worden – een schrikbeeld dat werd versterkt door een Engelse documentaire over een man die veertien maanden na de eerste tekenen van ALS al volledig aan bed en constante beademing gekluisterd was. Maar gelukkig leefde ik in een land met een verlichte euthanasiewetgeving, waardoor het nooit zover zou hoeven komen. En hoe dan ook zou ik sterven met mijn allerliefsten om mij heen, in het besef dat mijn kinderen gezond en gelukkig waren, en dat mijn leven niet te kort was geweest om te bereiken wat ik wilde bereiken.

Voor veel mensen om mij heen was een vervuld leven geen troost genoeg. „Het is oneerlijk”, zeiden ze, alsof er in zaken van leven en dood zoiets is als rechtvaardigheid. Goede mensen komen op de verschrikkelijkste manieren aan hun einde, wreedaards leven lang en gelukkig, niet-rokers sterven aan longkanker, en – ik parafraseer nu Bob Dylans ‘Hurricane’ – misdadigers drinken martini’s tot zonsopgang, terwijl onschuldigen in de gevangenis creperen.

Als je niet gelovig bent, zoals ik, kun je geen hogere instantie de schuld geven en is er ook geen hiernamaals waarin de zaken vereffend worden. Een dodelijke ziekte is dus niets meer of minder dan domme pech. En eerlijk gezegd prijs ik mezelf gelukkig dat ik niet bepaald in de wieg gesmoord ben. In het veilige Nederland van na de Tweede Wereldoorlog ben je geneigd te denken dat het normaal is om in vrede en welvaart negentig te worden, maar in het licht van de geschiedenis – en van de gruwelen in het heden – is dat een anomalie.

Niemand wil dood, natuurlijk. Als je gelukkig bent, wil je eeuwig doorleven, zoals je ook wilt dat een geweldig boek nooit uit is, of dat een perfecte vakantie eindeloos doorgaat. Maar doodgaan moet je toch, en misschien is het beter om dat te doen wanneer je midden in het leven staat en omringd bent door je geliefden dan wanneer je oud en hulpbehoevend je dagen in eenzaamheid slijt. Mijn streven is om tevreden mijn ogen te sluiten en zo het geluksideaal van Solon en Herodotos te benaderen. Tot die tijd haal ik uit het leven wat erin zit, en houd ik in mijn achterhoofd het dialoogje dat ik niet lang na mijn diagnose voerde met mijn neefje van zeven.

„Jij gaat dood, hè”, zei hij, opkijkend van de iPad waarop hij een spelletje over een aap met meerdere levens aan het spelen was.

„Ja”, zei ik.

„Maar niet vandaag”, zei hij bezwerend, alsof hij bang was dat ik ter plaatse het ene level voor het andere zou verruilen.

„Nee, niet vandaag.”

Blogger

Pieter Steinz

Pieter Steinz (6 oktober 1963 - 29 augustus 2016) werkte van 1989 tot 2012 bij NRC Handelsblad, onder meer als literair redacteur en chef Boeken. Hij schreef ruim vijftien boeken, waaronder Lezen etcetera (2003) en Made in Europe (2014).