Economie

Een slechte bankier herken je aan zijn echtscheidingen

Foto ANP

Eindelijk zijn er enkele objectieve criteria om slechte bankiers te herkennen en een nieuwe crisis te voorkomen. Kees Cools, die vrijdag als hoogleraar Corporate Finance and Governance aan de Universiteit van Tilburg werd geïnstalleerd, deed namelijk onderzoek naar “werkelijke oorzaken van de crisis”.

Scheiden is niet alleen slecht voor de kids

En wat blijkt: als topbankiers één of meerdere keren gescheiden zijn, uit een laag sociaal milieu komen en zwaar narcistisch zijn, dan is het tijd om bezorgd te worden. Dergelijke persoonskenmerken zijn namelijk aanwijzingen dat een bank bestuurd wordt door een slechte leider. En met een slechte leider is de kans aanzienlijk groter dat een bank in problemen komt.

In zijn oratie, getiteld Gandhi in Governance, pleit Cools onder meer voor meer bankiers die zich net als Ghandi durven opstellen als “morele mens”. Managers die de “waarheid durven spreken” en die zich „nederig opstellen”.

Ook lage afkomst is een risico

Cools heeft naar eigen zeggen onderzoek gedaan naar de “nog niet eerder onderzochte, werkelijke oorzaken van de crisis” zoals persoons- en familiekenmerken van bestuurders. Hij keek ook naar meer bekendere, geaccepteerde oorzaken, zoals de hoogte van cashbonussen.

In zijn onderzoek vergeleek Cools vijf grote Amerikaanse banken die gedurende de crisis overheidssteun nodig hadden, of zelfs failliet gingen (zoals Bear Stearns), met vijf Amerikaanse banken die de crisis op eigen kracht overleefden. Een beperkt onderzoek weliswaar, maar met volgens Cools niettemin interessante resultaten.

Van de slechte banken blijkt 40 procent van de bestuurders bijvoorbeeld gescheiden – een teken van narcisme volgens Cools. Tegenover nul procent van de ‘goede’ topbankiers. Ook zijn de directeuren van de slechte banken “significant” vaker afkomstig uit lage sociaal economische milieus. “Lage afkomst blijkt een risicofactor te zijn”, aldus Cools.

Cools hoopt dus op meer Gandhi’s. Maar hij weet: “Realisme dwingt ons te erkennen dat goed bestuur geen vanzelfsprekendheid is, integendeel. We zijn een stelletje goed bedoelende, maar agressieve, liegende en bedriegende primaten. Goed bestuur is tegen de natuur.”