Zwarte kraai en bonte kraai tarten begrip ‘diersoort’

Foto Thinkstock

Ergens voorbij de Elbe en achter de Alpen worden zwarte kraaien bont. In West-Europa gaan kraaien compleet in het zwart gehuld. In Scandinavië, Oost-Europa en Italië broeden kraaien met zilvergrijze rug en buik. Op dat verenkleed na lijken de twee kraaien identiek. Ze eten hetzelfde, klinken hetzelfde en kunnen onderling vruchtbare nakomelingen krijgen. Biologen steggelen daarom al eeuwen over de vraag: zijn dit twee aparte soorten, twee ondersoorten of behoren ze tot dezelfde soort?

Uit een breed opgezet DNA-onderzoek onder 60 kraaien (bonte en zwarte) blijkt dat de genetische verschillen tussen de zwarte en bonte kraai miniem zijn. Een zwarte kraai uit Duitsland lijkt genetisch meer op een bonte kraai uit Zweden, dan op een zwarte kraai uit Spanje (Science, 20 juni). De grens tussen bont en zwart is dus lek.

Er zijn maar 83 DNA-posities die consequent tussen bonte en zwarte kraaien verschillen. Die liggen bijna allemaal op een korte strook DNA die nog geen 0,2 procent van de DNA-code beslaat. De strook bevat genen die de pigmentproductie van kraaienveren regelen. Die pigmentgenen zijn minder actief bij bonte kraaien dan bij zwarte.

Waarom is bijna al het DNA van bonte en zwarte kraaien vermengd, behalve dit ene stukje? Volgens Jelmer Poelstra, inmiddels postdoc aan de Uppsala Universiteit maar nog promovendus toen hij daar dit onderzoek uitvoerde, komt het omdat bont nog altijd liever met bont paart en zwart met zwart. Zolang die voorkeur bestaat, blijft ook de scheiding intact.

Betekenen zijn onderzoeksresultaten nu dat bonte en zwarte kraai twee aparte soorten zijn of niet? Volgens onderzoeker Poelstra is elke soortindeling arbitrair. „We kunnen deze kraaien eigenlijk niet indelen, maar moeten het toch.”