Zo prikkel je de nieuwsgierigheid

Af en toe krijg ik een mooie bonus. Dan word ik gevraagd om te spreken of te doceren op een congres of in een lesprogramma met hele goede collega’s. En als het even kan, dan schuif ik voor of na mijn eigen bijdrage stiekem achterin als student. Afgelopen week zat ik op die manier te luisteren naar innovatiehoogleraar Jeff Gaspersz. Belangrijkste les voor mij: geef minder antwoorden, stel meer vragen.

Volgens Gaspersz draait vernieuwing – op het werk en thuis – om het zien van mogelijkheden en kansen. Daarvoor is nieuwsgierigheid nodig. Het verlangen om iets te leren. En hoe prikkel je de nieuwsgierigheid? Door het stellen van vragen.

Gaspersz vroeg mij (en 100 anderen): „Wat zijn vragen die je alert houden? Wat zijn vragen die je elke dag aan jezelf en aan je collega’s kunt stellen om kansen te zien?”

Vaak spreekt een inzicht je aan omdat het resoneert met kennis die ergens in je achterhoofd zit, net iets te ver weggezakt om er nog iets nuttigs mee te doen. Een jaar of zeven geleden las ik over gedragseconoom George Loewenstein, die stelt: nieuwsgierigheid ontstaat wanneer je een hiaat in je kennis ervaart. Volgens Loewenstein kun je nieuwsgierigheid vergelijken met pijn of jeuk. Je moet wel krabben. Pas wanneer je het kennishiaat opvult, verdwijnt de jeuk. Met een goede vraag stimuleer je de jeuk.

Een paar jaar later zat ik achterin de zaal, als student, bij de Amerikaanse coach en schrijver Marshall Goldsmith. Hij had het over hinderlijke gewoontes waarmee managers zichzelf ondermijnen. Eén daarvan: voortdurend laten zien dat je het beter weet. Logisch, volgens Goldsmith. Wie leiding geeft is waarschijnlijk in die positie gekomen omdat hij of zij vaak slimme antwoorden had op de vragen van anderen. Maar wanneer je eenmaal zelf de manager bent geworden, moet je stoppen met het geven van te veel antwoorden en jezelf trainen in het stellen van vragen. Alleen zo stimuleer je de mensen om je heen in het zien en benutten van kansen.

Blijkbaar moet ik een wijze les minstens drie maal horen of lezen voor ik er iets mee doe. Maar dankzij Gaspersz ben ik nu begonnen met het verzamelen van goede vragen die me kunnen helpen in werk en privé.

Een paar kreeg ik meteen aangereikt. Gaspersz was namelijk op zijn beurt weer onder de indruk van collega-hoogleraar Paul de Blot. De Blot, net 90 jaar geworden, stelt zichzelf dagelijks de volgende twee vragen: „Wat heb ik vandaag geleerd?” En:

„Wat ga ik morgen anders doen?”

Interessant voor ondernemers is de vraag die Richard Branson zich bijna elke dag stelt: „Wat irriteert mensen?” Volgens Branson leidt nieuwsgierigheid naar irritaties tot het ontdekken van zakelijke kansen.

Hoe ziet een goede vraag eruit? Goede vragen creëren een beetje positieve onrust in je hoofd. Je weet dat er ergens antwoorden zijn, maar het kost even wat moeite om ze te vinden. Goede vragen hebben een open karakter. Ze vergen meer dan een eenvoudig ja- of nee-antwoord. En goede vragen zijn geen vermomde stellingen, zoals: ‘Vind je dit zelf nou echt zo’n slim idee?’

Mijn favoriete drie vragen nu: „Waar droom je van? Wat wil je daarvoor doen? Hoe kun je zorgen dat dit lukt?” O ja, en nog een vierde: „Wat zou de ultieme vraag zijn om mezelf dagelijks te stellen?”