Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Wanneer militaire helden vooral een product van pr-politiek zijn

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: pr-politiek en de creatie van militair heldendom. Ofwel: een kleine verkenning van het Hollandse internationalisme tijdens de opkomst van ISIS.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Sommige gebeurtenissen worden alleen symbolisch omdat ze zich niet voordoen. In een bijzaaltje van de Kamer zouden de woordvoerders Defensie deze week een nieuwe film over posttraumatische stress onder oorlogsveteranen bekijken. Daarna discussie.

Je wist dat de publieke tribune niet vol zou stromen. Je wist dat het heftig kon worden: in de film, Getekend, volgt Coen Verbraak zes getraumatiseerde militairen die met therapie orde in hun verminkte bestaan proberen te scheppen. Kerels die in de kracht van hun leven naar het front in Bosnië of Afghanistan vertrokken – en als angsthazen terugkeerden: breekbaar en voor altijd onberekenbaar.

Collateral damage van onze internationale ambities: geen rare gedachte om daar in zo’n Kamer eens grondig bij stil te staan. Want je hebt het niet door, vertelde Verbraak me aan de telefoon, maar van zulke oorlogsslachtoffers lopen er nu al duizenden in Nederland rond.

De timing was voortreffelijk: juist nu deze week angstaanjagend duidelijk werd hoe bitter weinig de westerse invasie van Irak in 2003 heeft opgeleverd – een invasie met politieke steun van Nederland –, kon het geen kwaad als Kamerleden zagen hoe levens van eigen militairen beschadigd kunnen raken door dit soort missies.

Maar woensdag bleek de vertoning ,,geannuleerd’’. Te veel urgente onderwerpen die voorr het reces afgewerkt moesten worden, zei voorzitter Han ten Broeke (VVD) van de Defensiecommissie. Overmacht. „We zaten helemaal klem.”

Bij de opdrachtgever van de documentaire, het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), kreeg je een andere verklaring. Het had vertoning van de film aangeboden, zei woordvoerder Jos Morren, en de slotsom was dat er vanuit de Kamer „geen belangstelling” was. Dat leest u goed: geen belangstelling.

Nu kun je dit ook weer groter maken dan het is. Kamerleden rennen hele dagen van het ene overleg naar het andere. Altijd haast. Altijd burgers die klagen over te weinig aandacht: ze doen het nooit goed.

Zo had je later die woensdag, ook niet onbelangrijk, het debat over de gruwelijkheden van ISIS, de sunnitische terreurgroep die nu een deel van Irak in handen heeft. En uiteraard begonnen sommige Kamerleden over de relatie tussen de westerse invasie uit 2003 en deze toestand.

Maar geschiedschrijving en politici: dat gaat zelden goed. Te veel sofisme. Zo wees PVV’er De Roon Poetin aan als de man die destijds terecht waarschuwde voor de doos van Pandora die open zou gaan na de val van Saddam. Bijzondere keuze. Hij had ook Chirac, Jan Marijnissen of J.L. Heldring kunnen noemen; maar blijkbaar doet die PVV nu alles om bij Poetin in het gevlei te komen.

De coalitiepartijen omzeilden het vraagstuk zo elegant mogelijk. Ten Broeke (VVD) analyseerde dat de ellende in Irak vooral te wijten is aan de burgeroorlog in Syrië – waar het Westen, benadrukte hij, de afgelopen drie jaar juist niet ingreep. Servaes (PvdA) liet de discussie aan zich voorbij gaan. Een terugblik leek hem ,,betrekkelijk zinloos’’, zei hij. (Dat zegt Hillary Clinton ook altijd.)

En Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA), de populairste minister van het kabinet, wurmde er zich met een middenpositie tussenuit. De huidige burgeroorlog in Irak is, zei hij, het gevolg van „hele diepe maatschappelijke veranderingen die zich ook zonder interventie zouden hebben voorgedaan”.

Toch verraadde hij zichzelf, nadat topambtenaar Wim Geerts hem had ingefluisterd waarvoor Colin Powell, Bush’ eerste minister van Buitenlandse Zaken, voor de invasie van Irak waarschuwde: If you break it, you own it. Als je een leider afzet krijg je het land erbij.

Exact de analyse die de afgelopen jaren de basis vormde voor de keuze, in de VS én Europa, niet in Syrië te interveniëren: de les van de Iraakse invasie is wel degelijk geleerd. En het gevolg is dat westerse regeringen amper opties hebben nu de regio een opleidingscentrum voor terugkerende kandidaat-terroristen is geworden. Elk West-Europees land heeft zijn eigen Dick Schoof (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid): ze waarschuwen allemaal – en in feite staat elke regering bijna machteloos.

Maar zo besmuikt en naamloos als ze de oorzaken hier bespreken, zo openbaar gaat het in volwassen landen toe. Blair en Cheney hebben beiden alweer opiniestukken geschreven om hun keuze van 2003 te verdedigen, ook al is hun aanzien dramatisch gedaald. Cheney verviel deze week in gekuch en gehakkel toen zelfs Fox News hem onder vuur nam; en in Nederland zullen we op dit punt vermoedelijk nooit meer iets van Balkenende of De Hoop Scheffer vernemen.

Terwijl het land destijds zéér openlijk profijt zocht voor haar bijdrage aan de Iraakse operatie. De toenmalige ambassadeur in Washington, Boudewijn van Eenennaam, legde in 2006 uit hoe hij dat deed: hij hengelde er opdrachten voor het bedrijfsleven mee binnen.

„Je zegt: we hebben 1.400 Nederlandse militairen in Irak, er ligt een goed businessplan van een Nederlands bedrijf voor een opdracht in dit land: wil je daar eens naar kijken?”, vertelde Van Eenennaam. „En dan gaat dat lopen.”

Ook importeerde Nederland een ander formatje uit het Amerikaanse repertoire: de oorlogsheld. Voor het eerst in vijftig jaar reikte Defensie in 2009 de Militaire Willemsorde uit, de hoogste onderscheiding voor dapperheid op het slagveld.

Maar vervolgens bleek dat het Defensie helemaal niet om dapperheid te doen was: Marco Kroon kwam weliswaar ongemakkelijk in het nieuws (vermeend wapen- en drugsbezit, onhandige uitspraken over het Koninklijk Huis en zijn privéleven) maar dat waren zaken die niets afdeden aan zijn Afghaanse heldendaden.

En het was nota bene een minister van de ChristenUnie, Eimert van Middelkoop (Defensie), die met zoveel woorden toegaf dat het hem alleen om de held als product van pr-politiek ging. „Dit is niet het soort publiciteit voor een drager van de Willemsorde waarop we zitten te wachten”, zei hij 1 februari 2010 in de kranten.

Nederland hoefde kortom geen held. Nederland wilde iemand die zich voordeed als held. Een poseur van het foutloze leven. Een creatie. Een stripfiguur.

Dit was geen incident. Je zag het in de recente onthulling van de Volkskrant over commando Gijs Tuinman, die naar verwachting komend najaar ook de Militaire Willemsorde ontvangt. Afgezien van Tuinmans heldhaftigheid in Afghanistan („een killing machine vermomd als knuffelbeest”, aldus de krant) „hopen” defensievoorlichters volgens de Volkskrant-verslaggevers dat „de beschaafde Tuinman” niet de publicitaire „brokken maakt” van Kroon, „de lompe rouwdouw”.

Oude held wegens pr-risico’s verdonkeremaand, nieuwe held in aanschaf: ziehier de cynische pr-politieke moraal van de zaak. Intussen heeft Marco Kroon zich alweer aan het front in Mali gemeld, maar dat doet er niet meer toe: zijn militaire prestaties hebben het verloren van zijn imago.

Een imago van perfectie dat amper serieus is te nemen: rijd een legerplaats in de VS op en de eerste militair zal je uitleggen dat oorlog shitty business is. Zoals Vietnam, Irak en Afghanistan er dat land volledig van heeft doordrongen dat PTSS een epidemie is die je amper kunt verhelpen: je kunt alleen de gevolgen verzachten door er aandacht voor te hebben – vooral ook in het Congres.

Tegelijk weten ze daar dat heldendom als product van pr-politiek de diepste kuil is die je als ministerie voor jezelf kunt graven. Het werd pijnlijk zichtbaar in één symbolische zaak die jarenlang voortsleepte: de dood van American footballspeler Pat Tillman in 2004.

Deze miljonair en topspeler van de Arizona Cardinals vocht na 9/11 als vrijwilliger mee in Irak en Afghanistan. Wat een held. Hij kwam om in Afghanistan, kreeg een heldenbegrafenis – waarna bleek dat de krijgsmacht de toedracht van zijn dood had vervalst. Hij was niet overleden in gevecht met de Talibaan, zoals in eerste instantie bericht, maar door een Amerikaanse militair die zich vergiste. „Het bedrog in deze zaak typeert (…) de pr-tactieken van Defensie”, verklaarde zijn ontredderde broer in 2007 tegen het Congres.

Typisch zo’n pr-drama dat bijdroeg aan de Amerikaanse behoefte zich versneld uit Irak en Afghanistan terug te trekken: het streven naar de perfecte held had zich tegen de krijgsmacht gekeerd. Dus dat Nederland nu zijn eigen pr-politiek bedrijft om oorlogshelden in de markt te zetten (en eruit te gooien) is geen gering geval van ironie.