Vaste banen scheppen juist werk

Komen we er bovenop als we aan de tijdelijke contracten gaan? Belabberd idee. Zorg voor vaste banen voor minder geld, zegtMirjam de Blécourt.

Illustratie Merlijn Draaisma

We klimmen economisch uit het dal, maar de werkloosheid is nog steeds hoog. De nieuwe Wet Werk en Zekerheid brengt daarin geen verbetering.

De suggestie van Barbara Baarsma (nrc.next, 18 juni) om dan alleen contracten van vijf of tien jaar aan te bieden is geen oplossing. Werkgevers en werknemers moeten nu zorgen voor baanverdeling en banengroei. Onderhandel dus over arbeidscontracten die meer zekerheid bieden en flexibel zijn.

Met de nieuwe wet wil minister Asscher (PvdA, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) werknemers in de ‘flexibele schil’ meer zekerheid bieden en werkloosheid voorkomen. Wat hij echter bereikt is dat nu alle werknemers in Nederland hun baan niet zeker meer zijn. Omdat de ontslagvergoeding een schijntje wordt van wat deze nu nog is. Daarmee verleidt hij werkgevers op grotere schaal over te gaan tot ontslag.

In mijn praktijk zie ik al bedrijven die een goedkope exit uit Nederland plannen. En andere bedrijven die reorganisaties uitstellen tot het nieuwe goedkope ontslagrecht geldt.

Een ander desastreus effect is dat werkgevers niet zullen investeren in werknemers die je goedkoop op straat kan zetten. Hoe minder functiespecifieke vaardigheden en kennis werknemers hebben, hoe gemakkelijker het is ze te vervangen of het werk te verplaatsen naar lagelonenlanden.

Vanuit de Verenigde Staten verdwijnen op die manier meer banen dan bijvoorbeeld vanuit Duitsland. Dat is niet zozeer omdat het in Duitsland lastiger en duurder is om werknemers te ontslaan in vergelijking met de VS, maar omdat Duitse werkgevers meer investeren in opleiding en training van hun vaste personeel, zoals onderzoek van het Centraal Planbureau heeft aangetoond.

Waarom biedt het alternatief van Baarsma geen oplossing? Zij was zelf nauw betrokken bij de wet als kroonlid van de SER, maar wil nu plotseling werknemers voortaan alleen nog contracten voor bepaalde tijd (vijf of tien jaar) bieden. Dat zorgt niet voor baanbehoud, maar voor veel frustratie. Een werkgever kan immers vijf jaar lang geen afscheid nemen van een werknemer. Wil je na één jaar niet met een werknemer verder, dan kost je dat vier jaarsalarissen aan vergoeding. Dat kun je wel repareren door de wet weer aan te passen met een langere proeftijd (Duitsland) en een tussentijdse opzegmogelijkheid, maar dat zou haar voorstel tot een lege huls maken. Bovendien zet ze de vakbonden buitenspel.

Wat is het werkelijke probleem in Nederland? Dat zijn vooral onze rigide en dure arbeidsvoorwaarden. De oplossing is daarom even eenvoudig als doeltreffend: maak arbeidsvoorwaarden flexibeler. Geef werkgevers en werknemers de keuze om in mindere tijden, minder of anders te betalen.

Oudere werknemers blijven zo aan de slag omdat ze met een contract voor onbepaalde tijd toch flexibel kunnen worden ingezet, in plaats van dat ze op straat worden gezet. Jongeren komen sneller aan de slag dankzij de mogelijkheid van meerdere korte en relatief goedkope contracten.

De falende Wet Werk en Zekerheid biedt een uitgelezen kans aan werkgevers en vakbonden om nu eindelijk werk te maken van de gewenste flexibiliteit in arbeidsvoorwaarden. De nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer kan zo bereiken wat hem na aan het hart ligt: meer werkgelegenheid voor jong en oud in Nederland.

Werkgevers en vakbonden kunnen dan ook direct een halt toeroepen aan het verdwijnen van goedkope banen naar het buitenland. De uittocht is ontstaan doordat de kosten van het minimumloon voor volwassenen in Nederland het hoogste van Europa zijn.

Als deze loonkosten dalen en contracten voor onbepaalde tijd gepaard gaan met flexibele arbeidsvoorwaarden, zal de groei van de werkloosheid stoppen.